artikel uit Mobiel 5, oktober 1998

25 jaar pleeggezin, dat gaat vanzelf

Interview: Anneke Habets
Voorlichter Voorziening voor Pleegzorg Limburg

Karel en Grieta Gootjes uit Wessem zijn 25 jaar pleeggezin. Zij werken met elkaar op hun varkensfokbedrijf. Samen met hun twee zoons en dochter hebben zij in de loop der jaren heel wat pleegkinderen opgevangen. Tussen de perikelen rondom de nieuwe wet op de varkenshouderij door, bezoeken zij de moeder van een van de pleegkinderen in Zeeland. Ook is er nog tijd voor een interview. Zij vertellen hun verhaal met verve.

"25 jaar geleden werd je nog beoordeeld op je 'goede werken'. Bij de eerste plaatsing is iemand een half uurtje komen kijken. Tegenwoordig word je voorbereid door het volgen van een STAP-cursus, maar dat was er toen nog niet bij.
Wij zijn begonnen toen een kennis, die zelf in een pleeggezin gewoond had, tegen ons zei dat we vakantiegezin moesten worden. We waren toen nog jong en hadden geen eigen kinderen, maar zij vond ons een gezin dat iets voor kinderen kon betekenen. Op 17 juni 1973, hebben wij met Pro Juventute gebeld en op 1 juli kregen wij twee meisjes in huis. Het waren stiefzusjes die niet met elkaar overweg konden. De hoop was dat als ze eens twee weken op elkaar aangewezen waren, het de verhouding wellicht ten goede zou komen. Zij zijn wat langer gebleven dan die twee afgesproken weken en ook hun jongere zusje is voor een aantal weken bij ons komen wonen. Toen zagen we wat er in dat gezin gebeurde: het jongste zusje stookte de andere twee tegen elkaar op!
Nu vragen we ons af hoe we dat deden, zo jong en zonder ervaring. Waar kregen we de kleren ook alweer vandaan? Kon dat wel, kinderen in die drie maanden niet naar school laten gaan?

Meneer Van der Oever

Kennelijk deden we het wel goed want de maatschappelijk werker waar we contact mee hadden vroegen ons om permanent pleeggezin te worden. Maar wij wisten niet precies wat dat inhield. Daarom hebben we in Amsterdam een informatie-avond bezocht met nog zo'n honderd geïnteresseerden.
Toen een dag later meneer Van der Oever van een organisatie voor pleegzorg belde met de vraag of we verder wilden gaan, hebben we 'ja' gezegd. Sindsdien hebben we niet meer zonder pleegkinderen gezeten. De tweede plaatsing was een jongetje dat tijdelijk bij ons zou blijven. Hij was door de maatschappelijk werker ontvoerd en zijn ouders mochten niet weten in welk dorp hij verbleef. Hij mocht dat dus ook niet weten, dan kon hij het adres niet verraden als hij belde met thuis.
Na afloop van de plaatsing hebben wij hem zelf naar huis gebracht. Kun je je dat nu voorstellen, eerst zo voorzichtig doen en hem dan door de pleegouders naar huis laten brengen?
Daarna is Erwin gekomen en die is acht jaar gebleven, we hebben nog steeds contact met hem.
Toch leuk om zo terug te kijken op 25 jaar pleegouder zijn. We zouden eens moeten proberen om meneer Van der Oever, die ons eerste pleegkind plaatste, te bereiken. We krijgen nog elk jaar een kaart van hem. Nieuwe pleegkinderen, naast Dennis, zijn er de laatste tijd niet meer bijgekomen. Wel zijn we nog steeds beschikbaar als pleeggezin voor moeilijk plaatsbare vakantiekinderen.
Zijn wij al 25 jaar pleeggezin? Ach dat gaat vanzelf, wat is nu 25 jaar? Wij hebben al die tijd samen met de maatschappelijk werkers één doel nagestreefd: kinderen uit de tehuizen houden. Al die jaren hebben wij het belangrijk gevonden om de humor in te zien van de situaties waarin pleegkinderen je kunnen plaatsen en niet het negatieve te laten overheersen. Dat heeft ons overeind gehouden.

Gouden stoel

Maar 25 jaar is op zich niet bijzonder. De kinderen en de dingen die je meemaakt, die zijn bijzonder! Je wordt wel harder in die 25 jaar. Als een kind hier is, dan knokken we ervoor. Is een kind eenmaal weg, dan zetten we een streep eronder. Soms vragen wij ons wel eens af wat er van kinderen terecht komt, maar al te veel kun je daar niet over gaan nadenken. Wij probeerden hen in ieder geval rust en structuur te geven voor een tijdje, en dat neemt niemand hen meer af.
Veel zaken die spelen binnen de pleegzorg herhalen zich, er is niets nieuws onder de zon. Het gedrag van eigen ouders bijvoorbeeld, of de contacten met andere pleeggezinnen, dat zijn zaken die niet veranderen. Pleegzorg is mensenwerk, dus is het ook niet gek dat er niets veranderd.
Wij zeggen altijd, pleegouders krijgen een gouden stoel in de hemel, maar wel een met maar drie poten. Als je op die stoel gaat zitten kieper je zo om.
Wat ons wel stoorde in die 25 jaar is het 'hanengedrag' van begeleiders. De een vindt dat het zus moet, de ander dat het zo moet. Waarom gaan ze niet vaker met elkaar om de tafel zitten om te kijken wat goed is voor het kind?
Zakelijk gezien is er wel een en ander veranderd in de afgelopen jaren. Wij vinden het heel goed dat er een scheiding in taken heeft plaatsgevonden tussen de plaatser en de pleegzorgwerker. Tussen ouders en pleegouders moet een buffer zitten. De pleegzorgwerker fungeert als boksbal, die moet de stoten opvangen. Als die maatschappelijk werker het niet doet, dan zit het kind ertussen en dat is toch niet de bedoeling?

Herkenning

MOBIEL is een blad dat steeds op onze deurmat is gevallen. We lezen het wel, maar niet zo intensief. Wij zijn mensen die zelf bepalen wat goed is. Wij lossen de zaken in ons gezin op onze eigen manier op. Wel vonden we af en toe herkenbare verhalen in artikelen van MOBIEL. Dan dachten we: 'ja zo hebben wij het ook aangepakt', of 'nee dat hadden wij toch anders gedaan'. Maar we zijn zelf nooit in de pen geklommen om te reageren.

uit: Mobiel 5, oktober 1998