artikel uit Mobiel 1, februari 1998

In gesprek met twee netwerkpleegouders

door Ans Metz

Ze hadden het er samen wel eens over gehad of ze pleegkinderen in huis zouden willen opnemen. Maar Gerda en Anke hadden daar toch nog geen besluit over genomen. En toen was daar plotseling Ronnie, 7 jaar oud.

Ronnie's vader was vertrokken naar Rotterdam en moeder bleef achter met haar zoontje van zes. Het leek aanvankelijk een oplossing dat vader weg was, maar dat was maar tijdelijk. Al gauw kwam de RIAGG erachter dat moeder en zoon het heel slecht maakten. Moeder probeerde haar angst en onmacht te verdrinken en kwam na enkele maanden niet meer buiten. Ronnie moest met een briefje en een beetje geld de meest noodzakelijke boodschappen in huis halen. Verder kwam Ronnie ook niet buiten. Op school merkte men dat Ronnie zich steeds verder terugtrok en er steeds slechter uit ging zien. Kreeg hij eigenlijk wel te eten? Voor andere kinderen werd Ronnie steeds banger. Om de situatie goed in te schatten werden de RIAGG en een buurvrouw van het gezin geraadpleegd. Gezamenlijk kwam men tot de conclusie dat een opname van moeder in een psychiatrische kliniek noodzakelijk was. Voor Ronnie zou een veilig plekje gevonden moeten worden, waar hij wat op verhaal kon komen. Anke, Ronnie's juf op school, die alle ellende een half jaar had aangezien, ging thuis overleggen met haar partner Gerda. Samen kwamen ze al snel tot het besluit om zich beschikbaar te stellen voor de tijdelijke opvang van Ronnie.

Tijdelijke opvang van Ronnie

De reacties van de collega's waren enthousiast. En ook moeder kon zich helemaal vinden in het aanbod. Zij besloot zich zelfs onmiddellijk te laten opnemen. Er werden goede afspraken gemaakt over onderlinge contacten en binnen een week was Ronnie 'thuis' bij zijn tijdelijke ouders. Het leek allemaal goed geregeld en zonder problemen te verlopen. Maar dat was buiten moeder om gerekend, want die had zo haar eigen ideeën. Zij veronderstelde niet alleen vervangende opvang voor Ronnie geregeld te hebben, maar daarmee ook twee nieuwe vriendinnen voor zichzelf. Moeder verwachtte dagelijks bezoek van hen in het ziekenhuis, niet zozeer om haar zoontje te zien maar om zelf de aandacht te krijgen van Anke of Gerda. Ronnie dreigde er bij in te schieten.
Voor de pleegouders was dat een reden om zich wat terug te trekken zodat Ronnie alle aandacht zou krijgen tijdens de bezoeken aan zijn moeder. Moeder was het daar niet mee eens en werd opstandig. Zij probeerde de verpleging naar haar hand te zetten en toen ook dat niet meer lukte, verliet zij voortijdig het ziekenhuis en hervatte haar leventje getekend door depressies, alcoholgebruik en verwaarlozing. Moeder bleef voorlopig wel staan achter de plaatsing van Ronnie bij de pleegouders maar werd eisender in de contacten. Nu, een jaar later, woont Ronnie nog steeds bij zijn pleegouders, maar zijn moeder wil hem terug. Of het belang van Ronnie daarmee gediend is? De gezinsvoogd die inmiddels aangesteld is, heeft daar grote twijfels over.

Ronnie bloeit op

Ronnie heeft een ongekend leven gehad het laatste jaar. Ineens was er eten zonder dat hij er iets voor hoefde te doen. Ronnie hoefde niet meer voor zijn eigen kleren te zorgen. Langzaam maar zeker begon hij te ontdekken dat hij niet bang hoefde te zijn voor klasgenootjes en kinderen in de buurt. Er was speelgoed voor hem. Hij moest op tijd naar bed maar werd 's nachts niet meer wakker van onvoorspelbaar angstwekkend lawaai. Hij mocht over zijn moeder praten zonder dat Anke of Gerda dat gek vonden. Zij stimuleerden hem zelfs om leuke dingen voor mama te maken. En zij kwamen hem echt weer ophalen na twee uurtjes bezoek bij zijn moeder.
Ronnie is opgebloeid in dit jaar en heeft een enorm stuk ontwikkelingsachterstand ingehaald.

Reactie van de omgeving

Op de vraag hoe de omgeving reageerde op het plotselinge verschijnen van Ronnie in het gezin van Gerda en Anke vertellen zij dat het aanvankelijke enthousiasme van de collega's wel wat is getemperd. Er zijn collega's die nog helemaal achter deze pleegzorgplaatsing staan. Maar anderen vragen zich af of Ronnie's opvang niet ten koste gaat van de school. En schept deze opvang geen precedenten? Dat Gerda haar baan heeft opgezegd om voor Ronnie zorgen snappen sommigen helemaal niet. Weer anderen vragen zich af of dat wel kan: twee vriendinnen die pleeggezin zijn: zij vormen toch geen `normaal' gezin met een vader- en moeder figuur?
Anke en Gerda merken dat pleegzorg niet voor iedereen zo vanzelfsprekend is. Voor veel mensen is het een onbekend fenomeen: hoe doe je dat nu als je uitgaat, op vakantie gaat, naar familie gaat? Waar laat je de pleegkinderen dan?
Voor de familie van Gerda en Anke is het echter geen enkel punt, Ronnie is bij hen welkom. Wederzijds groeit er ook iets van: Ronnie hoort er steeds meer helemaal bij. Voor Ronnie is dat een ontdekking die hem verwondert maar vooral ook goed doet. Een opmerkelijke reactie kwam van de kinderen op school: plotseling wilden ze allemaal wel met Ronnie spelen. Hij had nog nooit zoveel `vriendjes' op zijn verjaardag gehad.

Oudercontacten

Het contact met moeder is veel minder geworden. Omdat zij merkt dat de pleegouders niet uit te spelen zijn en zij voor hulp telkens terugverwezen wordt naar de RIAGG, wil zij Ronnie naar huis halen. De gezinsvoogd staat daar niet achter. Temeer daar onderzoek heeft uitgewezen, dat bezoek aan moeder bij Ronnie zoveel angst oproept, dat hij haar voortaan alleen onder begeleiding mag zien.
Ronnie heeft maandelijks contact met zijn vader. De pleegouders kunnen met hem goed overleggen zodat zij wat de opvoeding betreft op een lijn zitten.

Terugblik

Nu terugkijkend zeggen Gerda en Anke, dat zij een jaar geleden wel in het diepe zijn gesprongen. Zij waren niet voorbereid en wisten achteraf niet waar ze aan begonnen. Zij hebben veel steun gehad aan de begeleiding die zij na enige tijd kregen vanuit het pleegzorgteam. Maar zij wisten daar pas optimaal gebruik van te maken nadat zij een cursus Netwerkpleegzorg hadden gevolgd. In deze cursus, waar vier netwerkpleegouderparen aan deelnamen hebben zij veel geleerd. De uitwisseling van ervaringen gaf hun een enorme steun, hierdoor vielen veel ervaringen met Ronnie op hun plek. Ook hebben zij een beter zicht op de inhoud van pleegzorg gekregen. En last but not least: zij leerden meer gebruik te maken van de individuele begeleiding. "Wij wisten niet dat wij daarvoor een beroep mochten doen op onze begeleider: daar hebben wij nu heel veel steun aan."
Anke en Gerda hebben ontdekt, dat bij pleegzorg heel wat komt kijken. Maar zij weten nu ook dat ze er niet alleen voor staan. Zij hebben ondanks alles de hoop dat zij nog lang voor Ronnie mogen zorgen en praten nu zelfs al over een bijplaatsing. "Voor Ronnie zou het goed zijn als hij leert delen met andere kinderen en wij hebben er de ruimte voor. Wij hebben dus nooit spijt gehad van onze beslissing, we zouden het zo weer doen."

Ans Metz is medewerker bij de afdeling pleegzorg van Jeugdzorg Nijmegen