artikel

VVP beleid en kinderloze gezinnen

Redactie: Baukje Burggraaff

Plaatsers kiezen voor sommige kinderen een plek in een kinderloos gezin. Als (enig) pleegkind krijgt het daar veel aandacht. Teveel aandacht en te grote betrokkenheid misschien wel? Of heeft een kinderloos gezin juist ook voordelen? Hoe gaan Voorzieningen voor Pleegzorg om met aanmeldingen van kinderloze paren? Welk beleid wordt er ten aanzien van hen gevoerd? Tijd voor een inventarisatie onder de 28 Voorzieningen voor Pleegzorg in Nederland.

Bij ons telefonisch onderzoek legden we alle Voorzieningen een aantal vragen voor. Allereerst waren we benieuwd naar de omvang van de groep kinderloze pleegouders, vervolgens wilden we weten of er specifieke criteria voor deze groep gehanteerd worden en wat precies de aandachtspunten zijn bij de voorbereiding/selectie en de begeleiding. Maar ook vroegen we naar de voor- en nadelen van kinderloos pleegouderschap.

Ten slotte vroeg Mobiel zich af of kinderloze paren als een (toekomstige) doelgroep voor het pleegouderschap beschouwd wordt door de Voorzieningen voor Pleegzorg.

Hoe groot is het percentage kinderloze pleegouders in de bestanden?

Dat percentage verschilt per Voorziening. De Voorziening voor Pleegzorg A.J.L. (Leger des Heils) uit Groningen telt vijftig procent, De Rading, afd. VVP uit Utrecht veertig procent, gevolgd door de VVP Zwolle met dertig procent. Bij de Voorziening van Noord-Holland, het Centrum voor Pleegzorg Rotterdam en de Voorziening uit Veldhoven is dat 25 procent van hun bestand. Bij de William Schrikker Stichting(WSS) ongeveer twintig procent. De VVP's van Leeuwarden, Alkmaar, Vught, Breda, Bergen op Zoom, Tilburg, de Stichting voor Pleegzorg Middelburg en de Voorziening Gereformeerde Pleegzorg uit Utrecht schatten globaal tussen de vijf en vijftien procent. De overige negen Voorzieningen zeggen geen antwoord te kunnen geven omdat "hun bestand weliswaar is geautomatiseerd, maar nog onvoldoende gedetailleerd om dit gegeven te leveren".

Zijn er specifieke intake-criteria voor deze groep pleegouders?

De Voorzieningen zeggen unaniem dat er voor kinderloze aspirant-pleegouders geen specifieke eisen worden gesteld.

Wel zegt het grootste deel dat er gesproken wordt over de verwerking van kinderloosheid, soms al bij de eerste intake-gesprekken en soms in de individuele gesprekken. Mart de Corte (WSS) hierover: "Kan erover worden gesproken? Sommigen gaan door om een kind te krijgen, dan wordt pleegzorg afgeraden."

Annemiek van der Wel (Centrum voor Pleegzorg Rotterdam) vraagt alle aspirant-pleegouders of hun gezin compleet en stabiel is. Ook mensen met kinderen kunnen nog meer kinderen willen. "Als men dat op korte termijn wil adviseren

we meestal nog niet aan pleegouderschap te beginnen. Bij ongewenste kinderloosheid adviseren we eventuele medische behandelingen eerst af te ronden en de tijd te nemen om de kinderloosheid te verwerken."

"Aan een specifiek situatie, zoals bij kinderloosheid, wordt ook specifieke aandacht geschonken," volgens Ben van Ulft van de VVP Roermond en bij de Pleegzorgcentrale Noord-Holland Santpoort vindt men dat adoptief ingestelde gezinnen moeten weten dat pleegkinderen eigen ouders hebben en dat het ouderschap gedeeld moet worden. Een pleegkind kan nooit de lege plek van een eigen kind opvullen. Het kind kan na twee jaar weer naar huis gaan, en je moet je afvragen wat dat betekent voor deze pleegouders, aldus Lia Bot.

In Overijssel kaart men ingrijpende zaken als verhuizing, een nieuwe baan, adoptie of een IVFbehandeling al op de eerste voorlichtingsavond aan. "Pleegouders moeten zich op één ding richten en bij onduidelijkheden wachten we liever," aldus Tine Leeuwenkamp.

Zijn er in de voorbereiding/selectie specifieke aandachtspunten bij deze doelgroep?

Zes Voorzieningen geven aan deze niet te hanteren bij kinderloze aspirant-pleegouders.

De overige Voorzieningen vinden dat de kinderloosheid een onderwerp is waarover zeker moet worden gesproken.

Titia Patberg (Jeugdzorg Groningen): "Met name naar adoptief ingestelde pleegouders. Pleegzorg is iets anders dan adoptie en het mag dan ook geen verkapte vorm zijn om het kind te adopteren. Kinderloze pleegouders vallen overigens wel onder de gewone selectieprocenten en hoe je daar mee om gaat. Kinderloosheid komt aan de orde in de twee individuele eindgesprekken thuis.

De VVP Gelderland Noord Arnhem besteedt aandacht aan de plek die de kinderloosheid in het leven van de aspirant-pleegouders heeft gekregen.

Ook Van Ulft (VVP Roermond)noemt dit: "Als bijvoorbeeld blijkt dat de kinderloosheid niet is geaccepteerd en het echtpaar bezig is met IVF en adoptie, dan is dat een reden voor wat betreft de pleegzorgwens een pas op de plaats te maken."

Annelies Derks (VVP Gelderland Midden) noemt verder nog als specifiek aandachtspunt de schuldvraag die sommige ongewild kinderlozen bezighoudt. Ook wijst men hen op de grote verandering in hun leven bij de komst van een pleegkind.

"Het betekent een enorme verandering binnen het gezin qua tijdsbesteding" en vaak heeft het ook consequenties voor het werk van een van beide partners. "Als een kind weggaat na een half jaar, dan kan één van beiden zijn of haar baan hebben opgegeven."

Voorzieningen die werken met het voorbereidingsprogramma 7 STAP betreuren het verdwijnen van de passage over kinderloosheid in dit programma. Aspirant-pleegouders worden er nu ook niet toe gezet om erover te denken.

Bij De Rading tot slot houdt men zich voor alle pleegouders aan de vijf criteria van de STAP, zo liet voorlichter Petra Huizinga ons weten.dure."

In Overijssel werkt men met het voorbereidingsprogrmma TOP. Daarin wordt gesproken over verliesmomenten.

Zijn er bij de begeleiding specifieke aandachtspunten?

Acht Voorzieningen zeggen geen aandachtspunten te hebben. Het overgrote deel speelt in op de behoefte van kinderloze pleegouders. Dat kan opvoedingszaken betreffen, maar ook het contact met de eigen ouders van het kind.

José Raijmakers (Stichting voor Pleegzorg Middelburg) vindt dat begeleiding samenhangt met het betreffende paar, bijvoorbeeld de steun die partners elkaar geven, het sociale en familienetwerk, de ervaringen die mensen al hebben opgedaan met pleegzorg en hun bereidheid om samen te werken met ouders, plaatsers en pleegzorgbegeleiders.

De VVP Vught noemt expliciet de punten die bij selectie en begeleiding aan de orde worden gesteld:

  • kinderloosheid, en in hoeverre dit verwerkt is;
  • verwachtingen ten aanzien van een pleegkind;
  • mogelijke moeilijkheden met ouders;
  • en de tijdelijkheid van de plaatsing.

Voor- en nadelen?

Desgevraagd werden de volgende voordelen opgesomd.

  • "Kinderloze pleegouders kunnen een kind veel aandacht geven. Het kind hoeft de aandacht niet te delen. Het komt ook voor dat men bij een plaatsing juist kiest voor die exclusieve aandacht.

    Ook de zeer grote motivatie en de blanco houding van kinderloze pleegouders worden genoemd: "ze zijn niet belast met eigen ervaringen en hebben een openheid die voor een jongere de gewenste kan zijn", aldus Jan Vos (VVP Assen).

    Bovendien hebben ze nog geen vast opvoedingsstramien en kunnen ze dat nog samen met het kind ontwikkelen.

    Maar ook denkt men dat een relatie kwaliteit heeft als een echtpaar door de kinderloosheid heen komt, aldus Tine Leewenkamp.

    Bart van de Neut (Stichting Pleegzorg Amsterdam) wil niet over voor- en nadelen spreken maar over mogelijkheden en risico's. Volgens hem hebben kinderloze pleegouders een langere adem. Net zoals ouders bij hun eigen kinderen hebben. Pleegouders met eigen kinderen zetten bij pleegkinderen als het niet goed gaat er eerder een streep onder.

    Als laatste voordeel wordt aangegeven dat "er geen concurrentie en verschil is tussen eigen en pleegkinderen".

     

    Maar er worden ook nadelen genoemd. Het gemis aan opvoedingservaring, en een te grote betrokkenheid bij het kind: "Er zijn kinderen voor wie al die aandacht dan te veel van het goede wordt."

    Ook leidt de eigen kinderwens soms tot een sterk hechting aan het pleegkind en opnieuw "tot een confrontatie met de eigen kinderloosheid. En die kan dan wel eens heel hard zijn".

    Jan Lunshof (VVP Leeuwarden) hierover: "Die sterke hechting veroorzaakt een spanningsveld: het blijft altijd een kind van een ander."

    En Leeuwenkamp voegt toe: "Mensen willen eigenlijk het kind adopteren, voor zichzelf hebben. Maar als een pleegkind in de puberteit zit, kan het op zoek gaan naar pa en ma en dat kan slikken zijn voor de pleegouders."

    Het komt ook voor dat de ouders het kinderloze paar als een bedreiging zien. Die hebben soms de angst van 'ze willen mijn kind'.

    Bart van der Neut beschouwt het "delen met eigen ouders en de mogelijkheid van een terugkeer van het kind na bijvoorbeeld twee jaar" als een risicofactor bij deze pleegouders.

Zijn kinderloze paren een (toekomstige) doelgroep voor het pleegouderschap?

Bijna alle Voorzieningen beschouwen kinderloze echtparen - net als met families met kinderen - als een doelgroep: "Pleegouders zitten overal, ook in deze groep".

Ook voor de VVP Leeuwarden doet de gezinssituatie er niet toe. "We hebben een gemêleerd aanbod. We hebben families nodig, maar ook kinderloze echtparen. Het is echter geen speciale doelgroep."

De VVP Voorburg werft niet onder kinderloze gezinnen. De ervaring is dat in die groep veel mensen zitten, die de kinderloosheid nog niet hebben verwerkt. "Ze moeten kunnen omgaan met hun verlies. Een pleegkind wordt nooit een eigen kind. Vaak blijven de eigen ouders de belangrijkste mensen voor een pleegkind. Als ze een kind volwassen zien willen worden, adviseren wij adoptie."

Heel anders is de mening van de VVP Breda. Kinderloze echtparen zijn daar "absoluut een doelgroep vanwege de sterke kanten (frisser, objectief in ouderschap stappen) en het feit dat ze pleegkinderen willen nemen uit een categorie die niet zo populair is. De gezinssituatie kan daar beter op afgestemd worden, als je geen eigen kind hebt."

De Voorziening Gereformeerde Pleegzorg uit Utrecht tot slot vindt dat kinderloze pleegouders veel kunnen betekenen voor pubers. En "als het verdriet door de kinderloosheid een plek heeft gekregen, dan zijn zij ook geschikt als pleegouders voor jongere kinderen."