artikel uit Mobiel 3, juni 1998Van vervangend naar gedeeld ouderschap |
Door Mirte Loeffen, projectmedewerker van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW)
Ouderschap delen is niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk voor een goed verlopende pleegzorgplaatsing, stelt orthopedagoge en filosofe Mirte Loeffen. Er wordt te vaak de nadruk gelegd op verschillen tussen pleegouders en ouders. Pleegouders worden voorgesteld als superouders die 'slechte ' ouders vervangen. Men verliest daarbij uit het oog wat beide partijen verbindt, namelijk de zorg om een kind.
Het contact tussen ouders en pleegouders verloopt lang niet altijd vlekkeloos. Soms vechten pleegouders en ouders een concurrentiestrijd uit: wie doet het goed en wie niet? Er is een gebrek aan team-work in de pleegzorg. Mensen hebben niet het idee dat ze samen een klus klaren. Pleegouders denken vaak dat ze het ouderschap in al haar facetten over moeten nemen en ouders vrezen dat ze niet langer ouder mogen zijn als hun kind elders woont. Wanneer ouders en pleegouders in een dergelijke strijd verwikkeld zijn, raakt het kind in de knel.
Gedeeld ouderschap
Delen van het ouderschap is een belangrijke voorwaarde om een goede bedding te geven aan een
pleegzorgplaatsing. Maar voor wie en waarom is dat 'samen ouder zijn ' nu precies belangrijk?
Allereerst voor de pleegouders. Het is een wel erg zware last op de schouders wanneer er van hen wordt
verwacht dat ze model-ouders zijn en dat ze bovendien de enige personen zijn aan wie het kind zich kan,
moet en mag hechten. Het delen van het ouderschap is dus in hun eigen belang. Uit onderzoek blijkt dat
kinderen zich aan meerdere mensen hechten. De Nederlandse onderzoeker IJzendoorn spreekt zelfs over
gehechtheidsnetwerken die uit maximaal vijf volwassenen kunnen bestaan. Kinderen kunnen veiligheid
zoeken bij hun ouders, maar ook bij hun meester of juf op school, de buurvrouw of bij de pleegouders.
Ook ouders zijn gebaat bij gedeeld ouderschap. Ouders gaan zich tegen een uithuisplaatsing verzetten als
zij hun ouderschap moeten opgeven zonder dat er een nieuwe invulling van de ouderrol plaatsvindt.
Voor ouders is de rouw om het verlies van de opvoedingsverantwoordelijkheid te groot als deze nieuwe invulling
aan het ouderschap niet wordt gegeven. Wanneer ouders het gevoel krijgen dat ze geen ouder meer
mogen zijn, zetten zij pijn en verdriet vaak om in agressie. Ouders kunnen dan dwars gaan liggen en zich
op alle mogelijk manieren afzetten tegen de pleegouders.
Voor pleegkinderen betekent een gedeeld ouderschap van ouders en pleegouders dat zij niet hoeven
kiezen tussenbeide. Kinderen moeten van zowel de ouders als van de pleegouders mogen houden.
Wanneer pleegouders steeds aangeven dat hun pleegkind ook van zijn ouders mag houden is dit goed
voor het gevoel van eigenwaarde van het kind. Een kind komt voort uit zijn ouders. Als een kind het idee
heeft dat zijn ouders slecht zijn, voelt hij zichzelf ook slecht. Het kind kan zich dan afvragen: 'Als mijn
ouders slecht zijn, hoe kan ik dan goed zijn?'
Tot slot nog een praktische reden om het ouderschap te delen. Ouders weten nu eenmaal dingen over hun
kind die niemand anders weet. Als pleegouder ben je afhankelijk van die ervaringskennis. Informatie over
het verleden van een kind maakt het gemakkelijker om gedrag te begrijpen.
Ergernissen
Ouderschap delen kan moeilijk zijn om een heleboel redenen bijvoorbeeld door cultuurverschillen tussen
ouders en pleegouders. Een Surinaamse moeder die tijdens bezoeken Surinaams eten meeneemt
bekritiseert niet per se de kookkunst van de Nederlandse pleegmoeder. Het eten draagt voor haar
misschien bij aan een ontspannen sfeer.
Bovendien doet het ouders goed te kunnen geven. Geven is misschien wel de essentie van ouderschap. Ouders willen laten zien dat ze om hun kind geven door te
geven. Het is ook om die reden dat ouders vaak met grote cadeaus aankomen. Voor pleegouders is dit
vaak ergerlijk. Bij onbegrip is het voor zowel ouders als pleegouders belangrijk om zich in de situatie van
de ander te verplaatsen.
Pleegouders kunnen door de grote cadeaus het gevoel krijgen dat ze het in de
ogen van de ouders niet goed doen. Ouders die van de pleegouders geen cadeaus mogen geven, denken
dat de pleegouders het kind van hen af willen pakken.
Het bespreekbaar maken van de wederzijdse gevoelens en gedachten levert ongetwijfeld een bijdrage aan
begrip voor elkaar. Een pleegouder kan tegen een ouder zeggen: 'Ik zie aan de moeite die je doet voor het
kopen van cadeaus hoeveel je om je kind geeft. Misschien kunnen we ook andere manieren bedenken
waarop je aan je kind laat merken dat je zielsveel van hem houdt.'
Een ouder kan in zo 'n situatie tegen
een pleegouder zeggen: 'Dit is het enige dat ik kan doen voor mijn kind. Jij wast hem, kleedt hem aan en
brengt hem naar bed. Ik kan cadeaus kopen.'
Ook afspraken kunnen een bron van ergernis zijn tussen ouders en pleegouders. En soms is er voor dit
soort problemen een simpele oplossing. Zo vertelde een pleegzorgbegeleider eens dat de bezoektijden
voor een verslaafde moeder altijd 's ochtends vroeg waren gepland. De pleegmoeder was boos dat de
moeder nooit op tijd kwam. Uit een gesprek met moeder bleek dat iemand die verslaafd is 's ochtends
moeilijk op gang komt. Toen de bezoektijden naar een later tijdstip werden verschoven, was het probleem
de wereld uit.
Inlevingsvermogen
Belangrijk bij de totstandkoming van gedeeld ouderschap is het inlevingsvermogen van alle betrokkenen in
de positie van de ander.
Het begint bij de erkenning van de pijn van de ouder. 'Het afstaan van je kind moet voelen alsof er een
stuk in jezelf doodgaat ', zei een pleegzorgwerker eens tegen een moeder. 'Ja ', kon de moeder
antwoorden, 'het is zelfs erger dan een dood kind, want bij het afscheid na ieder bezoek sterft het weer en
begint de rouw opnieuw.'
Maar lang niet iedere ouder ontmoet een begripsvolle pleegzorgwerker of pleegouder. Lang niet elke
pleegouder krijgt te maken met een welwillende ouder en lang niet elke pleegzorgwerker heeft te maken
met ouders en pleegzorgwerkers die goed samen werken. Goede ondersteuningsprogramma 's kunnen
hierbij een belangrijke rol spelen om pleegzorgwerkers, ouders en pleegouders te helpen bij het
vormgeven van het gedeelde ouderschap. In de Verenigde Staten experimenteert men al tien jaar met
dergelijke programma 's. Van die ervaringen kunnen wij een hoop leren.
Zo lang deze structurele ondersteuning voor pleegouders, ouders en pleegzorgwerkers er nog niet is, is
het belangrijk dat alle betrokkenen bij een pleegzorgplaatsing problemen bespreekbaar maken en
gevoelens van anderen benoemen. Achterhaal steeds het waarom van gedrag. Een voorbeeld is het
conflict tussen moeder en pleegmoeder omdat de moeder het kind eens per twee weken wilde bezoeken,
terwijl de pleegouders eens in de twee maanden voldoende vonden. De pleegzorgwerker besloot
uiteindelijk tot een compromis: eens per maand. Toen dat eenmaal was afgesproken, bleek de moeder
helemaal niet zo vaak te komen. Het conflict over de bezoekregeling ging niet over de bezoeken, maar
over de zeggenschap over het kind. Toen de strijd om het kind was verdwenen, vond de moeder rust en
kon zij haar kind een beetje loslaten.
De winst voor het kind
Het oplossen van problemen tussen ouders en pleegouders is niet altijd mogelijk. Natuurlijk zijn er ook
ouders die onberekenbaar en moeilijk in de omgang zijn. Dan kun je uiteindelijk besluiten om ze zoveel
mogelijk op afstand te houden. Maar dat mag alleen als alles is geprobeerd en alle partijen tot het uiterste
gegaan zijn in hun pogingen om het ouderschap samen te delen.
Want als het lukt om de strijd uit de relatie tussen pleegouders en ouders te halen is dat winst voor het
kind. Het kan zich dan aan de ouders én de pleegouders hechten. De stroming in pleegzorgland die zegt
dat een kind zich aan de pleegouder moet kunnen hechten en de andere stroming die zegt dat afstamming
en identiteit erg belangrijk zijn, gaan dan prima samen.