artikel

'Gilly' trekt volle zalen

Nieuwe pleegzorgcampagne lijkt succesvol

door Mirjam Vossen

De nieuwe pleegzorgcampagne lijkt aan te slaan. Met de slogan 'ik zoek een huis waar ik voor donker binnen moet zijn', probeert de Landelijke Federatie Pleegzorg het thema 'pleegkind' bij zoveel mogelijk gezinnen op de agenda te zetten. Inmiddels trekt de theatervoorstelling 'Gilly' volle zalen en is het aantal telefoontjes om informatie vervijfvoudigd.

Vandaag bieden maar liefst achtduizend gezinnen plaats aan ongeveer dertienduizend pleegkinderen. Dat lijkt heel wat, maar er is behoefte aan twaalfduizend pleeggezinnen. Jaarlijks komt bij de Federatie Pleegzorg bijna zesduizend keer de vraag binnen: 'hebben jullie een plekje voor dit kind?' Soms gaat het om een 'nieuwe' aanvraag, soms gaat het om een kind dat al in een tehuis of een ander pleeggezin woont. In ongeveer de helft van de gevallen vindt de Federatie een gezin voor deze kinderen. Maar niet voor de andere helft. Wat gebeurt er met hen?

"Voor deze kinderen wordt een andere oplossing gezocht", zegt Sonja Nijon, landelijk voorlichter van de Federatie Pleegzorg. "Maar die is meestal minder gunstig dan plaatsing in een pleeggezin."Sommige kinderen gaan naar een tehuis. Dat is een dure oplossing, want de opvang in een tehuis kost veel meer dan de opvang in een gezin. Bovendien hebben deze kinderen vaak geen 'zware' tehuisbegeleiding nodig en houden ze eigenlijk de plek van een ander bezet. Een aantal kinderen dat niet in een pleeggezin kan worden geplaatst, blijft thuis wonen. "Soms gaat het daar weer wat beter", zegt Sonja Nijon, "maar het kan ook zijn dat de problemen thuis, mishandeling bijvoorbeeld, gewoon doorgaan.

Dat is natuurlijk een heel ongelukkige situatie." Nijon kent ook voorbeelden van kinderen die van het ene naar het andere adres huppen: "een nachtje bij tante logeren, een nachtje bij een oudere zus. Of de kinderen gaan zwerven. Ze hangen 's nachts rond op het station of wonen in een kraakpand, tot ze door de politie worden opgepakt."

Gilly

Voortdurend nieuwe pleeggezinnen vinden, dat is dus heel hard nodig. Het doel van de nieuwe campagne is om pleegzorg bij zoveel mogelijk gezinnen op de agenda te krijgen. Om dit doel te bereiken, proberen de ontwerpers van de campagne vooral kinderen aan te spreken. Kinderen die het onderwerp 'pleegkind' oppikken, mee naar huis nemen om er daar vervolgens verder over te praten.

Kinderen zijn niet alleen een belangrijke doelgroep, ze staan ook centraal in de campagne zelf. 'Hoe is het om een pleegkind te zijn?' 'Wat zijn pleegkinderen eigenlijk?' Deze vragen worden doeltreffend aan de orde gesteld in de grote publiekstrekker van de campagne: het theaterstuk 'Gilly' dat op dit moment volle zalen in schouwburgen trekt overal in het land. Het stuk vertelt over de belevenissen van de 11-jarige Gilly en haar pleegmoeder, mevrouw Trotter. De opstandige Gilly heeft eerst een hekel aan mevrouw Trotter en wil alleen maar naar haar eigen moeder terug. Maar mevrouw Trotter laat zich niet door Gilly's kuren van de wijs brengen, waarna Gilly mevrouw Trotter begint te waarderen. "De eerste reacties van pleegkinderen en hun ouders waren heel enthousiast", zegt Sonja Nijon. "Ze vonden het prachtig, heel herkenbaar. Ze raakten echt gemotioneerd door het zien van het stuk." Ook recensenten blijken te spreken over 'Gilly'. 'Pleegkind Gilly raakt kijkers in het hart', luidt de kop boven de lovende bespreking door pedagoge en Volkskrant-journaliste Mirjam Schöttelndreier. De Brabantse theatermaker èn theaterrecensent Jace van de Ven schrijft dat een stuk over een dergelijk onderwerp het gevaar loopt te onecht of te soft uit te pakken. 'Goed vormingstheater is de moeilijkste theatervorm die er is. Zij heeft eigenlijk alleen kans van slagen als de makers vergeten dat zij met vormingstheater bezig zijn. Dat is in het geval van 'Gilly!' gelukt', meent een enthousiaste van de Ven.

Het theaterstuk heeft veel aandacht van de populaire media gekregen. En dat was precies de bedoeling, zegt Sonja Nijon. "We hebben opgetreden in de 5 Uur Show en Twee Vandaag. Deze aandacht van de pers is heel belangrijk. Want zo bereik je ouders die misschien niet naar de voorstelling gaan, maar toch geïnteresseerd raken in pleegzorg."

Het pleegkind Gilly duikt ook op in andere onderdelen van de campagne. Op een Internetsite (www.pleegzorg.nl) leidt Gilly de bezoekers in haar kamer rond. Aan de muur van haar kamertje hangt een prikbord met briefjes. Deze zijn per e-mail door kinderen naar 'Gilly' toegestuurd. Een vraagteken, dat als graffiti op de muur is gespoten, leidt naar een quiz. En wie op het computerscherm op Gilly's bureau klikt, kan spelletjes gaan spelen. Boven Gilly's bed hangt een boekenplankje. Daarop staat het jeugdboek 'Stoere Gilly' van Katherine Paterson, waar het toneelstuk op is gebaseerd. Maar ook de klassieker 'Kruimeltje' van Chris van Abkoude: kinderen zonder een veilig thuis zijn immers een probleem van alle tijden.

Close-ups

Ook aan oudere kinderen, die misschien iets te groot zijn voor het theaterstuk en de Internetsite, hebben de campagnemakers gedacht. Voor hen - en door hen - is het boek 'Close-ups', dat tijdens de première van Gilly werd gepresenteerd. 'Close-ups' schetst portretten van jongeren van 12 tot 18 jaar. Al deze jongeren hebben het thuis moeilijk gehad. Ze wonen of woonden in een pleeggezin, of ze zouden graag in een pleeggezin willen wonen.

Het zijn niet alleen de Nederlandse kinderen in Nederlandse gezinnen waar de pleegzorgcampagne voor is bedoeld. Ook gezinnen uit andere culturen en kinderloze echtparen kunnen bij de Federatie Pleegzorg terecht voor informatie. Sonja Nijon kent zelfs echtparen die bewust geen kinderen willen, en toch pleeggezin zijn. Volgens Nijon vinden deze kinderloze echtparen, als ze dat willen, vanzelf wel hun weg naar de pleegzorg.

Moeilijker is het vinden van allochtone gezinnen. "Het liefst plaatsen we een Marokkaans kind in een Marokkaans pleeggezin", zegt Nijon. "Maar dat is niet altijd gemakkelijk. Onze ervaringen met Surinaamse kinderen zijn goed: vaak vinden we binnen het netwerk van het kind een pleeggezin: een tante, een buurvrouw of een nicht. Binnen andere culturen is het weer minder gemakkelijk om pleeggezinnen te vinden. Misschien is ons idee van pleeggezin, met een open sfeer, toch heel Nederlands. Met een landelijke campagne is het in elk geval niet gemakkelijk om deze doelgroep te bereiken. Hier hebben de initiatieven van regionale pleegzorginstellingen meer effect."

Gerard Waterreus, voorlichter bij het Centrum voor Pleegzorg in Rotterdam, wil het effect van de landelijke campagne bij allochtonen toch niet onderschatten. Waterreus: "We hebben ook voorlichtingsmateriaal naar allochtonenorganisaties gestuurd. Een Surinaamse organisatie heeft dit al opgepikt en er erg leuk op gereageerd. Ze verspreiden ons materiaal weer onder hun eigen achterban en besteden er aandacht aan in hun eigen radioprogramma. Zo'n landelijke campagne kan een enorme spin-off hebben naar alle geledingen in het land."

Succes

"Hoe meer mensen nadenken over pleegzorg, hoe beter", zegt Sonja Nijon. "We hopen dat dit jaar 7500 mensen informatie aanvragen. Een kleine minderheid van deze aanvragers zal uiteindelijk besluiten pleegouder te worden. Maar hoe meer pleeggezinnen, hoe meer kinderen we kunnen plaatsen. En wat ook belangrijk is: hoe meer pleeggezinnen, hoe meer mogelijkheden er zijn om een geschikt gezin voor het pleegkind te vinden. Zo is niet elk gezin geschikt om een meisje van dertien met een incestverleden op te vangen. Als het aanbod ruim is, stijgt de kans dat dit meisje wél in een passend gezin terechtkan."

Pleegouder worden is een hele stap en niet iedereen is er geschikt voor. De Federatie Pleegzorg probeert ouders zo goed en zo eerlijk mogelijk voor te lichten. Want het heeft geen zin als een ouder zich aanmeldt, die uiteindelijk niet geschikt is voor de taak. De aspirant-ouders worden dan ook goed voorbereid en tijdens die voorbereiding overwegen ze zelf serieus of pleegzorg iets voor hen is. "Als een op de vijf aanvragers uiteindelijk besluit een pleegkind op te nemen, zijn wij al heel tevreden", zegt Sonja Nijon.

Volgens Nijon is de stroom aanvragen al stevig op gang gekomen. "Maar het kan nog een hele tijd duren voordat mensen besluiten om een pleegkind te nemen. Voordat de stap wordt gezet, ligt zo'n idee vaak jaren in de week. Misschien zijn gezinnen wel geïnteresseerd, maar denken ze: 'nu nog niet'. Over een paar jaar nemen ze dan opnieuw contact op."

Intussen is het in de regionale kantoren van de Federatie Pleegzorg al een drukte van belang. Gerard Waterreus: "Normaal komen er bij de pleegzorginstellingen in het land maandelijks zo'n 200 tot 400 telefoontjes binnen. In februari, de maand waarin de campagne startte, waren dat er ruim 1600! Ons centrum heeft de handen vol aan het beantwoorden van vragen en het opsturen van informatiemateriaal. De eerste voorbereidingsavonden, voor aspirant-ouders, zitten al bomvol. We gaan nog een paar avonden plannen. Als het zo door gaat, kunnen we zeer tevreden zijn over onze campagne."