artikel uit Mobiel 1, februari 1998Versterking door samenwerkingOp zoek naar de parels in een pleeggezin. |
door Kitlyn Tjin A Djie en Anjo van Hout
Steeds vaker komen we in de literatuur en ook in de praktijk van de Jeugdhulpverlening de term 'empowerment' tegen. Met empowerment wordt bedoeld dat men in een bepaalde relatie op zoek gaat naar sterke kanten en deze als uitgangspunt neemt voor de samenwerking. Maar valt zo'n begrip nu ook in de pleegzorg concreet te maken? Anjo van Hout en Kitly Tjin A Djie doen daar in dit korte artikel een poging toe.
Met empowerment in de pleegzorg bedoelen wij het leer- en vormingsproces dat als doel heeft de zelfsturende vermogens van pleegouders te versterken en te vergroten. Een voorbeeld daarvan is de Stap-cursus waar aspirant-pleegouders in een proces begeleid worden, en waarin ze uiteindelijk zelf de beslissing nemen of ze pleegouder kunnen en willen worden. Een ander voorbeeld is wanneer tijdens de begeleiding van de plaatsing pleegouders voortdurend worden uitgenodigd om eigen ideeën rondom de dagelijkse praktijk van het pleegouderschap naar voren te brengen.
Begeleiding vanuit een empowerment gedachte
Wanneer een begeleider werkt vanuit de empowerment-gedachte kan hij of zij zich onder meer op de volgende vier aspecten richten:
Houdingsaspecten
Hierbij gaat het vooral om de houding van pleegouders ten aanzien van hun pleegouderschap. Het ontwikkelen en vasthouden van zelfvertrouwen van de pleegouders staat daarbij centraal. De pleegzorgbegeleider kan hierin een ondersteunende rol spelen, door vanaf het begin duidelijk te maken dat men achter de plaatsing bij deze pleegouders staat en dat men vertrouwen heeft in de plaatsing. Samen met de pleegouders kan de begeleider op zoek gaan naar de krachten, de parels in dit pleeggezin. Zo dragen sommige families al generaties lang zorg voor anderen.
Door het maken van een familietekening, een stamboom, kan men zich dan bijvoorbeeld bewust worden van de kwaliteiten die in dit familiesysteem al generaties lang zijn ontwikkeld. Ook het actuele netwerk van het pleeggezin kan in kaart worden gebracht. Op deze manier kan men zoeken naar steunpunten. Door het maken van deze tekeningen ontstaat er tevens zicht op de behoeftes die dit pleeggezin heeft met betrekking tot deze plaatsing. Vervolgens kunnen pleegouders en begeleider hier samen mee aan het werk.
Het opbouwen van kennis
Het zorgen voor pleegkinderen brengt specifieke vragen met zich mee. Begeleiders kunnen pleegouders toerusten met kennis die ze nodig hebben om de opvoeding van het pleegkind goed te laten verlopen. Kennis over de leeftijds-gebonden ontwikkelingsfases waar kinderen zich in bevinden, over gedragsproblemen van kinderen die in het verleden beschadigd zijn en over hoe loyaliteitsgevoelens bij deze kinderen een rol kunnen spelen. Aan de hand van voorbeelden uit de dagelijkse praktijk worden theoretische begrippen herkenbaar en kunnen pleegouders ermee aan de slag.
Het ontwikkelen van vaardigheden
Pleegouders ontdekken dat ze andere of extra vaardigheden nodig hebben voor de dagelijkse omgang met een pleegkind. Hoe reageer je bijvoorbeeld op een pleegkind dat voortdurend je grenzen uitprobeert? Hoe kun je ruimte geven aan loyaliteitsgevoelens naar de eigen ouders? Welke ingewikkelde problemen kan een pleegkind in de puberteit met zich meebrengen en hoe verschillen die bijvoorbeeld van eigen kinderen in de puberteit. De begeleider kan zijn ondersteuning en advisering verfijnen door voortdurend te vragen welke vaardigheden pleegouders op dit punt al ontwikkeld hebben. Deze vaardigheden van de pleegouders worden dan vervolgens als uitgangspunt genomen om samen verder mee te werken.
Het kritisch volgen van het samenwerkingsproces
Bij empowerment is het van belang dat begeleiders pleegouders toerusten met vaardigheden om het gehele samenwerkingsproces te kunnen evalueren en controleren. Dit kan alleen gerealiseerd worden wanneer er een gemeenschappelijk geformuleerd begeleidingsplan ligt, met helder omschreven doelen, middelen en aandachtspunten. Belangrijk hierbij is dat vanaf de start - dus ook al in het begeleidingsplan - de sterke kanten van het pleeggezin en de behoeftes van het pleeggezin geformuleerd worden.
Wat ons ten slotte nog aanspreekt in het begrip empowerment is dat het uiteindelijk gaat om een open leerproces waarbij beide partners, beroepskracht en vrijwilliger, hun relatie zien als een relatie waarin zij allebei leren en groeien. Op deze manier werken beide partijen aan het realiseren van een optimale pleeggezinplaatsing. Dat vraagt van de partners in de pleegzorg veel moed, creativiteit en een kwetsbare opstelling: de durf om samen te beginnen aan iets waarvan niet voorspelbaar is hoe het zal gaan lopen, want dat is juist het kenmerkende van pleegzorg.
Pleegouders kunnen aan de hand van deze uitwerking nagaan of hun begeleider werkt vanuit de empowerment-gedachte: voelt men zich voldoende erkend door de houding van de pleegzorgbegeleider, wordt er kennis overgedragen en is er voldoende aandacht voor het verder ontwikkelen van vaardigheden? Mag men zich kritisch uitspreken over de begeleiding? Wordt niet alleen de inhoud van de begeleiding gevalueerd, maar ook het samenwerkingsproces? Vast staat in ieder geval dat wanneer pleegzorgbegeleiders en pleegouders willen werken vanuit deze gedachte, ook binnen de organisatie een empowerment-proces op gang gebracht moet worden.
Beide auteurs werken bij de Hogeschool van Amsterdam