artikel

Adoptief ingesteld: een rotwoord en belediging

Interview: Joke ter Horst en Willy Jeltes

Marianne en Dirk vonden het reëel dat hun kinderloosheid ter sprake kwam in de begeleiding. "We vinden het niet moeilijk om erover te praten. We hebben wel moeite met de term 'adoptief ingesteld'. Het is een rotwoord. Trouwens, is het ook niet een belediging voor die adoptie-ouders die hun kinderen wèl contact laten houden met de eigen ouders of samen met hun kinderen op zoek gaan naar de roots van hun kinderen?"

Toen voor Marianne en Dirk duidelijk werd dat zij zelf geen kinderen zouden kunnen krijgen, werd pleegzorg een optie. Op die manier zouden ze toch voor een kind kunnen zorgen.

Pleegzorg was voor Marianne bekend. Ze volgde de HBO-J opleiding en tijdens haar studie deed ze een project over pleegzorg. Later werkte ze in kindertehuizen en medisch kinderdagverblijven, hetgeen haar interesse in pleegzorg versterkte.

Dirk had geen ervaring met pleegzorg. Zijn eigen opvoeding heeft echter wel een link met pleegzorg. Dirk vertelt: "Ik ben opgevoed door mijn moeder en haar man. Mijn vader is voor mij jarenlang uit beeld geweest, al heeft mijn moeder me wel in een vroegtijdig stadium geïnformeerd over zijn bestaan. Maar pas op mijn 17e heb ik hem voor het eerst opgezocht. Ik weet dan ook uit ervaring dat het mogelijk is om door een ander dan een eigen ouder te worden opgevoed."

Met het begrip pleegzorg maakte hij kennis toen hij Marianne leerde kennen.

Marianne en Dirk hebben pas werk gemaakt van hun plan om pleegouder te worden, toen zij het verdriet van de kinderloosheid verwerkt hadden en het emotioneel minder zwaar lag. Marianne:

"Het is moeilijk om aan te geven wanneer je iets verwerkt hebt." Dirk vertelt dat hij na verloop van tijd merkte dat het verdriet minder snijdend werd. "De eerste keer dat iemand in je omgeving zwanger is, snijdt dat door je ziel. Toen later een zusje van Marianne zwanger was, voelde dit al heel anders. Er kon open over gepraat worden, en het deed geen pijn meer. Wel blijft af en toe een weemoedig gevoel."

Dirks' grootste motivatie voor pleegzorg is om een kind een plek te kunnen geven, waar het zoveel mogelijk zichzelf kan zijn. Hij ziet zichzelf daarbij als een hulpmiddel. "Kinderen zitten vaak in zulke rot situaties. Als pleegouder probeer je dan iets te bieden. Voor mijn gevoel staat dit helemaal los van een eigen kinderwens. Een eigen kind is iets wat voortkomt uit een samensmelting tussen jou en je partner. Dit is niet het geval bij een pleegkind. Maar met een pleegkind begin je - als man - eigenlijk wel meer op een gelijk niveau."

De directe omgeving reageerde over het algemeen positief op hun besluit om aan pleegzorg te beginnen. Wel was men een beetje bezorgd. Zo in de trant van: 'Weet je wel waar je aan begint', maar ook met een 'wat goed dat je dat doet.'

Dat laatste vindt Marianne een beetje overdreven. "Je doet wat je aankan en dit is dan ook niet zo uitzonderlijk. Sommige mensen vinden het ook leuk voor ons 'omdat we nu dan toch een beetje een eigen kind hebben', terwijl we dat zelf helemaal niet zo zien.

De eerste schreden

Marianne en Dirk meldden zich voor pleegzorg aan. Hun kinderloosheid was gelukkig geen beletsel. Zij schreven zich in voor een STAP-programma en hier kwam onder meer het onderwerp kinderloosheid en pleegzorg aan de orde. Tijdens de bijeenkomst over het thema verliezen werd er bijvoorbeeld op gewezen hoe belangrijk het is om na te denken over de invloed van eigen verliezen op het pleegouderschap. Bovendien "was er in de gesprekken die we hadden aandacht voor onze specifieke situatie."

Beiden zijn zeer te spreken over het STAP-programma. "Ook al weet je niets van pleegzorg, dan krijg je na zo'n programma een reëel beeld van pleegzorg. Het fungeert ook als een selectie. Als je ongewenst kinderloos bent, en erg gefixeerd op het hebben van een kind, dan komt dat er wel uit tijdens programma."

Bij de opstelling van hun gezinsprofiel bleek het feit dat zij een kind volledige aandacht konden geven een pre. Kinderen hoefden hier geen aandacht te delen met een broertje of zusje. Dat was een voordeel voor de beide jongetjes die later geplaatst werden.

Marianne geeft zelf de voordelen van kinderloosheid als volgt weer: "Er zijn geen eigen kinderen die een moeilijke tijd hoeven door te maken bij plaatsing van een pleegkind of het vertrek van een pleegkind."

De vuurproef

Marianne en Dirk zijn gestart met crisisopvang. Met name Dirk wilde dit graag. "Ik wilde eerst aan den lijve ervaren hoe het was om een kind in huis te hebben, alvorens me te binden aan langdurige pleegzorg." Marianne wist vanaf het begin dat zij aan langdurige pleegzorg wilde beginnen.

De kinderloosheid van Dirk en Marianne bleek absoluut geen probleem bij het plaatsen van de twee moeilijke kinderen die zij achtereenvolgens in huis kregen.

Achteraf gezien bleek crisisopvang een zware, maar goede leerschool. Marianne: "Wij kregen achter elkaar twee jongetjes van acht jaar, allebei kinderen met een zware problematiek." De kinderen zijn geplaatst vanuit het idee dat we dit wel aankonden gezien mijn opleiding en werkervaring. De begeleiding was goed. In de buurt werden de kinderen heel goed opgevangen.

Maar toch: "Het heeft een behoorlijk effect gehad op onze eigen relatie en de relaties met familie en vrienden."

Dirk had het soms moeilijk met Marianne's zeer professionele houding. Door hier veel over te praten, ontstond meer begrip voor elkaar hierover.

Het eerste jongetje is na een half jaar in de psychiatrie geplaatst en het tweede jongetje is anderhalf jaar gebleven. Hij komt nu af en toe nog een weekend logeren.

De volgende plaatsing

Op dit moment woont Keesje bij Marianne en Dirk. Een langdurig plaatsing. Keesje, 14 maanden toen hij bij hen kwam, is een drugverslaafde baby geweest.

In de huidige begeleiding is kinderloosheid geen onderwerp van gesprek. Het is wel ter sprake gekomen toen Marianne en Dirk aangaven van crisisopvang over te willen stappen naar langdurige pleegzorg. Opnieuw is er toen gesproken over hun kinderloosheid onder meer omdat de begeleider aangaf dat de wens voor een eigen kind weer heel erg kon gaan opspelen als er een kleintje zou komen. Marianne en Dirk: "wij vinden het reëel als dit ter sprake komt in de begeleiding. Maar wij vinden wel dat iedereen in aanmerking moet kunnen komen voor pleegzorg. Het is goed dat er aandacht is voor de motieven, maar het mag niet zo zijn dat ongewenst kinderloze stellen bij voorbaat een stempel krijgen."

Contact met de ouders

Bij Voorzieningen bestaat nogal eens de angst dat kinderloze echtparen moeilijker contact kunnen onderhouden met de ouders van de pleegkinderen. Zij zouden ouders makkelijker veroordelen, omdat zij zo'n kostbaar bezit zo maar verwaarlozen. Marianne vertelt dat ze eerder geschrokken is van reacties in de omgeving. "De omgeving heeft de neiging om ouders te veroordelen, terwijl ik meer het gevoel heb van het zal je maar overkomen, dat je zo verslaafd bent dat je niet voor je eigen kind kùnt zorgen."
  • Met de ouders van Keesje is geprobeerd een goed contact op te bouwen. Jammergenoeg kan zijn moeder het niet aan en is het contact op dit moment minimaal. Maar: "We houden zowel de moeder als oma van Keesje op de hoogte van zijn wel en wee. We willen ook dat Keesje in een zo vroeg mogelijk stadium vertrouwd is met het feit, dat wij niet zijn echte ouders zijn. We hebben een foto van zijn ouders waarop zij Keesje alle twee vasthouden. Als we de foto samen bekijken vertellen we hem over zijn ouders. We vinden het belangrijk daar heel bewust mee om te gaan."

Verschil tussen crisisplaatsing en langdurige plaatsing

  • Bij Keesje heb ik een ander gevoel dan bij de crisisopvang plaatsingen. Daar hield ik wat meer reserves. Voor de zorg maakt het echter niets uit."

    Dirk ervaart dat anders dan Marianne. "Bij mij heeft het te maken met het kind zelf. De situatie in de crisisopvang bracht meer stress met zich mee, terwijl de situatie nu met Keesje stabieler is."

    De oudercontacten met de kinderen in de crisisopvang waren ook anders. Er was meer contact, terwijl het contact met Keesje en zijn ouders op dit moment gewoon niet goed lukt. "Keesje heeft dus niemand om op terug te vallen, mocht het bij ons misgaan. Dat was anders bij de kinderen tijdens de crisisopvang. Zij hadden ouders die zich nog met hen bemoeiden."

    Voor beiden is het duidelijk dat Keesje niet hun eigen kind is. "We merken het elke dag weer, bijvoorbeeld aan zijn gelaatstrekken. Hij lijkt echt sprekend op zijn zusjes. Maar ook bepaalde karaktertrekken. We vinden het fascinerend, dat we niet weten wat we kunnen verwachten met Keesje. We hebben zijn oma er wel eens naar gevraagd of zij sommige trekken herkent. Helaas is dat contact momenteel stilgezet, omdat oma het te zwaar vindt. Wel schrijven we met haar en 1x per jaar ziet Keesje zijn oma bij zijn zusjes in het kindertehuis."

    Het besef dat het altijd mogelijk is dat Keesje weer naar zijn ouders gaat voor zijn 18e is bij Dirk heel duidelijk aanwezig. "Dat besef is ook een bescherming voor mezelf. Ik kan hem daardoor de ruimte geven om contact te onderhouden met

    zijn eigen familie."

    Marianne zorgt voor Keesje als was het haar eigen kind, al is ook zij zich heel duidelijk bewust van het feit dat Keesje's ouders altijd in het vizier blijven. Maar omdat het bij Keesje een OTS-plaatsing betreft weet ze ook dat hij pas terug gaat naar zijn ouders als daar alles weer helemaal goed draait.

    Beiden houden er wel rekening mee dat de huidige minimale oudercontacten in de toekomst uitgebreid zullen worden, al was het alleen al op verzoek van hun pleegzoon.

    Onlangs heeft zijn moeder hem een brief geschreven waarin zij aangaf dat zij blij is dat hij bij zulke aardige mensen opgroeit. Dit is natuurlijk heel belangrijk voor zijn acceptatie van het feit dat hij niet bij zijn eigen ouders kan wonen.

Terugblik

Als je nu terugkijkt op de plaatsingen en hun ervaringen met het zorgen voor kinderen, komt dat overeen met de voorstelling die zij er (misschien) van te voren van hadden?

Marianne geeft aan dat zij - wellicht door haar beroepsmatige ervaring met kinderen die afwijken van de norm - toch een tamelijk een gedeformeerd beeld van 'zorg en opvoeding' had.

Ze signaleert het gevaar dat, wanneer je dag en nacht voor een kind zorgt, je het kind te dicht op zijn huid kunt gaan zitten. "Je ziet bijvoorbeeld alles en moet ook heel actief zijn om het kind in contact met andere kinderen te brengen. Dat wordt natuurlijk allemaal minder als er een tweede pleegkind bij komt."

Verder is het in familieverband wel eens moeilijk welke plaats een pleegkind inneemt. Is Keesje nu ook familie? Zo'n vraag komt bij eigen kinderen nooit aan de orde.

Dirk tot slot vindt dat - ondanks de (geringe)informatie bij een langdurige plaatsing - je toch nooit volledig kunt overzien waar je aan begint. "En je kunt dan bijna niet meer terug."

Anne werkt bij een Stichting Jeugdzorg en heeft Keesje bij Dirk en Marianne geplaatst.

Anne hierover:

"Het belangrijkste argument om voor dit gezin te kiezen was de ervaring die we met hen hadden opgedaan

bij een vorige plaatsing. Het was een crisisplaatsing en daardoor hadden we een intensief contact. Het ging toen om een zeer moeilijk kind.

Ik heb daarmee wel een goed beeld gekregen van wat het gezin aan zou kunnen. Marianne heeft jarenlang gewerkt met kinderen met afwijkend gedrag. Ze heeft daar de nodige opvoedingservaring opgedaan.

Dirk en Marianne hebben erg veel steun aan elkaar. Zij kunnen goed met elkaar overleggen over opvoedingszaken en proberen, als ze onderling een verschillende visie hebben, samen tot een oplossing

te komen. Ook staan ze erg open voor begeleiding van hun pleegzorgwerker.

De kinderloosheid van Dirk en Marianne heeft niet meegespeeld bij de keuze van dit gezin voor Keesje. Wij kenden het gezin, hun mogelijkheden en capaciteiten. Ik was blij, dat ik Keesje in dit gezin mocht plaatsen. Voor mij is het allerbelangrijkste dat ik een goede plek vind voor een kind. Dirk en Marianne hadden laten zien, dat ze met een moeilijk kind overweg konden. Dat gaf voor mij de doorslag.

De manier waarop zij met de ouders van Keesje omgaan is goed. Moeder is zwaar verslaafd en niet in staat voor haar kind te zorgen. Wel heeft ze laten weten, dat ze blij is met het gezin waar Keesje woont.

Dirk en Marianne houden vader, moeder en ook oma op de hoogte. Ze sturen foto's en brieven en laten de ouders weten als er iets bijzonders met Keesje aan de hand is.

Dat de pleegouders zelf geen kinderen hebben, speelt geen rol bij de ouders. Ze vertrouwen er op, dat Keesje het daar goed heeft en daar blijft het bij."


Els werkt bij een Stichting Jeugdzorg en is de pleegzorg begeleidster van Dirk en Marianne.

"Het onderwerp kinderloosheid is in de STAP-cursus, die Dirk en Marianne hebben gedaan, uitgebreid aan de orde geweest. In het eerste contact met hen bleek al vrij snel, dat ze open en duidelijk waren naar mij over hun kinderloosheid. Er rust bij hen geen enkel taboe op, het is zelfs makkelijk bespreekbaar.

In onze gesprekken over pleegzorg viel het mij op, dat Dirk en Marianne goed hadden nagedacht over de plaats van de ouders en de familie van Keesje. Ze hadden daar goede ideeën over.

Vóór Keesje hebben Dirk en Marianne twee andere kinderen opgevangen. Dat ging om een crisisplaatsing met heel moeilijke kinderen. De manier, waarop ze met deze kinderen zijn omgegaan, gaf mij daarom ook vertrouwen in de plaatsing van Keesje bij hen.

Voor mijn vertrouwen in het gezin heeft niet meegespeeld dat Marianne beroepsmatig met kinderen omging. Wel is het gemakkelijk, dat een van beiden goed op de hoogte is van de ontwikkeling van kinderen.

De voorbereiding van de plaatsing van Keesje hebben de pleegouders heel zorgvuldig gedaan. Ze hebben eerst kennisgemaakt met zijn opvanggezin. Beide ouderparen hadden in die tijd veel contact met elkaar, en ook ik heb in die periode veel telefonisch contact met Dirk en Marianne gehad.

Onze gesprekken verlopen heel prettig en open en zonder terughoudendheid. Zij zijn er duidelijk van doordrongen dat Keesje het kind van een ander is. Ook schromen zij niet om hun onzekerheden te uiten. Dirk bijvoorbeeld vroeg zich af een eigen kind, zijn verhouding tot Keesje anders zou maken en hoe ver hij in het contact met zijn pleegzoon kan gaan. Maar ook een thema als hechting hebben we goed met elkaar besproken.

Het was voor mij niet nodig om voor de begeleiding van dit gezin specifieke afspraken te maken over hun kinderloos. Ze hebben hun verdriet hierover verwerkt. De familie van Kees krijgt een goede plaats, en dat is voor mij, maar vooral voor Kees, heel belangrijk.

Ik vind dit gezin een prima plek voor een jong pleegkind. Ze wonen rustig, met veel speelmogelijkheden in de buurt. Dit was voor mij niet doorslaggevend, maar het speelde wel mee. Er komen regelmatig kinderen over de vloer. Keesje gaat sinds kort naar een dreumesgroepje, waar hij leeftijdsgenootjes kan ontmoeten.

Dit gezin staat open voor begeleiding, het contact is prettig, we hebben veel vertrouwen in elkaar."