artikel uit Mobiel 1, februari 1998"Wij staan nog steeds in de kou" |
Speerpuntennotitie gaat voorbij aan wensen pleegouders
door Wybo Vons
Pleegouders reageren weinig enthousiast op de Speerpuntennotitie die binnenkort aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd. Zij missen niet alleen een visie op pleegzorg, maar ook een geformaliseerde inbreng van pleegouders bij de verdere beleidsontwikkeling. "Er wordt nu wel van alles geregeld, maar de basis van waaruit dat gebeurt ontbreekt." Een kritische reactie op de Speerpuntennotitie van twee 'senior'- pleegouders.
Om de tafel zitten Irene de Lange en Henk Wardenaar. Irene is 21 jaar pleegouder. Naast haar eigen kind heeft zij drie pleegkinderen, waarvan twee met een handicap. Bij de oprichting van de pleegouderraden, zo'n drie jaar geleden, werd Irene ook in bestuurlijke zin actief binnen de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP) en in de pleegouderraad van de William Schrikkerstichting.
Henk Wardenaar zit inmiddels 17 jaar in de pleegzorg. In de loop der jaren heeft hij 15 pleegkinderen gehad: van jonge kinderen tot pubers, en van weekend-kinderen tot kinderen die een veel langere periode bleven. Naast zijn dochter van 17 heeft hij op dit moment twee pleegkinderen van 17 en 19 in huis. Ook voor Henk was de instelling van pleegouderraden de aanleiding om mee te gaan denken over beleidsmatige zaken. Hij werd actief binnen de pleegouderraad van het Centrum voor Pleegzorg Den Haag/Zuid-Holland Noord.
"Er stonden veel belangrijke zaken op stapel, zoals de ontvlechting en de onkostenvergoeding. Daar konden we als pleegouders direct invloed op gaan uitoefenen. Naast een instemmings-en adviesrecht, hebben we zelfs een initiatiefrecht geclaimd. Daardoor kan de pleegouderraad nu ook ongevraagd adviezen geven. Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan met de klachtenregeling en de '18-plus regeling'. De pleegouderraden waarin Henk en Irene zitten, functioneren goed. Irene: "Wij zijn in een voorbereidingscommissie begonnen met het aanpassen van een voorbeeldreglement van de NVP. Wij wilden namelijk niet alleen gesprekspartner zijn, maar ook echt invloed op het beleid kunnen uitoefenen. Daarom zijn we intensief bezig geweest met het advies- en instemmingsrecht. Dat hebben we uiteindelijk ook gekregen van de William Schrikkerstichting."
Pleegouderraden versus Cliëntenraden
Beide pleegouders zitten in het Landelijk Overleg (LO-POR) van pleegouderraden. Het LO-POR behartigt de belangen van de pleegouders en komt op voor een volwaardige positie van deze groep 'zorgaanbieders'. In die zin is het een waardevol orgaan naast de cliëntenraden die vorig jaar wettelijk verplicht werden. Henk en Irene zijn echter bang dat het instellen van cliëntenraden ten koste zal gaan van de pleegouderraden. En dat uitgerekend op het moment dat de pleegouderraden eindelijk behoorlijk functioneren. In de cliëntenraden kan overleg plaatsvinden tussen alle betrokkenen: de ouders, het kind en de pleegouders. In deze driehoek kunnen tegengestelde belangen spelen met alle gevolgen van dien.
"In de pleegouderraden is dat niet het geval. Daar kunnen pleegouders adviezen formuleren om de pleegzorg nog beter te laten verlopen", zegt Irene. "Maar een directeur van een Voorziening kan zijn geld maar één keer uitgeven. De cliëntenraad staat in de wet omschreven als een verplicht nummer, terwijl de pleegouderraad geen enkele juridische status heeft. De pleegouderraad zal dus altijd aan het kortste eind trekken. Niet voor niets staat op dit moment al ongeveer de helft van de pleegouderraden op de tocht", aldus Henk.
In de Speerpuntennotitie worden de pleegouderraden eenmaal terloops genoemd naast de cliëntenraden. "Het in stand houden van pleegouderraden is in elk geval geen prioriteit, terwijl het dat voor ons wel zou moeten zijn in deze notitie. Dat is echt onvoldoende opgepakt", benadrukt Henk. "Ik denk dat het waardevol is als politici zich hierover uitspreken, zodat het voor uitvoerders duidelijk is dat zij wat moeten met de pleegouderraden. Het is immers van direct belang voor de uitvoering van de pleegzorg dat pleegouders adviezen geven."
"De landelijke overheid zou de Voorzieningen voor Pleegzorg zowel budget moeten geven voor de cliëntenraad, als voor de pleegouderraad. Dat moet landelijk geregeld zijn, en niet per Voorziening omdat het daar nou toevallig leuk loopt", vindt Irene.
Geen visie op pleegzorg
De Speerpuntennotitie schiet ook tekort als het gaat over de visie op pleegzorg. "Het is een vrij organisatorisch verhaal, maar het woord pleegkind komt er nauwelijks in voor. Dat is veelzeggend." In de notitie staat dat er een projectgroep moet komen die een visie gaat ontwikkelen.
Irene: "Er wordt wel van alles geregeld, maar de basis van waaruit dat gebeurt ontbreekt. Als er eenmaal een visie is geformuleerd, zal deze worden voorgelegd aan de Stuurgroep. De Stuurgroep is echter zo samengesteld, dat de NVP niet meer dan adviserend lid kan zijn. En als de NVP niet uit eigen beweging zijn plek inneemt in die Stuurgroep, dan ontbreekt de inspraak van pleegouders zelfs in zijn geheel."
Henk heeft met 'zijn' pleegouderraad het afgelopen jaar besteed aan het ontwikkelen van visie ten behoeve van de Voorziening voor pleegzorg in Zuid-Holland Noord. In deze visie wordt de positie van pleegouders nadrukkelijk gemarkeerd. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen het pedagogisch gezag en het wettelijk gezag. "Als pleegouders ben je soms jarenlang bezig met het opvoeden van een kind, maar elke wettelijke basis daarvoor ontbreekt. Pleegouders zijn namelijk niet de voogd van het pleegkind. Alle belangrijke beslissingen worden dus extern genomen, door de plaatser of door de ouders. Als pleegouder sta je dan feitelijk machteloos. Dat is heel verwarrend voor het pleegkind. Ook dit punt zouden we in de Speerpuntennotitie geregeld willen zien. Maar het staat er niet in."
Financiële beloning?
Zonder pleegouders geen pleegzorg. Niet voor niets worden pleegouders in de Speerpuntennotitie als partners in pleegzorg aangemerkt. Maar hun status wordt op geen enkele wijze vertaald, noch in juridisch opzicht, noch in financieel opzicht. De financiële beloning wordt in de Speerpuntennotitie eenmaal als aandachtspunt genoemd, maar daar blijft het bij. Henk: "Pleegouders bungelen er in financiële zin vaak maar wat bij als vrijwilligers. We zouden een meer gelijkwaardige positie innemen als we betaald zouden worden voor dit werk en bij een organisatie op de pay-rol zouden staan." In Zweden en Canada krijgen pleegouders al een financiële beloning voor hun werk en niet alleen een onkostenvergoeding zoals hier. Irene is huiverig voor betaling van pleegouders. "Wie weet, komen er dan ook mensen die dit werk voor het geld gaan doen. Ik weet niet of dat nu wel zo wenselijk is. Voor mij mag het net zo goed vrijwilligerswerk blijven met een goede onkostenvergoeding. Je weet dan zeker dat het kind iemand tegenkomt die dit werk vanuit een zeker idealisme doet."
Betere begeleiding
De schaalvergroting en de ontvlechting in de afgelopen jaren, hebben volgens Irene bijgedragen aan de kwaliteit van de pleegzorg. "Voordat er sprake was van ontvlechting moesten maatschappelijk werkers zowel de pleeggezinnen begeleiden, als de gezinnen waar problemen bestonden. In de meeste gevallen kregen de gezinnen met problemen alle aandacht. De ontvlechting heeft bijgedragen aan meer zorg voor pleegouders."
Henk is te spreken over de inzet van de begeleiding van zijn gezin in de afgelopen jaren. Toch kan er nog veel verbeterd worden in de zorg en begeleiding van pleeggezinnen. Het schort nogal eens aan de specifieke deskundigheid van de begeleiders. Ook de afstemming tussen de plaatser en de pleegzorgwerker verloopt lang niet altijd vlekkeloos. Bovendien is de caseload van maatschappelijk werkers nog altijd te hoog, waardoor er wachtlijsten ontstaan van pleegkinderen die niet geplaatst kunnen worden.
Henk: "Onlangs is er weer 18 miljoen bevochten om in de Jeugdbescherming onder meer de wachtlijsten terug te dringen. Dat is eigenlijk belachelijk in het licht van het totale kabinetsbeleid. Binnen de dijken van Verkeer en Waterstaat klotsen de miljarden, terwijl er beknibbeld wordt op enkele miljoenen voor pleegzorg. Dat is van de gekke. Je bent met de toekomst van kinderen bezig, maar daar wordt nauwelijks geld voor uitgekeerd. Vandaar, dat ik zo hamer op een financiële erkenning. Dan sta je ergens in die begroting en is de beleidsprioriteit een stuk groter. Zo werkt het nu eenmaal."
Onduidelijke selectiecriteria
Voordat mensen in aanmerking komen voor pleegouderschap worden ze grondig geselecteerd. Dat geldt ook voor pleegouders die er nog een extra pleegkind bij willen. Het is echter volstrekt onduidelijk op grond van welke criteria zij worden beoordeeld. In de Speerpuntennotitie ontbreekt dit punt.
Irene: "Laatst hoorde ik dat een 'gewoon' gezin dat jarenlang actief was geweest als gastouder van gehandicapte kinderen was afgewezen. Waarom zoiets gebeurt is volstrekt onduidelijk. Dat is vervelend. Hetzelfde geldt voor pleegouders die vragen om een 'bijplaatsing'. Ik kan me voorstellen dat je als pleegouder knap onzeker wordt als je te horen krijgt dat je er geen pleegkind meer bij kunt krijgen." Het gebrek aan duidelijkheid over (harde) criteria bij Voorzieningen versterkt bij (toekomstige) pleegouders echter het gevoel van afhankelijkheid. Hieruit blijkt dat pleegouders nog altijd niet als partner gezien worden. Ze zijn afhankelijk van het oordeel van anderen.
Hoe verder?
Henk en Irene zijn ondanks alle kritiek op de huidige gang van zaken vol goede moed. Zij wijzen op het tot stand komen van pleegouderraden en Voorzieningen voor Pleegzorg. Dankzij deze infrastructuur is het mogelijk dat pleegouders in de toekomst meer invloed krijgen op de beleidsontwikkelingen binnen de pleegzorg. Wel vinden zij het hoog tijd om de professionele inbreng van pleegouders te formaliseren. "De ingeslagen koers is goed, maar de uitwerking is vooralsnog onvoldoende", aldus Irene.