thema-artikel uit Mobiel 4, augustus 1998Pubers: zo gek nog niet! |
thema: Pubers in de pleegzorg
Door Luk Robbroeckx
Neem er twee!
Vraag een willekeurig aantal mensen wat de woorden puber of puberteit bij hen oproept en velen zullen meteen een zucht slaken en reageren met 'lastig ', 'brutaal ' of 'on(be)grijpbaar '. Iemand die pubert is doorgaans iemand waarvan men vindt dat hij onredelijk, onhandelbaar en onvoorspelbaar is, kortom waarmee geen land te bezeilen is op dat moment.
Wat gebeurt er als we puber en puberteit vervangen door adolescent en adolescentiefase? Men is het er steeds meer over eens om deze termen als synoniemen van elkaar te beschouwen. Door deze twee alternatieve woorden te gebruiken, verandert er in feite niets. We blijven het over dezelfde verschijnselen hebben; en toch... de negatieve klank neemt af om plaats te maken voor associaties waaruit meer respect voor toenemende verantwoordelijkheid, vrijheid en zelfstandigheid van de jongere blijkt.
Dit doet meer recht aan wat er in feite in deze overgangsperiode gebeurt. De jongere begint in toenemende mate status te ontlenen aan zichzelf enerzijds en ontleent in afnemende mate nog status aan die van zijn ouders/familie anderzijds. Daarvoor is hij of zij afhankelijk van enerzijds identiteitsmodellen en anderzijds van experimenteren. In de adolescentie wil de jongere tot het zelfinzicht komen dat de voorgehouden regels, normen en waarden houvast bieden. Daarom zal de jongere in deze periode niet langer meer imiteren, maar zelf actief zoeken en kiezen wat passend is voor hem/haar. Hij/zij maakt een start met het experimenteren om duidelijk te krijgen wie ze zijn voor zichzelf én voor hun omgeving. Ze nemen hun ontwikkelingin eigen hand. Ze maken de onderlinge banden losser, halen de banden met leeftijdsgenoten aan en maken ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en vrijheid. Kortom, de jongere ontwikkelt in deze periode zijn identiteit.
Adolescenten willen daarop aangesproken worden. De interviews met (pleeg)jongeren in dit nummer bieden mooie illustraties van wat zij van de volwassenen
verwachten om mét hen de overstap van een jongerencultuur naar een volwassen
samenleving te kunnen maken. Ook adolescenten in pleeggezinnen verschillen daarin
niet van anderen. Waarin ze wél verschillen is dat zij, naast de reguliere
ontwikkelingstaken waar ze voor staan, er een aantal extra op hun bordje krijgen. Ze
moeten een antwoord vinden op vragen omtrent wie hun ouders zijn, welke
modelfunctie ze hebben/hadden; hoe hun pleegouders naast hun ouders kunnen staan;
hoe ze zich kunnen losmaken terwijl ze zich tegelijk binden/bonden aan nieuwe
gezinsstructuren en gezinsleden; welke plek zij met welke identiteit straks kunnen
innemen in de maatschappij. Stuk voor stuk vragen die verwijzen naar de
basisvoorwaarden voor groei naar individualiteit en zelfstandigheid. Cécile de Quay
heeft in haar bijdrage op een kernachtige wijze aangegeven wat pleegouders hierin
kunnen betekenen voor een adolescent, ongeacht de wijze waarop de jongere zich uit
of toont aan zijn omgeving. Vertrouwen blijven bieden en geloof in hún kunnen
blijven tonen in woord, gebaar én houding zijn dan de ingrediënten voor een goed
opvoedingsklimaat.
Ondersteuning en ruimte bieden voor overleg met elkaar, biedt de jongeren een
geschikt kader.
Wij als volwassenen moeten soms incasseren, soms uitdagen, soms afremmen, en
altijd meeleven. In de ogen van de jongere zelf is het machtig en boeiend; reden
waarom Arjen in het interview zegt: 'Je moet er eigenlijk wel minstens twee in huis
nemen '
.
In de ogen van ouders kan het ook even boeiend en sprankelend zijn. Tijdens een
gesprek met een moeder over haar 15-jarige zoon, versprak deze moeder zich constant
door de periode waarin haar kind zich bevond, te benoemen met 'zijn
publiciteitsjaren ', waarmee ze zijn puberteitsjaren bedoelde. Met een nauwelijks te
onderdrukken lach, realiseerde ik me wat voor kern van waarheid in die woorden zit.
Want wat gebeurt er niet in die adolescentie? De jongeren bevechten hun plaats in een
complexe samenleving. Ze bouwen aan hun identiteit of - in hun woorden - aan hun
'imago '. En daar gaat het toch om in de publiciteit? Te gek voor woorden; te gek om
mee te maken.