thema-artikel uit Mobiel 3, juni 1998'We leven nu en morgen zien we wel ' |
thema: verwachtingen rondom pleegzorg
Door Baukje Burggraaf
Het pleeggezin Lettinga bestaat uit pleegmoeder Alie, pleegvader Martin, de elfjarige Kees en de zevenjarige tweeling Sonja en Nancy. Kees woont er sinds november 1996 en de tweeling kwam begin dit jaar. Met MOBIEL denkt Alie terug aan de tijd toen ze nog geen pleegkinderen hadden: wat was haar beeld van de pleegzorg toen, wat waren de verwachtingen en komt dat alles overeen met haar huidige situatie? Pleegzoon Kees, een hyperactieve jongen, speelt de hoofdrol in onze terugblik.
De voorbereiding
Alie en haar man zijn ongewild kinderloos. 'Toen we dat eenmaal geaccepteerd hadden zijn we ons gaan
oriënteren op andere mogelijkheden. Op een gegeven moment zijn we naar de STAP-cursus gegaan. Na
een avond of zes vonden we: 'dit lijkt ons wel wat. Laten we eens serieus over pleegzorg nadenken.'
Een aantal zaken lag meteen al duidelijk. 'Mijn man had geen ervaring met kinderen, daarom wilden we
rustig beginnen en niet met pubers.' Zelf heeft Alie wel veel met kinderen gewerkt, als groepsleidster en tot
voor kort als orthopedagoge, en vanuit die ervaring zegt zij: 'ik weet welke kinderen me wel of niet liggen.
Een hyperactief kind ligt me wel, maar een zwakbegaafd kind vind ik weer moeilijker.'
Ook over het soort plaatsing waren beiden het snel eens: 'We wilden een perspectiefplaatsing, een
tijdelijke plaatsing vonden we te onrustig. Op de STAP-cursus leer je er ook achter te komen wat voor plek
jij kunt bieden en welk type kind daar het beste bij past. Bijvoorbeeld mijn man is mastenmaker, hij werkt
de hele dag met zijn handen, en ik veel meer met mijn hoofd, daar moet het kind bij passen.'
De komst van Kees
Toen eenmaal duidelijk was dat Kees bij hen zou komen wonen probeerde Alie vooraf een zo goed mogelijk beeld van hem te krijgen. Ze vulde haar werkervaring aan met extra dossierinformatie via de maatschappelijk werker en de gegevens van het internaat. Over veel zaken was dan ook al gesproken voordat Kees kwam. 'We wisten van zijn dagritme, van bedtijden en van de hoogte van het zakgeld. Maar we hadden nooit over duidelijke regels nagedacht. We dachten: gezellig, een kind in huis. Natuurlijk zouden er haken en ogen zijn. Maar welke dat zijn kun je van te voren niet overzien.'
De ingroeifase
Alie zegt ook nauwelijks een voorstelling te hebben gehad van de manier waarop Kees zou ingroeien in
hun leefsituatie: 'we hebben daar bijna niet over nagedacht. Mijn opvatting toen was: 'we leven nu en
morgen zien we wel '. Maar tijdens de STAP-cursus was wel duidelijk geworden dat we kinderen wilden die
nog konden hechten, omdat dat een levensvoorwaarde is om op te groeien. Zelf wilden we die band
beginnen met de dagelijkse dingen, het vast daar op kunnen rekenen, de vanzelfsprekendheid daarvan,dat biedt veiligheid. Maar bij Kees lijkt het op dit moment eerder op: hoe meer veiligheid, hoe extremer zijn
gedrag. Dat kalmeert wel weer en dan zijn we weer wat dichter bij elkaar gekomen.'
Een hechtingsband met de pleegouders wil voor Alie niet zeggen dat de pleegkinderen zich moeten
onthechten van de ouders. Alie: 'Als je dat doet, verlies je de strijd. Ouders moet je niet veroordelen maar
hoog en droog op een podium zetten. Een voorbeeld: op school maken ze iets voor moederdag. Deze
cadeautjes geven ze aan hun moeder. Hier vinden wij ontbijt op bed en de afwas doen genoeg.'
B Hooguit wat aanpassingen
Ik had het naïeve idee dat, als je een kind in huis neemt, je verder gaat met je leven, hooguit met wat aanpassingen. Maar na de komst van Kees stond mijn leven totaal op z 'n kop en dat was niet omdat hij hyperactief is. Prioriteiten, ritme, alles veranderde: niet meer uitslapen, geen maaltijden meer overslaan, gewoon op bepaalde tijden er moeten zijn, vakantie aanpassen. Kortom: het is een hele grote stap geweest van geen kinderen naar één kind. Dat had ik nooit allemaal voorzien. Ze kunnen het je vertellen, maar wat dat precies inhoudt realiseer je je op dat moment niet echt. Ik heb ook toen pas gemerkt wat het betekent als je negen jaar voorgeschiedenis mist met je kind.'
Oudercontacten
Ouders van de pleegkinderen nemen in pleegzorg een belangrijke plaats in. De manier waarop zich dat voordoet en hoe je daar op moet reageren is van te voren niet te voorzien volgens Alie: 'In theorie hadden we ons erop voorbereid om ouders en familie een plek te geven in ons gezin. Maar we hadden ook zoiets van: we zien wel wat er gaat komen. Kees speelde zijn moeder en mij in het begin dan ook feilloos tegen elkaar uit. Ik heb er regelmatig met haar over gesproken. En daar is wel begrip voor geweest. Over de oudercontacten kun je van te voren wel goede afspraken maken, maar als ouders steeds aan hun kind blijven trekken moet je dat opnieuw aan de orde stellen. Met de begeleiding moet dan bekeken worden hoe reëel voor beide partijen de eigen gevoelens en behoeften zijn. Er moet dan een manier worden gevonden om het te hanteren. Het is goed dat een pleeggezin dat soort dingen niet allemaal zelf hoeft te doen.'
Het functioneren van de pleegzorg
Alie heeft nu zo 'n twee jaar meegelopen in de pleegzorg. Al kan zij alle informatie - sinds de komst van Kees - beter plaatsen, toch zegt zij in sommige opzichten nog steeds geen goed idee te hebben hoe de pleegzorg in elkaar zit. 'Ik weet dat je een vergoeding krijgt, maar waar dat geld vandaan komt, dat weet ik nog steeds niet. Wat er gebeurt tussen aanmelding en plaatsing, daar heb ik geen idee van. Het is onnavolgbaar vanaf het moment dat ze zeggen: we gaan een kind zoeken totdat het kind komt. Ik heb geen idee van het systeem.'