artikel

Home-Start: hulpverlening aan huis

Door Nelleke Visscher en Kees Vreeburg,
Redactieleden Mobiel

De laatste tien jaar groeide in de hulpverlening gestaag de overtuiging dat hulp aan gezinnen met problemen zo tijdig mogelijk moet plaats vinden, zo licht mogelijk van vorm moet zijn, van zo kort mogelijke duur en zo dicht mogelijk bij huis gegeven moet worden. Dichter bij huis dan thuis is niet denkbaar. De Nederlandse overheid stimuleert dan ook de ontwikkeling van gezinsgerichte behandelingsprogramma's, ook wel home-training genoemd. Pauline van Schie bespreekt hier zo'n ondersteuningsvorm: Home-start. In het volgende nummer van Mobiel bespreekt zij het projekt Families-First.

Home-Start biedt ondersteuning in gezinnen waar lichte problemen nog niet zijn uitgegroeid tot een zware problematiek. Voor Home-Start luiden de sleutelwoorden: acceptatie, vriendschap, tijd, en wederzijdse vrijwilligheid.

Silvia over Home-Start: "Samen lachen, samen huilen, je begrepen voelen, en af en toe je ei kwijt kunnen, wetende dat je in je waarde wordt gelaten. Dat gaf me ongemerkt toch steeds weer een oppepper, en zo ben ik er helemaal uit gerold."

Ondersteuning op vrijwillige basis

Home-start is een nog vrij jonge vorm van hulpverlening-aan-huis, speciaal opgezet om moeders van jonge kinderen te ondersteunen in een moeilijke periode. Het richt zich niet op de kinderen in een gezin, maar op de ouders. In de praktijk draait het vrijwel uitsluitend om moeders. De achterliggende gedachte is dat een moeder die goed in haar vel zit, een betere moeder kan zijn.

Bij Home-Start gaan zowel de hulpvrager als hulpverlener een tijdelijk samenwerkingsverband aan op vrijwillige basis. Daarbij is het de moeder van het Home-Start-gezin die aangeeft wat ze aan hulp nodig heeft; als iets voor de moeder geen probleem is, is het voor Home-Start ook geen probleem. Als een moeder (nog) niet over iets wil praten, dan forceert een vrijwilligster of coördinator haar daar ook niet toe. Home-Start volgt het 'ritme van het gezin'.

De overtuiging die hieraan ten grondslag ligt is dat ouders over voldoende mogelijkheden beschikken om hun kinderen adequaat te begeleiden en op te voeden.

Home-Start wil moeders stimuleren de kracht te (her)vinden om moeilijke situaties het hoofd te bieden en (weer) grip te krijgen op het eigen leven. Dat wil men bereiken door het vergroten van het zelfvertrouwen van ouders en het versterken van hun sociale relaties.

Op je eigen handen gaan zitten, en luisteren

Silvia was zelf drie jaar geleden nog een Home-Start-gezin. Inmiddels werkt zij als Home-Starter in een ander gezin. "Wat ik zelf heel belangrijk vond in de tijd dat ik hulp nodig had, was dat je geen maatschappelijk werker over de vloer had die jouw problemen te lijf ging. Met die Home-Starter praatte ik helemaal niet zo veel over de problemen, maar ook gewoon, over leuke dingen, koetjes en kalfjes. Ze was als een vriendin voor me, ze kwam echt voor mij, en ik kon haar altijd bellen als ik dat nodig had. Ze praatte ook veel over zichzelf. Ze had zelf ook wel eens zo'n moeilijke periode in haar leven meegemaakt. Dat geeft enorme steun, je voelt je niet alleen, en niet meer zo gruwelijk mislukt."

De Home-Starter neemt niet de taak van de moeder over, bemoeit zich niet met het huishouden, geeft geen wijze opvoedingslessen. Men komt in het gezin op basis van gelijkwaardigheid. Goed luisteren naar wat moeder zelf aankaart, persoonlijke betrokkenheid tonen en vooral de moeder in haar eigen waarde laten en haar accepteren zoals ze is. Dat zijn heel belangrijke eigenschappen voor een Home-Starter. Een gouden regel in de Home-Start-filosofie is dan ook: 'Je moet als Home-Starter op je eigen handen gaan zitten, en luisteren.'

Silvia heeft maar korte tijd Home-Start-hulp gehad, al na een maand of drie kon met de afbouw begonnen worden en kon ze het weer alleen redden. "Toen het afgelopen was heb ik me toch wel een hele tijd afgevraagd wat ik er nou eigenlijk aan gehad had. Ik had het toch allemaal weer alleen gedaan, vond ik. En dat had ik natuurlijk ook, maar als zij er niet was geweest, had ik nét die stappen niet ondernomen."

Toen een peuterspeelzaal vrijwilligers nodig had vroeg de Home-Starter: "Goh, is dat niks voor jou?" Aanvankelijk gooide Silvia het idee verre van zich: "Ik kan die ene van mij nog niet aan, wat moet ik dan met dertig kinderen?" Maar het idee liet haar toch niet los. Een maand later werkte ze inderdaad op de peuterspeelzaal en met veel plezier. Zo groeide niet alleen haar vertrouwen in haar vaardigheden om met kinderen om te gaan, zo ontstonden ook kameraadschappelijke contacten met collega's. De horizon werd verruimd.

Herkenningspunten

Nu ze zelf als Home-Starter werkt, ziet Silvia veel herkenningspunten: "als ik de eerste keer in een gezin kom, is er meestal veel rommel in huis. Net als bij mij destijds. Daar zeg ik dan niks van. Ik weet ook wel hoe moeilijk het kan zijn om op te ruimen als je niet goed in je vel zit. Maar geleidelijk aan zie je dat er steeds meer en beter wordt opgeruimd. Daar zeg ik dan wel altijd iets van, in de zin van 'gezellig' of 'lekker schoon'. Positieve dingen benoemen, dat is belangrijk. Dan krijgen ze weer zin om iets te gaan doen. Zo zie je sommige mensen stukje bij beetje groeien."

Pauline van Schie

In Nederland zijn inmiddels in 12 plaatsen Home-Start-projekten gestart of in opbouw in: Amersfoort, Dordrecht, Emmen, Gouda, Groningen, Heerlen, Leiden, Maastricht, Roermond, Rotterdam, Venlo en Venray. De projekten zijn aangehaakt aan verschillende professionele hulpverleningsinstellingen. Wie in zijn/haar regio het juiste adres wil weten, kan bellen met het NIZW, Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn te Utrecht, tel. 030-2306311, en vragen naar Anke van Dijk of Linda Terpstra. Wie zelf als Home-Start-vrijwilliger wil gaan werken, kan daar ook terecht, of, indien bekend, bij de plaatselijke coördinator. Vrijwilligers volgen een cursus van 6 dagen, en blijven na afloop 1 x per maand samen komen. Er worden geen opleidingseisen gesteld aan de vrijwilligers. Wel noodzakelijk zijn: opvoedingservaring, een open en positieve houding, en de bereidheid een vriendschapsband te ontwikkelen met een andere moeder.