artikel

Reacties op het thema

interviews door de redactie

Kinderloosheid en pleegzorg, in alle opzichten en bijna altijd een emotioneel verhaal. Onze oproep om te reageren op het thema-onderwerp in dit aprilnummer heeft een kleine lawine van reacties teweeggebracht. Een aantal brieven plaatsen we in zijn geheel en uit de overige kunnen we helaas - door ruimtegebrek - alleen citaten overnemen.

Eerst verwerken, dan pas beginnen

Ook wij waren al negen jaar kinderloos. Als je pas hoort dat je kinderloos zal blijven ga je de eerste jaren door een proces van verwerking over dit feit. Je praat ook over adoptie.

In ons geval redeneerden we als volgt. Die kinderloosheid is òns probleem.

En we gaan geen kind 'kopen' om ons probleem op te lossen. We moeten dit verwerken, accepteren. Na een aantal jaren merkten we toch regelmatig dat we kinderen wel wat te bieden hadden.

Een collega van mijn man had een pleegdochter. Via hem hoorde hij wel eens wat over pleegzorg. En op een goeie dag hebben we ze uitgenodigd en gebombardeerd met vragen. Langzaamaan werd pleegzorg overzichtelijk voor ons. We volgden de Top-cursus. Nog meer duidelijkheid.

Al met al leek het ons een heel avontuur maar: we melden ons aan. Drie avonden lang werden we op een fijne manier ondervraagd over onze motivatie, over de verwerking van onze kinderloosheid, over opvoeding en of er familie of vrienden waren bij wie we een uitlaatklep hadden.

We kregen toen ook te horen dat men in principe wel wat huiverig was om bij kinderloze echtparen te plaatsen want men was bang dat ze te adoptief ingesteld zouden zijn. Ook wij onderzochten ons hart en gevoelens nog eens! We willen geen kinderen om ons probleem op te heffen, maar om ze iets te geven warmte, geborgenheid, een thuis...

Het besluit viel en we werden geaccepteerd als langdurig pleegadres. Een maand later kwamen er twee broertjes van vijf en twee jaar. Een hectische tijd volgde. Alle kinderziektes volgden. Een half jaar lang zes of zeven keer 's nachts uit bed. Op en neer naar school. Familie van de jongens over de vloer. We doken er helemaal in, waren hondsmoe maar genoten er ook van. Zeker toen we bemerkten dat er rust in de tent kwam en de boys floreerden.

Er was aanvankelijk een OTS uitgesproken voor een paar weken. Maar

in de thuissituatie van de jongens ging het weer helemaal mis en er volgde toen een OTS voor een jaar.

Ik werd geconfronteerd met gevoelens naar de eigen moeder toe van - aan de ene kant - bewogen en mee kunnen voelen met deze vrouw, en aan de andere kant gevoelens van een soort jaloersheid (hé, je pakt de jongens niet af!) Zo'n eerste jaar komt

er veel op je af.

Inmiddels zijn we vijf jaar verder en het is duidelijk dat de jongens lang zullen blijven.

Er zijn momenten dat ik zeer blij ben dat we kinderloos zijn omdat ik zie dat je dan geen problemen hebt, over of je nu meer van je eigen kinderen houdt dan van het pleegkind dat in

je nest erbij kwam wonen. Ik zie nu ook dat je wel ervaring mist als moeder als je kinderloos bent, en je dus zeker in het begin veel moet leren en ook niet te trots moet zijn om te vragen en te communiceren met anderen hierover. Aan de andere kant is het fijn dat je zo onbevangen staat tegenover elk kind wat je huis inkomt. Je accepteert het gewoon zoals het is zonder dat je het vergelijkt met je eigen kinderen.

Kortom, ik vind dat kinderloze echtparen veel te bieden hebben, maar ze moeten hun kinderloosheid wel geaccepteerd hebben als ze aan pleegzorg beginnen.

Louter positieve ervaringen

  • Wij hebben louter positieve ervaringen met pleegzorg en kennen geen gereserveerde ontvangst. Hier is ons verhaal.

    Voordat wij met pleegzorg in aanraking kwamen wisten we al dat het onwaarschijnlijk was dat we ooit kinderen zouden krijgen. We wisten ook dat we het niet met elke mogelijke medische ingreep gingen proberen. Ten slotte wisten we ook dat we niet aan de criteria voor adoptie voldeden.

    We besloten we ons leven verder zonder kinderen in te richten. Op die manier moest er ook prettig te leven zijn.

    Maar na een tijdje zijn we toch eens naar een informatie-avond toegegaan, en vervolgens deden we de STAP-cursus om te kijken of pleegzorg echt iets voor ons zou zijn. We hebben de cursus samen als heel intensief ervaren er nog veel over nagepraat. Maar op deze manier werd het steeds helderder wat we wel en niet wilden en te bieden hadden.

    We kozen voor een kind dat bij ons groot wilde worden. We stonden daarna in de gesprekken met de cursusleiding stil bij de verwachtingen die wij hadden, wat we misschien in ons hart zouden willen en hoe moeilijk het zou zijn als er problemen ontstonden met de ouders van het kind. Toch besloten we het risico te nemen. Je kan in het leven nu eenmaal niet alles overzien en plannen. Had je eigen kinderen gekregen dat zou er ook van alles mis kunnen gaan.

    We hebben vanaf het eerste begin familie, vrienden en collega's in ons afwegingsproces - dat nogal eens wisselde - betrokken.

    Uiteindelijk kwamen we bij de TGV terecht als begeleidende organisatie en hebben ondertussen drie kinderen, waarvan het bij allemaal de bedoeling is om bij ons groot te worden, zgn. perspectief-plaatsingen.

    We genieten van de kinderen in ons huis, maar zuchten ook wel eens over de last die ze veroorzaken. Daar voelen we ons wel eens schuldig over, maar 'gewone' ouder verzekeren ons dat zoiets bij hen ook voorkomt. Des te meer genieten we van het privilege dat gewone ouders nooit hebben, namelijk af en toe een weekend vrij, om uit te slapen, uit eten te gaan of samen wat te ondernemen.

    Mensen die ons wat beter kennen vragen wel eens of het nog steeds verdrietig is dat we geen eigen kinderen hebben en tot hun verbazing is de reactie dan "nee, wij zijn uiterst tevreden over ons koppel".

    Wachten op pleegkind psychisch een zware belasting

    Met een tomeloos enthousiasme droomden wij over een gezin met drie eigen kinderen, en later uitgebreid met pleegkinderen. Dat leek ons heerlijk. Toen bleek dat wij zelf geen kinderen konden krijgen, hebben we eerst de tijd genomen om het verdriet hierover enigszins een plekje te geven. En pas toen kwam er ruimte voor onze andere wens. Pleegkinderen!

    We informeerden bij kennissen met pleegkinderen en namen vervolgens contact op met de Pleegzorg.

    Het duurde uiteindelijk nog twee jaar voor ons eerste pleegkind bij ons kwam wonen. Waarom dat zo lang duurde is voor ons altijd een raadsel gebleven. De gebruikelijke redenen hoorden we: 'Het matchen moet zorgvuldig gebeuren' en er zijn geen kinderen 'voorradig' in de categorie waar wij voor ingeschreven hadden: risicokind in de leeftijd van 0-6 jaar, en een langdurige plaatsing. Eenmaal, na anderhalf jaar wachten, deden we mee in een plaatsingsprocedure. Daar bleken we een van de twee gezinnen te zijn. De 14 dagen wachten zijn de langste geweest die we ons kunnen herinneren. Uiteindelijk ging het niet door.

    De teleurstelling was eindeloos groot en onze kinderwens was tijdens deze procedure weer levensgroot op de voorgrond gekomen. Het wachten op een kind werd een lijdensweg, niet meer te dragen. We hebben toen zelf een gesprek bij de Pleegzorg Centrale aangevraagd en onze behoefte uitgesproken. Alles leek samen te komen: acht jaar dokteren en ruim anderhalf jaar wachten, en ondanks dat we ons maatschappelijk leven van werken en studeren normaal voortzetten, werd ons te zwaar. Wij overwogen om ons terug te trekken.

    En toen kwam dan toch na tweeënhalf jaar Jim, 18 maanden oud.

    Het was de mooiste dag in ons leven. Het 'hebben' van een kind is veel leuker èn moeilijker dan we ooit hadden kunnen dromen. Maar het is het wachten waard geweest. Nog steeds genieten we van de capriolen van onze - ondertussen vijfjarige - pleegzoon. En het is dit genieten wat handen en voeten geeft aan een existentiële behoefte die al jaren aanwezig was. We ondervonden dat pleegzorg een extra dimensie in zich draagt.

    Jim's moeder probeert na twee jaar afwezigheid voorzichtig weer een plek in te nemen in zijn leventje. Voor moeder en pleegmoeder niet altijd even gemakkelijk. Toch zijn wij als pleegouders vooral gericht op het opbouwen van een vertrouwensrelatie, en die begint langzaam vorm te krijgen.

    Vorige maand is ons gezin uitgebreid met Sylvana, een prachtig meisje van een jaar. Ruim een jaar hebben we weer moeten wachten. Het wachten was minder lang en zwaar dan de eerste keer, toch blijft het lang duren.

    Jim en Sylvana vormen met hun achtergrond geen uitzondering in ons gezin, sterker nog, het bindt hen en geeft hen een gedeelde ervaring.

    Wijzelf ervaren het als een moeilijke maar bevoorrechte taak om onze opvoedingswens op deze wijze vorm te mogen geven.

    Ten slotte vinden wij dat juist ongewild kinderlozen vaak heel goed weten hòe zij ouderschap vorm

    willen geven. De keuze voor pleegzorg is dan een weloverwogen keuze. Als geen ander realiseren zij zich dat dit geen kind van henzelf maar van een ander is. Juist dit besef is ons inziens een pre om hen eerder in het bestand op te nemen.

Citaten uit brieven:
Over de specifieke aandachtspunten:

'Na enige tijd zijn we met de STAP-cursus begonnen, en hebben onze eigen kinderwens opzij geschoven. In het eindgesprek werd ons duidelijk verzocht of we weer met voorbehoedmiddelen wilden gaan beginnen. Zouden ze die vraag ook gesteld hebben als wij al wel eigen kinderen hadden?'

  • Niet het hebben van een kind, maar het helpen van een kind moet centraal staan
  • Het is goed om vanuit de hulpverleningsgedachte te werken. Daarmee kun je soms de zo noodzakelijke afstand innemen.
  • Geef als plaatser ongewild kinderloze echtparen een reëel beeld van de (on)mogelijkheden binnen hun situatie. Wees altijd duidelijk.
  • Gereserveerdheid vanuit de pleegzorg is misschien wel logisch, maar niet goed. Ga in gesprek, mogelijk betreft het juist een aanzienlijke groep potentiële pleegouder!'

Over de 'gereserveerdheid':

'Toen wij voor de 1e keer naar een voorlichtingsavond van pleegzorg gingen, voelden we een duidelijk gereserveerdheid en wij hebben dat toen als kwetsend ervaren.

Vanuit de pleegzorg gezien kunnen wij ons die gereserveerdheid echter wel voorstellen. Mensen moeten hun kinderloosheid geaccepteerd en verwerkt hebben. Het is echter volstrekt onterecht als een punt van aandacht wordt omgezet in een ongenuanceerd standpunt waarbij kinderloze echtparen per definitie worden uitgesloten van pleegzorg omdat ze adoptief ingesteld zouden zijn'.

 

'We dachten dat we een eind op weg waren met de verwerking, van onze kinderloosheid, maar de 10 avonden van de STAP-cursus maakten alles weer los.

We hebben het stappenplan als zeer enerverend ervaren, maar zijn daardoor, en door de hulp van de begeleidsters er veel sterker uitgekomen. De grootste verrassing was dat we uitkwamen bij crisisopvang voor pubers vanaf 14 jaar, terwijl we ons op kleine kinderen hadden ingesteld.

De gereserveerdheid van de pleegzorg kunnen we ons goed voorstellen, omdat je als aspirant-pleegouder je verliezen echt verwerkt moet hebben. Maar juist mensen die geen eigen kinderen hebben bezitten eigenschappen die je in de pleegzorg kunt gebruiken. Terecht is hier sprake van een groep potentiële pleegouders, waar de pleegzorg niet aan voorbij zou moeten gaan.'

Over de lange wachttijden:

'Maar toen kwam het lange wachten, meer dan anderhalf jaar, en in die tijd vroegen wij ons wel eens af of de vraag naar pleeggezinnen werkelijk zo groot was.'

'Als we vragen of we niet geschikt zijn als pleegouder wordt dit ontkend. De kranten en de media gillen om pleegouders. En ik denk dan: hier zitten wij! Dat is heel frustrerend.'

'Wij zijn ongewild kinderloos en staan al vijf jaar ingeschreven.

Ieder jaar een andere maatschappelijk werkster en iedere keer is het weer een kennismaking. Alle cursussen gevolgd, en iedere keer moesten we ons naar ons gevoel dubbel inzetten en laten zien dat we voor pleegzorg kozen.

Inmiddels zijn we oppasouders geworden en dat bevalt mij goed. En ik blijf liever oppasmoeder, want hiervoor hoefde ik niet zo lang te wachten.

Ik hoop wel dat de pleegzorg in de toekomst beter om leert te gaan met mensen die ongewild kinderloos zijn.'

Positieve ervaringen:

'Wij hebben twee kinderen via de William Schrikker Stichting en we hebben alleen maar positieve ervaringen met deze stichting.'

'We genieten met volle teugen van ons merkwaardige en tijdelijke gezinsleven. We hebben niet de illusie dat dit hetzelfde is als een gezin met 'eigen' kinderen. Maar de ontwikkeling die wij als volwassenen mogen doormaken is beslist niet dezelfde als die we zonder kinderen zouden doormaken.'

'Wij vinden dat de verwerking van de kinderloosheid heel belangrijk is. Pleegkinderen kan je niet zien als vervanging voor een eigen kind. Dat onderscheid moet heel duidelijk zijn. Nu in 1998, hebben wij al bijna vijf jaar drie pleegkinderen in huis en we draaien lekker met alle ups en downs. Onze slogan is nog steeds: 'Wie niet van een kind geniet, ziet het allermooiste niet'.

Potentiële pleegouders?

'Inmiddels hebben van alles gehad: korte vakantieplaatsingen, afgebroken langdurige plaatsingen, terugplaatsingen, weglopertjes, blijvertjes...

En als er nog Voorzieningen zijn met vooroordelen tegen kinderlozen: zet ze dan overboord en doe een beroep op deze mensen. Het zijn pleegouders als ieder ander en ze hebben misschien wel een streepje voor!'

'Na 16 pubers, een kleuter en nu drie opgroeiende pleegkinderen denk ik: zonder pleegzorg zou ik wel kunnen, maar kan de pleegzorg zonder ons?'