thema-artikel uit Mobiel 3, juni 1998

Bemiddelen tussen verwachtingen

thema: verwachtingen rondom pleegzorg

Door Anjo van Hout

Plaatsers hebben niet alleen duidelijke verwachtingen van aspirant-pleeggezinnen, maar ook van de Voorzieningen. Voeg daarbij nog de verwachtingen van het kind, de jongere en de ouders, en het is zonneklaar dat het de kunst is om al die verwachtingen en wensen op elkaar af te stemmen. Anjo van Hout legde twee maatschappelijk werksters in de vrijwillige hulpverlening, een aantal vragen voor over de afstemming van de verschillende verwachtingen bij een matching.

Wat verwacht een plaatser van een Voorziening voor Pleegzorg?
'Als maatschappelijk werker vanuit de vrijwillige hulpverlening verwacht ik dat, wanneer een cliënt niet kan putten uit het eigen netwerk voor de opvang van het kind, een Voorziening hierin voorziet. Voorzieningen beschikken immers over een bestand van gescreende, getrainde en gemotiveerde gezinnen. Maar we zoeken in eerste instantie in de eigen familie en het netwerk.'

Met welke informatie onderbouwen jullie je verwachtingen van een aspirantpleeggezin aan het begin van een matching?
'Uit de dossiers van de pleegouders kunnen wij informatie putten over het pleeggezin, over hun verwachtingen, hun achtergrond en hun motivatie. Bij de matching wordt hiervan gebruik gemaakt om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Natuurlijk wordt er ook met de cliënt besproken wat hij/zij van het pleeggezin verwacht. Voor een cliënt waar al een langer contact mee bestaat is het gemakkelijker een inschatting te maken, dan voor een cliënt die recent binnengekomen is. Een voorbeeld: Een moeder was op zoek naar een weekendopvang voor haar twee kinderen. Er was binnen haar netwerk geen geschikte mogelijkheid. De Voorziening beschikte over een bestandsgezin dat vrij was. Het ging om een lesbisch paar, dat graag 1 kind in een bepaalde leeftijd op wilde vangen, al zat er in die wens wel enige onderhandelingsruimte. Het is dan onze taak om met moeder te bespreken hoe ze tegenover dit aanbod staat. De pleegzorgwerker legt aan het pleeggezin voor of zij ook bereid zij twee kinderen op te vangen. Gelukkig heeft tot een succesvolle matching geleid.'

Hoe checkt een plaatser de verschillende verwachtingen tijdens de matching verder?
'Plaatsers onderzoeken zowel bij bestands- als bij familie/netwerkpleeggezinnen - ondanks de screening door de Voorziening - of het pleeggezin een geschikt gezin is voor dit specifieke pleegkind. Bij een familie/netwerkplaatsing gebeurt de matching meestal achteraf omdat de pleeggezinnen hier vooraf zelf gekozen zijn door de familie of door de jongere. In de overige gevallen moeten de verwachtingen van de verschillende partijen omtrent de plaatsing in deze matchingsperiode aan elkaar duidelijk worden gemaakt. In een gezamenlijke bijeenkomst o.l.v. de plaatser en de pleegzorgbegeleider, is dat dan ook een van de belangrijkste onderwerpen. Want het luisteren naar elkaars verwachtingen en de afstemming daarvan - het is bijvoorbeeld van belang dat de ouders akkoord gaan met het voorgestelde gezin - is mede bepalend voor het verloop van een plaatsing. Een dergelijke bijeenkomst zou eigenlijk overal tot de standaard besprekingen in de matchingsfase, of in de voorbereidingsfase moeten behoren.'

Door het verschil in vraag en aanbod wordt er in de praktijk al vanaf de start gewerkt aan een bijstelling van de verwachtingen. Maar hoever ga je in het doen van concessies?
'Hulpvragende ouders en pleegouders worden in de matchingsfase in de gelegenheid gesteld om zelf te ontdekken of hun wederzijdse verwachtingen realistisch zijn, of dat ze moeten worden bijgesteld. De taak van de professionals is om hierin te bemiddelen en de matching in goede banen te leiden.'

Stel dat de verwachtingen tijdens een plaatsing veranderen, wat dan? Heeft dat gevolgen voor het verloop van een plaatsing?
'Tijdens het verloop van een plaatsing kan dat inderdaad gebeuren. Jongeren kunnen gehoopt hebben op meer vrijheid en ouders op een regelmatiger contact met het pleeggezin. Kinderen kunnen ander gedrag gaan vertonen bijvoorbeeld een terugval van leeftijdsadequaat gedrag naar kleutergedrag. Soms hebben plaatsers te maken met hooggespannen verwachtingen van pleegouders t.a.v. het pleegkind of de ouders. Door gesprekken proberen we zulke veranderde verwachtingen te relativeren en bij te stellen.'

Welke verwachtingen heeft een plaatser ten aanzien van de professionals in dit hele proces?
'Het is prettig dat de begeleiding tegenwoordig gescheiden is. Het hulpvragende gezin heeft een eigen begeleider en het pleeggezin eveneens. Wel moeten de professionals de wensen van alle partijen in hetoog houden. Er moet dus regelmatig overleg plaatsvinden tussen plaatser en begeleider om de zaken af te stemmen en de afspraken helder te houden en te bewaken. Want wanneer verwachtingen niet uitkomen kunnen er flinke spanningen ontstaan. Beide partijen, ouders en pleegouders, hebben dan gelukkig een plek om hun emoties te ontladen. Het is dan aan de professionals om te bemiddelen tussen de botsende verwachtingen.'