artikel uit Mobiel 3, juni 1998

'Families first': op maat gesneden hulp in crisissituaties

Door Theoline van Schie

'Families First ' is een vorm van jeugdhulpverlening voor gezinnen die in een zodanige crisis-situatie verkeren dat uithuisplaatsing van het kind dreigt. De behandeling is kort, intensief, planmatig, en zowel praktisch als therapeutisch, waarbij het accent ligt op het aanleren van sociale vaardigheden.

'Families First ' biedt hulp aan gezinnen die in een zodanige crisis-situatie verkeren, dat er kinderen uithuisgeplaatst dreigen te worden. In een poging dit te voorkomen biedt Families First snel - het eerste bezoek vindt al binnen 24 uur plaats - hulp aan huis, in de vorm van een intensieve gezinsbegeleiding. De gezinsmedewerker komt gedurende een maand vrijwel dagelijks een tot meerdere uren aan huis (gemiddeld 9,1 uur per week). In principe is hij 24 uur per dag beschikbaar en biedt zowel praktische (orde brengen in het huishouden, budgetteren, bezoeken officiële instanties), als therapeutische hulp. Een belangrijke vorm van therapeutische hulp is het aanleren van sociale vaardigheden en het leren om op een doeltreffende manier aan kinderen iets te vragen of te verbieden. De gezinsmedewerker doet dit door instructie, rollenspel en het geven van voorbeelden.
Gezinsmedewerker Pieter: 'Een veel voorkomend probleem is bijvoorbeeld dat een kind weigert aan tafel zijn bord leeg te eten. De ouders willen dwingen, maar het kind biedt verzet. Als ik merk dat de ouders er niet uitkomen, vraag ik hen: 'vind je het goed als ik het probeer?' Als de ouders dan zien dat mijn ingrijpen werkt, kunnen we samen bekijken of deze manier van aanpak ook bij die ouders zou kunnen passen. Belangrijk is daarbij ook dat je steeds nagaat wat de ouders precies willen; waar ze nou eigenlijk last van hebben. Dan blijkt bijvoorbeeld dat het leegeten van het bord helemaal niet zo belangrijk is, maar wel het verlies van zeggingskracht over het kind. Ze hebben dan bijvoorbeeld al de hele dag toegegeven aan de wensen van het kind om snoep. Iets waarvan ze zelf ook zeggen: 'ik weet dat het niet goed is, maar ik doe het om van het gezeur af te zijn '. Waarop ik dan zeg: 'nou, je zegt precies hoe het moet. Voor mij is het duidelijk dat je het kunt. Je hebt op dit moment alleen even een steuntje in de rug nodig om het weer op te pikken.'

Wanneer start Families First?

Families First komt in beeld als door een erkend plaatser een indicatie voor uithuisplaatsing gesteld is. De gezinsleden zijn op de hoogte van de voorgenomen uithuisplaatsing, en tenminste één ouder moet bereid zijn mee te werken aan de behandeling om dit te voorkomen. Families First is alleen mogelijk als de veiligheid van het kind voldoende is gewaarborgd. Voor ruim 30% van de kinderen is een justitiële maatregel (doorgaans OTS) van kracht. De meest voorkomende redenen van aanmelding zijn: tekort in de opvoeding en ernstige gedragsproblemen van het kind. In een eerste gesprek worden met de teamleider, gezinsbegeleider, en alle gezinsleden (vanaf ongeveer 12 jaar) de doelen geformuleerd. Als moeder bijvoorbeeld zegt: 'ik wil dat Carla naar me luistert ', wordt hieruit het doel gevormd: moeder leert om Carla te laten luisteren. Elk doel wordt weer onderverdeeld in kleinere stapjes, zodat er snel resultaat kan worden gemeten, waardoor de ouders gaan geloven in hun eigen mogelijkheden.
Pieter: 'als je heel goed naar ouders luistert, dan hoor je vaak dat ze eigenlijk een goed inzicht hebben. Ze moeten echter leren om goeie ikboodschappen te geven. Dus niet tegen hun kind zeggen 'doe eens normaal ', als hij zijn voeten op de tafel legt, maar: 'ik wil dat je je voeten van de tafel haalt, want.. anders wordt de tafel vies, of je beschadigd hem etcetera. Benoem wat je niet wilt. Als ouders dat eenmaal opgepikt hebben, merken ze dat ze daar veel resultaat mee boeken, en dat de omgang met het kind verbetert.'

Resultaten

Uit onderzoek naar Families-First-behandelingen in 1994 in 234 gezinnen met 320 kinderen blijkt dat 76% van de kinderen een jaar na afsluiting van de behandeling nog thuis woont. Voor ruim 70% van de kinderen zijn verbeteringen in de opvoeding geconstateerd, zowel door de gezinsmedewerkers als door de ouders. 92% van de ouders zou deze hulp ook anderen aanraden. Wel vinden veel ouders en gezinsmedewerkers de geboden hulp te kort.
'De kracht van Families First ligt er juist in dat ouders sterk gemaakt worden, en minder zorg-afhankelijk.Als je het project langer laat duren wordt het risico groter dat mensen afhankelijk worden van zorg ', meent Hans Jagers, landelijk projectmedewerker voor Families First. 'Elke behandelvorm heeft zijn plafond, elke therapie bereikt na een bepaalde periode zijn optimale resultaat, en voor Families First is dat na vier tot zes weken.'
Dit betekent niet dat in die tijd alle problemen zijn opgelost, vaak blijven de problemen fors, maar de crisis is bezworen, een verandering in gang gezet, en de noodzaak van uithuisplaatsing is veelal van de baan. 'Maar je moet je ook afvragen of het wel re*euml;el is te streven naar het verdwijnen van problemen. Soms is misschien een andere aanpak meer geschikt.'
Zo 'n andere aanpak is bijvoorbeeld nodig wanneer een van de ouders zelf nog problemen uit de jeugd te verwerken heeft, of wanneer het gezin diep in de schulden zit en moet leren budgetteren. 'De bedoeling van Families First is toch dat na vier weken het netwerk zodanig versterkt is, dat men het redt met elkaar. En in dit netwerk zullen ook professionele hulpverleners een rol blijven spelen.'

Eventuele vervolghulp

Over de geboden vervolghulp blijken zowel ouders als de gezinsmedewerkers niet altijd tevreden. De kritiek is dat die hulp lang niet altijd aansluit bij de werkwijze van Families First. Bij Families First worden de cliënten als collega 's beschouwd, en ook de meest problematische gezinnen krijgen daar een kans om hun problemen op te lossen. Niemand wordt er beschuldigd als iets niet goed gaat, omdat er vanuit wordt gegaan dat iedereen naar vermogen doet wat hij op dat moment kan doen. De hoop op verbetering blijft altijd aanwezig, omdat het de motor van het veranderingsproces is.
'Je zegt nooit wat ik moet doen ', krijgt Pieter vaak van verwonderde ouders te horen. Voor Pieter is dat vanzelfsprekend: 'het is niet mijn leven, het is hun leven, ik doe in die vier weken gewoon wat de ouders aangeven. Zij geven de problemen aan, zij geven aan wat ze willen veranderen en hoe ze met hun kinderen verder willen. Ik help ze alleen om dingen waar ze last van hebben, op een andere manier te doen. Maar daarbij staat natuurlijk wel voorop dat een kind er niet onder mag lijden. Dan grijp ik in, een kind mag nooit de dupe worden.'