thema-artikel uit Mobiel 4, augustus 1998

Puberteit, fase in een groeiproces

thema: Pubers in de pleegzorg

Door Cécile de Quay (orthopedagoog TGV Leiden)

Wanneer pleegkinderen in de puberteit komen kunnen de pleegouders geconfronteerd worden met moeilijk of soms onbegrijpelijk gedrag. Soms is dat gedrag wat gewoon hoort bij deze leeftijdsfase, maar soms is het hanteren van dat gedrag - door de achtergrond van het kind - extra ingewikkeld. Dit artikel heeft als invalshoek puberteit en stress. Met voorbeelden van puberende pleegkinderen met problemen wordt duidelijk gemaakt hoe hun bijzondere situatie een rol kan spelen in deze problemen. Aan pleegouders en hun begeleiders worden handvatten aangedragen die hen kunnen helpen bij de opvoeding van een puber. Voorafgaand wordt enige aandacht besteed worden aan het begrip ontwikkeling.

Wanneer een kindje geboren wordt is dit het begin van lange ontwikkeling. Baby's worden peuters, kleuters, schoolkinderen, pubers, adolescenten, volwassenen... Eigenlijk gaat het groeiproces een leven lang door. Steeds opnieuw breekt een nieuwe fase aan.
Ouders van een pasgeboren kind volgen vol spanning de eerste stapjes en de eerste woordjes. Bijna iedereen kent wel boeken, brochures of tijdschriften waarin de verschillende ontwikkelingsfasen worden uitgelegd en beschreven. Vooral als het over de eerste levensjaren gaat is er veel informatie beschikbaar.
Behalve over belangrijke mijlpalen zoals lopen of praten, weten de meeste pleegouders en hun begeleiders iets over hechting en basisvertrouwen, over koppigheid en gewetensontwikkeling. Dit zijn voor kleine kinderen hele belangrijke ontwikkelingsstappen. De eerste bouwstenen voor de verdere sociale en emotionele ontwikkeling.
Een ander woord voor ontwikkelingsstap is ontwikkelingstaak. In iedere leeftijdsfase heeft een kind iets nieuws te leren, zoals het delen van aandacht, stilzitten en opletten in de kleuterfase, het omgaan met vriendjes en zelfstandig werken aan een taak in de schoolleeftijd. Meestal gaat dit vrij vanzelfsprekend. Al hebben ouders en kinderen geen huiswerkboekje waarin de ontwikkelingstaken worden bijgehouden of afgestreept, toch hebben de meeste ouders wel een idee van wat hoort bij de leeftijd van hun kind. Ze vergelijken met andere kinderen in hun omgeving en vragen zo nodig om raad bij familie, vrienden of beroepsopvoeders. Wanneer kinderen ouder worden, naar school gaan en vervolgens de tienerleeftijd bereiken, is er minder informatie beschikbaar.
Veel ouders en pleegouders van oudere kinderen zouden daar echter wel behoefte aan hebben. Ze hebben vragen als:
Op welke leeftijd begint of eindigt de puberteit? Wat is passend en 'normaal' in deze leeftijdsfase? Hoe kan ik het beste aansluiten bij dit kind, zonder zijn mogelijkheden te onderschatten of juist te overvragen?
Een passend recept bestaat niet. Ieder kind en iedere (pleeg)ouder is immers uniek. Zo begint het ene kind al op elf-jarige leeftijd te puberen en anderen pas rond hun veertiende. Wanneer de puberteit eindigt is evenmin vast te leggen en afhankelijk van allerlei factoren.

Wat is nu puberteit?

De puberteit staat bekend als een turbulente levensfase omdat er in deze aanloop tot volwassenheid zoveel belangrijke ontwikkelingsstappen of -taken moeten worden gemaakt.
De behoefte van tieners om zich los te maken en het zelf uit te zoeken leidt bijna onvermijdelijk tot conflicten met hun ouders en opvoeders. Dit kan gepaard gaan met veel uiterlijk vertoon en ruzie's, maar kan juist ook leiden tot teruggetrokken gedrag of allerlei lichamelijke klachten.
Veel pubers hebben tijd en ruimte nodig om na te denken over zichzelf. Tegelijkertijd worden de contacten met leeftijdgenoten (vriendschappen) steeds belangrijker, een ontwikkeling die in de lagere schoolperiode al was begonnen. Natuurlijk zijn er ook alle lichamelijke veranderingen.
Dit is niet alleen van betekenis voor de seksuele ontwikkeling, maar ook voor de wijze waarop het kind zichzelf en anderen beleeft. Het is opvallend dat pubers vaak erg met zichzelf bezig zijn. Het lijkt soms alsof ze op een eilandje leven, waarin alleen zijzelf en hun eigen vriendenkringetje bestaan. Ditkan door veel (pleeg)ouders als storend worden ervaren, maar tot op zekere hoogte is het betrekkelijk gewoon.

Pubers in een pleeggezin

Een puber in een pleeggezin is in de eerste plaats een gewone puber. Voor sommigen van hen geldt dat ze een tamelijk goede start hebben gehad. Anderen weer zijn in hun vroege kinderjaren ernstig verwaarloosd of mishandeld. Vaak hebben pleegkinderen last van gevoelens van boosheid en verdriet omtrent hun eigen ouders. Dit heeft belangrijke gevolgen voor de verdere ontwikkeling, juist tijdens de tienerjaren. Soms is daar, zoals in het voorbeeld van Miriam, extra hulp bij nodig. Miriam is veertien jaar en woont al jaren in een pleeggezin. Ze is onlangs samen met een vriendin betrapt op het stelen van een paar oorbellen. Haar pleegouders zijn hier erg van geschrokken. Is dit een incident of is er meer aan de hand? Ze zoeken hulp.
Miriam en haar pleegouders worden uitgenodigd voor een intake-gesprek. Het blijkt dat Miriam niet lekker in haar vel zit. De laatste tijd heeft ze steeds vaker ruzie met haar pleegouders, voornamelijk over huiswerk maken. Ook op school zijn er allerlei problemen. Volgens haar pleegouders kiest ze de verkeerde vrienden. Met het leren gaat het niet zo goed. Miriam zegt dat ze weinig zelfvertrouwen heeft. Ze zou graag eens met iemand apart willen praten. Wanneer ze later apart wordt uitgenodigd voor een gesprek, komt er heel wat los. Ze heeft allerlei vragen over haar eigen ouders. Dit vindt ze moeilijk te bespreken met haar pleegouders.

Er is ook een grote groep kinderen die om allerlei redenen hele stukken in hun sociale en emotionele ontwikkeling gemist hebben. Uiterlijk lijken ze veel op hun bijna volwassen leeftijdgenoten. Van binnen zijn ze echter nog heel jong en kwetsbaar.
Pleegouders weten als geen ander hoe moeilijk het is om met deze verschillen om te gaan. Immers waar sluit je bij aan? Deze groep vraagt vaak om meer nabijheid en strakkere regels dan andere pubers. Bij sommigen is het de vraag of ze zich ooit zullen hechten. Anderen verdragen slecht een te grote warmte en betrokkenheid. Toch kunnen ze in bepaalde gevallen veel aan een pleeggezin hebben doordat ze veel leren van de omgangsregels in een gezin en net dat ene duwtje in de rug krijgen om een schoolopleiding af te maken. Deze sociale vaardigheden kunnen heel waardevol zijn voor later. Natuurlijk moeten de problemen en het gedrag wel hanteerbaar blijven voor een gezin.
Wat te denken van kinderen die op oudere leeftijd geplaatst zijn? Ze moeten nog ingroeien en hechten in het nieuwe gezin, terwijl ze gezien hun leeftijd ook al bezig zouden moeten zijn met het losmakingsproces.
Dennis heeft eerst een poos bij zijn moeder, een vrouw met ernstige psychische problemen gewoond. Toen dat niet meer ging, verbleef Dennis eerst een hele poos in een leefgroep. Omdat naar huis gaan helaas niet meer mogelijk bleek, werd voor hem gezocht naar een pleeggezin. Dennis was al elf jaar toen hij daar ging wonen. In het begin moest hij erg wennen aan de regels in het gezin. Langzaam leerde Dennis dat je sommige dingen niet zomaar zegt of doet tegen andere gezinsleden.

De meeste pubers hebben allerlei vragen over zichzelf: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? En vooral: Wie en wat ga ik worden? Ze beginnen zichzelf ook vragen te stellen in de trant van: Als dit niet was gebeurt, dan .... Bijvoorbeeld: Als mijn moeder niet ziek was geworden, wat was er dan gebeurd? Dit soort vragen stellen jongerekinderen over het algemeen nog niet. Het ligt voor de hand dat dergelijke vragen voor pubers in een pleeggezin extra ingewikkeld zijn. Het is niet eenvoudig om aan twee verschillende families toe te behoren. Het is evenmin eenvoudig om te leren leven met een gebroken levensgeschiedenis, die zo kan verschillen van leeftijdgenoten. Omdat vragen in de trant van: Als ..., dan ... zo horen bij deze leeftijdsfase, betekent puberteit vaak een periode van (tweede) rouwverwerking. Dit kan leiden tot boosheid, verdriet en allerlei klachten.
Karin is 15 jaar en heeft al een hele tijd last van hoofdpijn, buikpijn, niet kunnen slapen, nachtmerries en huilbuien. Haar pleegmoeder is ten einde raad en zoekt via de huisarts en met behulp van haar gezinsvoogd extra hulp voor Karin. Wanneer Karin wordt uitgenodigd voor een psychologisch onderzoek, vertelt ze dat ze droomt van een 'echt gezin'. Het liefst zou ze willen ze dat haar ouders nog bij elkaar waren en ze bij hen kan wonen. Ze is verschrikkelijk bang dat ze nooit een vriendje zal krijgen. Ze is immers 'maar' een pleegkind.

Omgaan met stress

De keuze voor stress als invalshoek in deze bijdrage is in navolging van verschillende wetenschappelijke onderzoeken uit Engelstalige landen als Ierland en Australië. Deze invalshoek heeft als voordeel dat het praktische aanknopingspunten biedt voor het omgaan met pubers. Er zijn goede en minder goede manieren om met stress om te gaan.
Ieder mens, kind of volwassene, heeft in de loop van zijn bestaan een eigen (overlevings)strategie - ook wel'coping' genoemd - ontwikkeld. Vaak is probleemgedrag ooit begonnen als een strategie om met stress om te gaan. Ofschoon het niet meer nodig is blijft men erin steken.
De puberteit is eigenlijk net zo spannend als die eerst woordjes en stapjes van een baby. Ofschoon de meeste kinderen zich op vrij vanzelfsprekende wijze ontwikkelen, kunnen nieuwe ontwikkelingstaken ook gezien worden als een bron van stress. Dit geldt zeker voor pubers die opgroeien in een pleeggezin. Het is daarom heel belangrijk dat ze goed met spanning en stress kunnen omgaan. (Pleeg)ouders kunnen hen helpen te leren om op positieve manieren met stress om te gaan. Ze kunnen hun pleegkinderen leren steun te zoeken bij andere mensen, bijvoorbeeld (pleeg)ouders, familieleden, vrienden, leerkracht. Ze kunnen aangeven dat problemen gedeeld kunnen worden met lotgenoten, bijvoorbeeld JiP (Jongeren in Pleegzorg). Ze kunnen helpen met investeren in een netwerk van vrienden die steun kunnen bieden door te kiezen voor een bepaalde school of club. Ook kunnen ze behulpzaam zijn bij het gericht en systematisch zoeken naar een passende oplossing voor een probleem. Soms biedt geloof of levensbeschouwing steun, of kan men ontspanning en afleiding leren vinden in allerlei activiteiten. Maar ook leren om positief te denken, optimistisch te blijven en lichtpuntjes te zoeken kan een pleegkind helpen om te gaan met zijn situatie. En tot slot kan men natuurlijk samen professionele hulp zoeken.
Maar er zijn ook minder goede manieren van omgaan met stress zoals zich zorgen maken, piekeren en tobben; fantaseren, dromen en hopen (tegen beter weten in); niets doen en passief blijven; het probleem ontkennen; de spanning verminderen door te roken, drinken of drugsgebruik; zichzelf de schuld geven; of het probleem voor zichzelf houden en niet delen met anderen.
Het onderscheid in goede manieren en minder goede manieren van omgaan met stress is relatief. Televisie kijken is een slechte afleiding voor een belangrijk proefwerk, maar kan juist een goede ontspanning zijn erna. Er kan ook een onderscheid gemaakt worden tussen introverte en extraverte manieren van reageren. Sommigen kinderen reageren op spanning met teruggetrokken of passief gedrag. Ze gaan tobben of vluchten weg voor de televisie of in dromen. Anderen gooien de spanning er als het ware uit. Ze reageren met boos, druk of agressief gedrag en zoeken spanning bij de verkeerde vrienden.

Hulp en handvatten

Welke handvatten voor hulp zijn er nu voor opvoeders en (pleeg)ouders voor handen?
In de eerste plaats kunnen zij een belangrijke rol spelen bij het maken van de keuzes door pubers. Op die manier kunnen ze hen helpen bij de groei naar meer zelfstandigheid. Wanneer een puber boos, verdrietig of gespannen is kunnen volwassenen hen helpen door ze wegwijs te maken in de verschillende manieren waarop je daar mee om kan gaan. Het niet praten over je problemen, fantaseren, weglopen of drugs gebruiken leveren niets op. Het maakt de problemen eerder erger en het kan op de lange duur zelfs schadelijk zijn. Daar moeten dan wel passende alternatieven tegenover staan. Volwassenen kunnen hier helpen door oplossingen te bedenken, vrienden kunnen steun bieden, sport of muziek kunnen een uitlaatklep zijn, etc...
Verder is het belangrijk aan te sluiten bij het temperament van een kind. Soms moeten opvoeders hun eigen copingstrategieën aanpassen. Een extraverte praatgrage pleegouder kan door een teruggetrokken kind als heel bedreigend worden ervaren.
Andersom kan een driftig en extravert kind zich niet begrepen voelen in een pleeggezin waar men gewend is de problemen op een redelijke wijze op te lossen. Vaak is het de kunst te achterhalen met welke vragen een puber zit. Volwassenen moeten het gedrag vaak lezen als een soort geheimschrift, dat beter te ontcijferen valt naarmate ze het kind en de voorgeschiedenis beter kennen.
Wanneer een kind het moeilijk vindt om dingen te bespreken, kan een schrift of opschrijfboekje een hulpmiddel zijn. Soms is het nodig om de spanning niet onnodig te doen oplopen door conflicten over minder belangrijke zaken, waardoor kinderen zich nog meer gaan terugtrekken of juist afzetten tegen volwassenen. Vrijwel alle pubers hebben nog veel behoefte aan de betrokkenheid van volwassenen. Pleegouders kunnen dit niet alleen laten blijken door te praten, maar ook door een gebaar. Bijvoorbeeld door een kind even met rust te laten of juist wat extra aandacht te geven na een belangrijke en spannende gebeurtenis.

Samen zoeken naar de juiste antwoorden

De puberteit is een belangrijke en spannende periode is, speciaal voor pubers in de pleegzorg en hun (pleeg)ouders. Deze leeftijdsfase staat in het teken van allerlei belangrijke veranderingen, die in meer of mindere mate stress met zich meebrengen. Sommige pleegkinderen hebben op jonge leeftijd belangrijke ontwikkelingsstappen gemist, waardoor ze in sociaal en emotioneel opzicht nog veel hebben in te halen. Het is belangrijk hier op een goede manier bij aan te sluiten en te weten wat gewoon en ongewoon is voor een puber. Boeken of ervaringen van andere (pleeg)ouders kunnen daarbij een leidraad zijn. Soms is het verstandig deskundigen te raadplegen.
Bijna alle pubers hebben vragen over zichzelf: Wie ben ik, waar kom ik vandaan, wie of wat ga ik worden? Voor pubers in een pleeggezin zijn deze vragen extra ingewikkeld. Het zijn als het ware extra stress-bronnen. Dit kan verschillende reacties te weeg brengen. Sommigen trekken zich terug en blijven passief. Anderen uiten hun boosheid in driftbuien en lichamelijke klachten.
In de voorbeelden werd duidelijk hoe verschillend pleegkinderen als Karin, Miriam en Dennis reageren. Alle drie zitten ze vol vragen over zichzelf, hun ouders en de toekomst. Hoewel pubers steeds zelfstandiger worden, blijft de betrokkenheid van opvoeders nog heel belangrijk. Het is de kunst om samen met pubers te zoeken naar het juiste antwoord op hun vragen en een goede manier te vinden voor het omgaan met problemen. Soms is daar professionele hulp in de vorm van individuele therapie of extra ouderbegeleiding bij nodig.
Ook Dennis, Miriam en Karin hadden de hulp en steun van volwassenen nodig om op een betere manier met hun gevoelens om te gaan. Hoe liep het met ze af? Met therapie voor Miriam en extra begeleiding voor de pleegouders, waarbij aandacht werd gegeven aan het schoolprobleem (een extra stressbron), werd het pleeggezin weer een heel eind op de goede weg geholpen. Voor Karin bleek het heel belangrijk dat het bezoekcontact met haar ouders werd hersteld. Hoewel ze niet meer bij elkaar kunnen wonen, konden ze haar veel vertellen over haar eerste levensjaren. Samen met haar begeleidster heeft Karin een Levensboek gemaakt. Het was voor haar een manier om de werkelijkheid beter te begrijpen en onder ogen te zien. Haar pleegouders leefden erg met haar mee en steunden haar in de contacten met haar familie. Inmiddels heeft Karin verkering met een vriend van haar oudere pleegbroer. Soms komen de oude klachten terug, maar daar leren zij en haar pleegouders steeds beter mee om te gaan.
Dennis heeft het nog vaak moeilijk met zichzelf en zijn omgeving, vooral als het een periode minder goed gaat met zijn moeder. Dit leidt soms tot heftige driftbuien. Zijn pleegouders helpen hem er doorheen. Ze hanteren hele duidelijke regels, maar proberen steeds te achterhalen waar hij nu mee zit. Ze blijven hem motiveren voor school en helpen bij het maken van keuzes. Als alles goed gaat, begint Dennis volgend jaar aan een opleiding tot kok, zijn droomwens....

Pleegzoon Joost dacht dat hij in een soort vakantiehuis terecht was gekomen bij ons. De eerste morgen stond hij om half elf op en installeerde zich met een fles cola en een hele kilo kaas in blokjes voor de T.V. Lekker tekenfilmpjes kijken! Hij was stomverbaasd dat ik daar niet gecharmeerd van was. Wij hebben toen afgesproken dat hij kaas op de boterham zou doen en dat ik een fles cola per twee dagen voor hem zoukopen. Daar plakte ik zijn naam op, en op was op. Vond hij heel vreemd!