artikel uit Mobiel 4, augustus 1998Project pleegzorg moslimkinderen |
Door Omaima Korz-Noor (Stichting Prisma)
Veel Nederlandse gezinnen bieden zich aan als vrijwillig pleeggezin. Maar zijn er ook moslimgezinnen die zich (vrijwillig) opgeven als pleegouders? Wat is daarvoor nodig? Vorig jaar startte de provincie Noord-Brabant het project 'Pleegzorg moslimkinderen '. Omaima Korz-Noor van de Stichting Prisma vertelt hier over de stand van zaken van het project.
Met een subsidie voor twee jaar, en gedragen door een werkgroep van
vertegenwoordigers van de vier regionale voorzieningen voor pleegzorg, de Stichting
Jeugdzorg, de stuurgroep Maatschappelijke Activering Moslims en de Stichting
Prisma, Voorziening voor pleegzorg, startte op 1 juli 1997 het project 'Pleegzorg
moslimkinderen '.
Dit project sluit goed aan bij de nieuwe aanpak van de jeugdhulpverlening door de
provincie, waarin de komende vier jaar vooral aandacht zal zijn voor specifieke
groepen jongeren, zoals allochtone jongeren. Recent werden in Brabant 20 allochtone
hulpverleners aangesteld. Hiermee wil men de hulpverlening aan allochtone gezinnen
en hun kinderen uit breiden.
Het probleem
Bij de groei naar volwassenheid van allochtone jongeren doen zich in de Brabantse
steden nogal wat problemen voor. Ze worden als risicogroep aangemerkt. Onderzoek
wees bijvoorbeeld uit dat 50% van de Turkse en 56% van de Marokkaanse leerlingen
de school zonder diploma verlaten.
Leven tussen twee culturen gaat vaak gepaard met identiteitsproblemen en
loyaliteitsconflicten bij allochtone (moslim-)jongeren. Soms zijn de problemen en
conflicten te groot en komt het tot een uit huis plaatsing van de jongere.
Op dat moment wordt de jeugdhulpverlening geconfronteerd met een groot tekort aan
allochtone (moslim-)pleeggezinnen. Omdat er weinig van deze pleeggezinnen zijn in
Nederland is er voor deze pleegkinderen ook weinig keus. Het gevolg is dat ze
geplaatst moeten worden in gezinnen of internaten die onbekend zijn met de
Islamitische culturele achtergrond van het kind. Dat kan bij het kind nieuwe
loyaliteitsproblemen veroorzaken.
Zonder ook maar iets tekort te willen doen aan de inspanningen van dit gezin blijft het
een feit dat het kind een moslim allochtone achtergrond heeft met alle verschillen in
taal, gedrag, sociale codes en omgangsvormen vandien. Aanpassing vergt enorm veel
van het kind, en verzwaart ook de taak van de pleegouders extra.
Wordt het kind teruggeplaatst bij de ouders, dan begint - opnieuw - een pijnlijk proces
van aanpassen voor het kind.
Opvang tot nu toe
In veel culturen is het vanzelfsprekend dat je voor de kinderen van je familieleden
zorgt, wanneer die door omstandigheden niet bij hun ouders kunnen blijven wonen.
Geformaliseerd vrijwillig werk - daarvan is pleegouderschap een voorbeeld - is in
deze culturen niet bekend. Als er kinderen opgevangen worden gebeurt dat vanuit de
plicht om voor andere familieleden of bekenden te moeten zorgen, een vorm van
'natuurlijke/ familiegebonden/ of netwerk pleegzorg '. Zoiets wordt binnen de
gemeenschap geregeld en niet door de overheid.
Ook bij moslimgezinnen in Nederland is deze vorm van opvang van kinderen van
familieleden of bekenden een bekend verschijnsel. Bij deze groep is echter weinig
bekendheid met de specifieke manier waarop de pleegzorg in Nederland wordt
geregeld, en over de betrokkenheid van de overheid daarbij.
De opzet van het project 'Pleegzorg moslimkinderen ' sluit nu juist aan bij de
vanzelfsprekendheid om je familieleden op te vangen in geval van nood. Vanuit deze
gedachte wordt een wervingsdoelgroep gestimuleerd en geleerd het formele gezicht
van de pleegzorg in Nederland te accepteren.
Doelstelling van het project
Het 'Pleegzorg moslimkinderen ' project wil in de eerste plaats de pleegzorgpositie
van (moslim-)pleegkinderen verbeteren. Waar nodig wil men
deskundigheidsbevordering bieden binnen de betrokken organisaties, nieuwe
instrumenten ontwikkelen en gebruik maken van de mogelijkheden van de
voorzieningen voor pleegzorg voor deze groep. In de tweede plaats moet het project
moslimgezinnen informeren over de pleegzorg, en hen stimuleren om zich als
bestandsgezin in te laten inschrijven.
Dat de mogelijkheden van pleegzorg vaak onbekend bij de allochtone (moslim-)gezinnen illustreert het verhaal van Sjafak, een Turkse vrouw. Zij ving de kinderen
van haar gescheiden zus op, toen deze langdurig moest worden opgenomen in een
psychiatrische inrichting. Sjafak had zich nog maar net met haar twee kinderen in
Nederland bij haar man gevoegd, was zelf dus nauwelijks gewend en sprak nog geen
Nederlands.
'Het werd me te veel om in m 'n eentje, met ons bescheiden inkomen ook nog voor de
kinderen van mijn zus te zorgen. Het werd me ook emotioneel te veel om naar haar
problemen te moeten luisteren, haar verdriet op te vangen en haar twee kinderen een
plek in ons gezin te geven. Als ik had geweten dat ik daarbij ondersteuning had
kunnen krijgen, had ik ze misschien langer in huis kunnen houden. Nu moesten ze na
vier maanden naar een internaat. Sinds enkele weken ben ik er - via mijn lerares
Nederlands - achtergekomen dat ik van de voorziening voor pleegzorg begeleiding
kan krijgen als pleegmoeder. Ik zal er voor zorgen dat ze weer terug bij me komen. Je
laat toch je nichtjes niet in een internaat blijven, als je ze zelf goed op kunt vangen.'
Voorlichting
Inmiddels is enige ervaring opgebouwd met de voorlichting over het project.
Voorlichting en werving vinden plaats binnen de gemeenschap, bijvoorbeeld bij
ouders van een islamitische school of een Turkse vereniging.
Voor Marokkaanse families wordt momenteel onderzocht op welke wijze zij de
informatie het best gebracht kunnen krijgen.
De Federatie voor pleegzorg heeft een Turks gesproken videofilm gemaakt die bij de
voorlichting wordt gebruikt. De video nodigt uit tot het stellen van allerlei vragen
over het project, waarbij ook ruimte is om eigen ervaringen en wensen aan bod te
laten komen.
Er is een vragenlijst ontwikkeld die gezamenlijk wordt ingevuld om erachter te komen
wat moslims weten van pleegzorg; of ze pleegzorg kennen in het land van herkomst;
of ze al eerder ervaring hadden met pleegzorg; en welke wensen zij hebben om de
voorzieningen voor pleegzorg toegankelijker voor hen te maken. Uit de tot nog toe
ingevulde vragenlijsten wordt duidelijk dat er bij deze doelgroep nauwelijks kennis is
over de wijze waarop de pleegzorg in Nederland georganiseerd is, en welke
mogelijkheden er aangeboden worden.
Tijdens de voorlichtingsavonden bleek dat visualisering van de informatie, d.w.z.
informatie die laat zien hoe de pleegzorg in Nederland georganiseerd is en te werk
gaat, erg effectief werkt. Ook eenvoudig maar correct taalgebruik is belangrijk,
waarbij abstracte begrippen (loyaliteit, hechting e.d.) moeten worden vermeden of in
ieder geval helder worden uitgelegd.
Zo 'n voorlichtingsavond brengt niet alleen informatie voor de moslimgezinnen, maar
geeft ook veel informatie voor de pleegzorg die het project ten goede kan komen enverbeteren. Zo komt de voorziening veel te weten over de denkbeelden, normen en
waarden die binnen de moslimgemeenschappen leven, maar ook wordt duidelijk dat er
nog veel hindernissen genomen zullen moeten worden voordat allochtone (moslim)-gezinnen zich aan zullen melden als aspirant-pleeggezin bij de pleegzorg.
Er bestaan grote communicatieverschillen, in taal, qua normen en waarden, in kennis,
en de opvoedingsopvattingen kunnen totaal anders zijn dan in Nederland.
Ook werd duidelijk dat er vaak een angst is om te falen in een nieuwe onbekende
situatie, en dat kan de moslimgezinnen terughoudend maken om zich aan te melden
als pleeggezin. Eenzelfde angst geldt voor de veronderstelde juridische gevolgen
wanneer men een pleegkind opvangt.
Veel verwarring heerst er bovendien rond de begrippen 'adoptie ' en 'pleegzorg '.
Ten slotte werd duidelijk dat bij een deelname van deze doelgroep aan pleegzorg er
een zorgvuldige en aangepaste begeleiding moet komen. Als dat niet het geval is
bestaat de kans dat men de begeleiding snel zal zien als een vorm van controle in
plaats van ondersteuning.
Stand van zaken
In de hele provincie NoordBrabant zijn tot nog toe meer dan 100 voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd, en hebben 17 moslimgezinnen zich bereid verklaard zich als pleeggezinnen te willen voorbereiden. Daarnaast zijn er ruim 20 moslimgezinnen die belangstelling hebben getoond om de voorbereidingscursus te volgen. Aantallen waar de initiatiefnemers blij mee zijn. Hopelijk kan dit project in de toekomst bijdragen aan een multicultureel pleegzorgaanbod, dat ook voor moslims goed toegankelijk is.