artikel uit Mobiel 3, juni 1998

Pleegzorg in Hongarije steeds belangrijker

Door Kari Matela (hoofd jeugdhulpverlening in Oulu, Finland) en Rob van Pagee (directeur van de stichting 'Op Kleine Schaal', Amsterdam)

Van 21 tot 23 Augustus a.s. wordt in Nyíregyháza, Hongarije, de Europese Pleegzorg Conferentie gehouden. Hongarije organiseert samen met Nederland en Finland deze conferentie. De pleegzorg in Hongarije heeft altijd sterke wortels gehad ondanks dat het voormalige regime, zoals in veel Centraal- en Oost-Europese landen, meer op het collectief dan op het gezin was gericht. Momenteel wonen er meer dan 7000 kinderen in pleeggezinnen.

Vorig jaar november is in Hongarije de nieuwe Wet op de Jeugdbescherming van kracht geworden waarmee een tijdperk van bijna uitsluitend residentiële zorg voor uit-huis-geplaatste kinderen is afgesloten. De strekking van de nieuwe wet komt overeen met die van de Nederlandse wetgeving op dit gebied: hulp moet zo licht mogelijk zijn, zo dicht mogelijk bij huis gegeven worden en zo kort mogelijk duren. Karoly Gaspar, hoofd van de afdeling Jeugdzorg van het Hongaarse ministerie van Welzijn heeft veel verwachtingen van de nieuwe wet. 'We concentreren ons nu op het voorkomen van problemen en niet meer enkel op het repareren van ontstane schade.'
Momenteel zijn ruim 21.000 kinderen en jongeren uithuisgeplaatst waarvan er ruim 7000 opgroeien in pleeggezinnen.
' Wij willen het aantal uithuisgeplaatste kinderen de komende 5 tot 6 jaar halveren. Een voorwaarde voor het slagen hiervan is dat de Centra voor Gezinsondersteuning die we nu oprichten, van de grond komen en in staat zijn een scala aan hulpverleningsvormen te realiseren van preventie tot residentiële behandeling. De provincies en grote gemeentes moeten daarvoor extra middelen vrijmaken en er in slagen om de vele interdisciplinaire taken goed te organiseren ' , aldus Gaspar.

Pleegzorg neemt toe

Op dit moment zijn er 135 Centra voor Gezinsondersteuning, maar het is de bedoeling om tot 300 van dit soort centra te komen.'Daarmee zijn we op de goede weg ', zegt Karoly Gaspar, 'als men bedenkt dat 15 jaar geleden nog 45.000 kinderen en jongeren bijna uitsluitend in tehuizen woonden. Ons streven is nu om - naast pleegzorg - kleinschalige woonvormen te ontwikkelen die zoveel mogelijk lijken op een gezinssituatie.'
De bevoegdheid om kinderen te onttrekken aan de ouderlijke zorg is geconcentreerd bij de provincies en grote gemeentes.
In de gemeentes zijn speciaal voor dit doel bestuurlijke en juridische afdelingen in het leven geroepen. Op deze afdelingen werken zowel sociaal werkers als juristen. Beslissingen van deze afdelingen hebben vrijwel dezelfde juridische kracht als rechterlijke uitspraken.
De situatie van een kind in een pleeggezin of in een tehuis wordt jaarlijks beoordeeld. Ouders hebben het recht om de zorg voor het kind terug te eisen en het kind kan naar huis terugkeren als de omstandigheden gunstig zijn en het belang van het kind hierdoor niet wordt geschaad. Men probeert er voor te zorgen dat de ouders en het in een pleeggezin opgroeiende kind goed contact houden.

Scholing

Op het gebied van de scholing van maatschappelijk werkers worden goede vorderingen gemaakt. Eind jaren tachtig werd een eerste opleiding gestart en begin jaren negentig kwamen de eerste maatschappelijk werkers beschikbaar. Wel is er nog een gebrek aan juristen die ter zake deskundig zijn. 'Hierdoor zullen de regionale afdelingen slechts langzaam van de grond kunnen komen ', zo vreest Gaspar.

Pleegzorg en residentiële zorg samen

De grote invloed van de traditionele institutionele zorg is in Hongarije nog goed zichtbaar. Wanneer kinderen uithuisgeplaatst worden gaan zij bijna altijd eerst naar de regionale 'giyvi ', een residentieel opvangcentrum. Van daaruit wordt bepaald of plaatsing in een pleeggezin geïndiceerd en mogelijk is. In toenemende mate zijn de giyvi 's bereid om deze vaak grootschalige tehuizen om te bouwen naar kleinschalige voorzieningen en om pleegzorg veel meer te benutten. Zo organiseerde bijvoorbeeld de, in het oosten van Hongarije gelegen giyvi van Nyíregyháza - de stad waar de komende Europese pleegzorg conferentie gehouden wordt - in 1996 pleegzorg voor 1200 kinderen. Er zijn daar nu 700 ouders werkzaam als pleegouders, waarvan 40 fulltime als z.g. professionele pleegouders. In Hongarije wordt een onderscheid gemaakt tussen pleegouders en z.g. professionele pleegouders. De laatsten zijn meestal in dienst van de giyvi, hebben meerdere kinderen in huis en hebben 300 uur extra training gehad.
'Door de hoge werkloosheid, vooral onder vrouwen, in dit gebied hebben veel werkloze vrouwen in de pleegzorg werk gevonden als professionele hulpverleners ', zo vertelt Zsáka Nemes, directeur van de giyvi in Nyíregyháza en deze zomer gastvrouw van de IFCO-conferentie.

Samenwerking tussen Hongarije en Nederland

Momenteel wordt in Hongarije het in Nederland bekende STAP-pleegzorg educatietraject geïmplementeerd. In Hongarije heet dat het FIKSZ-programma. Het ministerie van Buitenlandse zaken heeft hiervoor geld beschikbaar gesteld en de eerste groep van 30 trainers is inmiddels opgeleid. Het is de bedoeling dat deze training de tehuisdirecties in staat stelt pleegouders te werven, voor te bereiden en te selecteren om daarna kinderen en jongeren te plaatsen.

Kleinschalige woonvormen

oor de kinderen die (nog) niet naar een pleeggezin kunnen gaan splitst de giyvi in Nyíregyháza zich momenteel op in kleinere wooneenheden die een gezinssituatie benaderen. Daarvoor is een aantalvrijstaande woningen in en om de stad gevonden, waarin 10 tot 13 kinderen van verschillende leeftijd wonen. 'Maar het blijft een moeilijke zaak om kinderen goed te begeleiden op hun weg naar volwassenheid en zelfstandigheid, als een instelling eigenlijk over onvoldoende middelen beschikt om die jongeren goed te ondersteunen ', aldus Zsáka Nemes.

Etnische minderheden oververtegenwoordigd

In Hongarije zijn kinderen uit etnische minderheden, vooral de Roma-groep, in de pleegzorg oververtegenwoordigd. Deze kinderen hebben het vaak extra moeilijk omdat zij zich niet alleen moeten aanpassen aan nieuwe leefomstandigheden maar ook aan de taal, de andere cultuur en omgangsvormen. 'Om deze reden hebben we geprobeerd ook hulpverleners uit deze etnische minderheden te werven, opdat de kinderen hun eigen taal kunnen blijven spreken en zich beter thuis voelen ', aldus Nemes. 'Het probleem is alleen dat er niet veel van dit soort gezinnen beschikbaar zijn '. Bovendien staan lagere sociale groepen vaak nogal argwanend tegenover de Roma-groep. Dit levert problemen op bij het vinden van pleeggezinnen voor deze kinderen.

Building Networks

'De Hongaarse pleegzorg kijkt vol verwachting uit naar de komende IFCOconferentie ', zegt Nemes. Zij denkt dat de komst van pleegzorg collega 's uit zoveel Europese landen een inspiratie en steun is voor de mensen die hard aan de vernieuwing van de zorg voor kinderen werken. In ieder geval werken zij en haar medewerkers er hard aan om het bezoek van de vele pleegouders en pleegzorgwerkers uit heel Europa onvergetelijk te maken.