thema-artikel uit Mobiel 4, augustus 1998

Pubers in de klas

thema: Pubers in de pleegzorg

Door Han Cornelisse (leraar VO)

Zowel pleegouders als leraren op school zorgen voor kinderen van anderen. Ook zij hebben te maken met jongeren, die zich los willen maken. Wat boeit leraren in de omgang met pubers? Is het moeilijk? Kost het moeite om gemotiveerd te blijven? Zijn pubers in klas nog wel te motiveren? Leraar Han Cornelisse blijft zich altijd weer verbazen over het volwassenwordingsproces van jonge mensen in die zes jaar van de middelbare school.

Bruggers

Maandagochtend. Een dertigtal tweedeklassers komt mijn lokaal binnenvallen. Ze barsten van energie en levenslust. De onderlinge verschillen qua lichamelijke ontwikkeling zijn groot. Ogenschijnlijk maakt het henzelf niets uit. Voor ieder van hen is het op dat moment belangrijker of ik de repetitie al heb nagekeken die ze de vrijdag daarvoor hebben gemaakt en daar beginnen ze dan ook over. Hun wereldje is klein: gezin, school, sport en hun plaats in de groep.
Ik ken ze goed want het is mijn mentorklas. Ik ben - en voel me - verantwoordelijk voor hun welbevinden op school. Ik praat vaak met ze, apart of in kleine groepjes, en ik heb de indruk dat de meesten me vertrouwen en me beschouwen als iemand op wie ze kunnen terugvallen als er problemen zijn. Mijn extra aandacht voor hen en hun aandacht voor mij ('Is uw nieuwe bril nu nog niet klaar?') maken het werken met hen heel plezierig en motiverend. Ze willen je echt deel maken van hun leven. Dat is soms lastig ('Komt u vrijdag naar de tentoonstelling van de konijnenfokvereniging want mijn konijn doet ook mee '), maar meestal heel leuk.
Hier is de link met de pleegzorg snel gelegd. Als leraar ben je soms een verlengstuk of zelfs een vervangstuk van ouders. Alleen ben ik het voor maar drie of vier uur per week. De leerlingen maken me deelgenoot van hun leuke én nare ervaringen en eisen op hun spontane en onvoorwaardelijke manier dat ik iets van mezelf teruggeef.

De jong-volwassenen van 6 vwo

Een uur later komt een 6 vwo-klas. Daar is de sfeer anders, 'volwassener '. Een flink aantal van hen ken ik al meer dan drie jaar. Ik heb ze dus ook meegemaakt aan het begin van hun puberteit. Dat is altijd weer een wonder: werken met jongelui die het proces doormaken van kind naar jong-volwassene. Hun blikveld is veel breder geworden dan gezin, school, sport en hun plaats in de groep. Velen van hen zijn er 'klaar ' voor om aan het grote-mensenbestaan deel te nemen. Dat proces mag ik begeleiden.
Met sommigen heb ik zo 'n hechte band dat het contact zich na hun eindexamen voortzet. Dat varieert van een kaartje met Kerstmis tot maandelijks een brief. Dit zijn vaak kinderen die het in hun puberteit zwaar hebben gehad met thuis of zichzelf door echtscheiding, anorexia, sterfgeval(len) enz.
Een mooie ervaring had ik een paar weken geleden met een meisje uit 6 vwo. Ik was haar mentor toen ze in de tweede haar vader verloor. In die periode heb ik veel met haar gepraat en naar haar geluisterd. In de derde en de vierde klas heb ik geen les aan haar gegeven maar toch kwam ze af toe even 'bijkletsen ' zoals ze dat zelf noemde. Nu stond ze op de gala-avond voor de examenkandidaten in haar prachtige avondjurk naast me te glunderen. Ik wist me met mijn houding niet goed raad. Ze voelde mijn ongemak aan en zei heel simpel: 'U was de afgelopen jaren toch een beetje een reservevader voor me.'
Natuurlijk waren en zijn er ook negatieve ervaringen maar die hebben in mijn beleving nooit gedomineerd. Pubers zijn op weg naar volwassenheid. Op die weg komen ze veel hobbels tegen. Bij het slechten van die hobbels gaat weleens wat mis. Ik als leraar en iedere (pleeg)ouder moeten voortdurend beseffen dat kinderen opvoeden betekent: zelf durven te veranderen. Dus niet rigide je eigen stelsel van normen en waarden opleggen aan opgroeiende kinderen, maar proberen mee te denken en vooral mee te voelen met wat hen beweegt. Dat maakt de relatie tussen ouder zijn, pleegouder zijn en leraar zijn tot een heel nauwe.