artikel uit Mobiel 3, juni 1998

Pleegkind Maurice: reconstructie van een leven

Door Mirjam Vossen

Het leven van Maurice Boers (23) heeft volop in de belangstelling gestaan tijdens de jaarlijkse pleegzorgdag op 12 juni j.l. Hoe verliep het tot nog toe en wie speelden daar een belangrijke rol in? Op zijn zesde uithuisgeplaatst, het kindertehuis en daarna het pleeggezin. Dat laatste heeft hem gevormd tot wat hij is: 'sommige pleegkinderen blikken verwijtend terug. Ik heb geleerd om positief naar het leven te kijken.'

Maurice heeft welomschreven toekomstplannen. Hij staat op het punt om zijn theater-vooropleiding af te ronden en werkt momenteel in een trendy café. Over enkele maanden begint hij aan zijn droom: een opleiding bij Frank Sanders tot danser in musicals en shows. Daarna wil hij vooral op de planken staan. Niet alleen voor theaterpubliek, maar ook voor kinderen en vluchtelingen. Of voor mensen die het in het algemeen minder goed hebben getroffen. Zo heeft hij met zijn vriendin Hana (27) al eens opgetreden voor verslaafde vrouwen in de Jellinekkliniek.
Maurice: 'ik wil niet alleen graag dansen en zelf een prettig leven hebben. Ik wil ook geven aan hen die dat missen.' Maurice zit voor de bank op de grond. Achter hem, op de bank, is Hana bezig om zijn dikke zwarte haar in staartjes te vlechten, staartjes die vervolgens strak over zijn hoofd worden gelegd. Het haar van de uit Ethiopië afkomstige Hana zit al in tientallen vlechten en bungelt tot ver op haar rug. Hun woning in een oude buurt in Amsterdam-Oost, 'ons paleisje ', doet denken aan een kleurig Afrikaans huis: oranje muren, beplakt met honderden sterretjes, batikdoeken op de grond, bloemen, een mand met fruit en zwarte soul uit de luidsprekerboxen. Bootjes die onder het raam door tuffen versterken de huiselijke idylle. Een idylle die in scherp contrast staat met de eerste negen jaren uit het leven van Maurice.

Heroïne

Maurice is het kind uit een verlate hippietijd, aanvang jaren '70 in Arnhem en Nijmegen. De moeder van Maurice, die opgroeide in een katholiek dorpje, trekt dan naar de stad. Ze komt terecht in een omgeving met grenzeloze mogelijkheden: Afrokapsels, demonstraties, plateauzolen en, uiteindelijk, ook heroïne. Ze vindt een Surinaamse vriend, raakt in verwachting en krijgt in 1975 haar baby Maurice.
Natuurlijk herinnert Maurice zich niets meer van zijn vroegste jeugd. Behalve dan dat hij met enige regelmaat elders werd ondergebracht. Bij vrienden, buren, familieleden. En dat hij al heel vroeg voor zijn moeder brood moest smeren als ze weer eens ziek in bed lag. Ook dat hij soms over de brug 'iets voor haar moest halen ', spul dat later heroïne bleek te zijn. Als Maurice zes jaar oud is, grijpt de kinderbescherming in. Hij is dan al twee keer ondervoed geweest, verschijnt maar zelden op school en woont overal en nergens. Zijn moeder kon zich steeds minder om hem bekommeren; zijn vader doet het niet en verdwijnt op zijn zevende uit zijn leven. Naar het lijkt voor altijd.

Hans en Hannie

Klein Engelenburg in Brummen is het kindertehuis waar de zesjarige Maurice voor het eerst naar hartelust kan spelen. 'Er waren veel kinderen. Heerlijk vond ik dat. Soms kwam mijn moeder op bezoek en bracht ze snoep mee. Soms kwam ze haar afspraken niet na en zat ik de halve dag op haar te wachten. Dan was ik erg verdrietig. Ach, mijn moeder heeft het ook afschuwelijk gevonden om haar enige kind af te moeten staan. Maar ze is tot op de dag van vandaag niet sterk genoeg om met drugs te stoppen en haar leven op een rij te zetten.'
Drie jaar later, Maurice is dan negen, verhuist hij naar het pleeggezin van Hans en Hannie in Deventer. Hij wordt hun eerste pleegkind. Hoewel hij al bijna zes jaar op zichzelf woont, is Maurice nog altijd vol lof over zijn pleegouders. 'Hans en Hannie, die hebben zo 'n verschrikkelijk groot hart. Als hen gevraagd wordt om iemand op te vangen, dan kunnen ze eenvoudig geen nee zeggen. Na mij kwamen er nog eens zes bij. En wij zevenen waren enkel de harde kern. Want mijn pleegouders namen ook regelmatig vluchtelingen in huis of functioneerden als crisisopvang. Hier heb ik geleerd wat multicultureel betekent: alle kleuren en culturen woonden in Hans ' en Hannies huis samen.'
Wat Maurice bovenal leert, is wat het betekent om een familie te hebben. 'Dat betekent dat je ouders en je broers en zussen naar een voetbalwedstrijd komen kijken. Dat je met je broer een geheim kunt delen. En dat het hele gezin voor je zingt als je jarig bent. Toen ik uit Klein Engelenburg kwam was ik eigenlijk een klein egoïstje. De zak snoep van mijn moeder at ik helemaal zelf op. Natuurlijk deelde je niet. En als je je fiets uitleende, vroeg je daarvoor een gulden. Bij Hans en Hannie was daar geen sprake van. Je leende gratis en mocht gratis iets lenen. Alles werd samen gedeeld. Langzaam maar zeker verwaterde dat egoïsme.'

Suriname

Samen leven met zes andere kinderen die problemen hebben maakt je niet alleen minder egoïstisch, maar ook eerder volwassen, meent Maurice. 'Ik herinner me nog hoe we eens uit school kwamen en Hans ons al bij de voordeur opwachtte. Hij vertelde snel en op fluistertoon dat er een nieuw meisje binnen zat. Misschien was zij wel seksueel misbruikt. Of we voorzichtig met haar om wilden gaan. Daar sta je dan. Je moet ter plekke nadenken hoe je zoiets aanpakt. Dat maakt je vroeg volwassen. Hoeveel jongeren worden regelmatig met dit soort vragen geconfronteerd?'
Na negen jaar bij Hans en Hannie vertrekt Maurice naar Amsterdam. De eerste jaren zijn verwarrend. Al is het maar omdat hij plotseling zijn Surinaamse vader weer ontmoet. Tien jaar zijn inmiddels voorbij gegaan en de vader blijkt nooit ver uit de buurt te hebben gewoond. Hij neemt Maurice mee op vakantie naar Suriname. Een vreemde ervaring. Eerst is Maurice een Hollandse jongen met Surinaamse trekjes, aan de overzijde van de oceaan is hij een Surinamer die Hollands is opgevoed.
'Vandaag maakt het niets meer uit. Ik ben Maurice en ik ben wie ik ben.' Toch is deze identiteitskwestie niet snel opgelost. Pas als Maurice Hana leert kennen, weet hij antwoord te geven op de vraag wie hij is.'Hana is politiek vluchteling. Ook zij heeft ouders uit twee culturen, uit Ethiopië en uit Eritrea. Maar zij is trots op wie ze is. Zij houdt van zichzelf. Zij klaagt nooit.'
Hana: 'want als je over je zelf klaagt, wordt het nooit beter.'

Nachtleven

Maurice: 'ik heb geleerd om positief naar het leven te kijken. Soms zie ik pleegkinderen verwijtend terugblikken. Natuurlijk, ik begrijp hen wel. Ook zij hebben het moeilijk gehad. Maar wat gebeurd is, is gebeurd.' Hij wijst naar boven, naar Hana, die de laatste vlechtjes gladstrijkt. 'Kijk naar mijn vriendin, een oorlogskind, gevlucht, alleen in Nederland met een aan alcohol verslaafde vader in Ethiopië. En toch is ze zo vrolijk.' Hana lacht, knikt en zegt: 'je verleden, dat is van jou. Het is je bezit. Je kunt er mee doen wat je wil. Je kunt je ellende koesteren en in wrok verder gaan, of je kunt op zoek gaan naar de positieve kanten van het bestaan. Jij hebt de sleutel van je leven in je hand.'
Maurice: 'in de kroeg waar ik werk, in het nachtleven, kom ik veel zielige mensen tegen. Ze leven in een kunstmatige wereld. Ze gedragen zich patserig, ze vervallen in materialisme, of ze worden cynisch. Zij hebben nooit geleerd om eens nuchter naar zichzelf te kijken of om zichzelf wat te relativeren. Ze zijn dan ook volstrekt niet in staat om idealen te hebben en met goede moed aan hun toekomst te werken. Dat is iets wat ik als pleegkind wel heb geleerd. Ik denk dat ik mezelf beter ken dan veel andere jongeren. Ik zie duidelijk wat er is gebeurd, hoe ik hier ben aangeland en hoe fout het allemaal had kunnen lopen. Door ons verleden kunnen we ook blij te zijn met kleine dingen.'
Hana: 'om gewoon een dag thuis te zijn.' Maurice: 'of om lekker te dansen en te eten.'

Reconstructie

Centraal staan op een studiedag, het feit dat zijn levensverhaal door derden is gereconstrueerd, deze zaken benauwen Maurice niet. De ouders van Maurice, zijn voogd, een onderwijzer, zijn vriendin Hana en vele anderen hebben op die jaarlijkse pleegzorgdag zijn levensverhaal uiteengerafeld in een anderhalf uur durende bijeenkomst. Hoe is Maurice is geworden wie hij vandaag is? Want veel kinderen die uit huis zijn geplaatst lopen het risico het overzicht van hun leven kwijt te raken en komen in een identiteitscrisis terecht. Een nauwkeurige analyse van de levensloop van een pleegkind kan een licht werpen op dit probleem, al lijkt Maurice aan de mogelijkheid van een identiteitscrisis te zijn ontsnapt.