artikel uit Mobiel 1, februari 1998

Oude wijn in nieuwe zakken

door Ineke Reimer

In hun artikel Versterking door samenwerking denken Kitlyn Tjin A Djie en Anjo van Hout van de Hogeschool van Amsterdam een nieuw begrip in de pleegzorg te introduceren: empowerment. Dit tendentieuze begrip blijkt echter niet meer dan oude wijn in nieuwe zakken te zijn.

Tjin A Djie en Van Hout stellen dat het realiseren van een optimale pleeggezin- plaatsing een open proces is, waarin pleeggezinbegeleider (beroepskracht) en pleegouders (vrijwilligers) van en met elkaar leren. Er is durf voor nodig om samen aan iets te beginnen dat niet voorspelbaar is. Feitelijk geeft hun artikel niet meer dan de ingrediƫnten van een goede begeleiding van pleegkind en pleegouders: openheid, duidelijkheid en het aanbrengen van structuur. Dit alles wordt vastgelegd in een hulpverleningsplan. De begeleiding is dus controleerbaar. Tjin A Djie en Van Hout hanteren voor deze manier van werken het begrip empowerment en doen voorkomen alsof dit iets nieuws is voor de sector pleegzorg. De pleeggezinbegeleiders van de Voorziening voor Pleegzorg van de William Schrikker Stichting werken echter al jaren volgens dit principe.

Een problematische gezinssituatie wordt vaak uitvoerig besproken in de familie. Op een gegeven moment wordt dan soms iemand aangewezen die het kind dan maar in huis moet opnemen, omdat het zo echt niet langer kan. Escalatie van de problemen is dan de druppel en oom en tante, vriend, of de buren nemen het kind simpelweg mee naar hun eigen huis. Op dat moment spreek je van een netwerkplaatsing en wordt een pleeggezinbegeleider ingeschakeld om een onderzoek te doen. In verreweg de meeste gevallen woont het kind dus al in het pleeggezin. Het moet wel heel erg de spuigaten uitlopen wil het pleeggezin dan als niet geschikt worden bevonden. Het netwerkonderzoek, dat plaatsvindt aan de hand van de bekende Stap-criteria, is dan ook gericht op het in kaart brengen van de sterke en zwakke kanten van het pleeggezin.

Wij proberen de pleegouders zo goed mogelijk voor te bereiden op problemen die zich mogelijk voor kunnen gaan doen. Zo concreet mogelijk. Denk hierbij aan zaken als de kapper, zakgeld, kleding, telefoontjes, etc. Hoe denken de pleegouders hiermee om te gaan? Juist om deze voor het oog triviale dingen kunnen de grootste ruzies ontstaan. Bij netwerkonderzoeken stuit je als pleeggezinbegeleider soms op veel boosheid. In tegenstelling tot de pleegouders heb je veel ellende niet meebeleefd of je bent er niet van op de hoogte. Hoe heeft het toch zo ver kunnen komen? Waarom heeft de hulpverlening niet eerder ingegrepen? Ook hebben pleegouders soms een negatieve houding ten opzichte van de ouders van het kind. Je kind mishandelen: hoe kun je dat nou doen?! En soms worden de ouders dan hard veroordeeld. Boosheid wordt alleen maar groter naarmate de pleegouders zich meer en meer gaan hechten aan hun pleegkind. Het is immers familie en de pleegouders hebben vaak jarenlang moeten toezien wat er allemaal misging in het gezin.

De eerste stap in het netwerkonderzoek is dan ook gericht op het ruimte geven aan de negatieve gevoelens. Laat de pleegouders hun ongenoegen maar spuien. Dan kan het een plek krijgen. Echter, op een gegeven moment moet je als pleeggezinbegeleider ingrijpen en het kind weer centraal stellen! Want daar gaat het natuurlijk uiteindelijk allemaal om. Altijd moet je de vraag stellen waarom juist zij het kind in huis hebben genomen. Was dat een bewuste keuze of was er sprake van een crisis? Hoe geef je vorm aan de nieuwe relatie die ontstaat met de eigen ouder van het kind, die tevens je zus, broer, vriend, buurman et cetera is? Samen met de pleegouders kom je dan tot een duidelijke taakafbakening. Uiteraard leg je dat nauwkeurig vast in een hulpverleningsplan, zodat wederzijdse afspraken altijd gecontroleerd kunnen worden. De meeste pleegouders waarderen dat ook. Bij het treffen van een bezoekregeling met de ouders bijvoorbeeld kan de Voorziening voor Pleegzorg van de William Schrikker Stichting bemiddelen. Dat is wel zo gemakkelijk. En het geeft de pleegouders ook rust.

Al met al kunnen familieplaatsingen een sterke vorm van pleegzorg zijn. Het kind blijft immers in een vertrouwde omgeving. De pleegouders zijn immers bekend met de voorgeschiedenis. Ze kennen het kind en de ouders, soms al jaren. Over het algemeen kunnen de pleegouders de problemen vrij goed inschatten. Daar komt bij dat de pleegouders zich bij een familieplaatsing, waarbij dus sprake is van een zekere bloedband, makkelijk hechten aan hun pleegkind. Soms wordt het zelfs als 'eigen' beschouwd. Kortom, het kind vindt dus warmte en geborgenheid in een nieuwe gezinssituatie. De begeleiding vanuit de Voorziening voor Pleegzorg van de William Schrikker Stichting is gericht op samenwerking en overleg tussen alle betrokkenen. Dit uitgangspunt van de hulpverlening komt dus overeen met empowerment, hoewel het bij de Voorziening voor Pleegzorg van de William Schrikker Stichting niet zo wordt benoemd.

De auteur is werkzaam bij de Voorziening voor Pleegzorg van de William Schrikker Stichting