artikel uit Mobiel 1, februari 1998

Ondersteuning met dubbele energie

door Jan van Lieshout

Living Apart Together: Mobiel en Stap zijn een relatie aangegaan. Op een zachtroze ondergrond maakten in december de wederzijdse besturen bekend dat vanaf 1998 het tijdschrift van de een en de educatie van de ander voortaan de 'inbedding' delen, maar principieel hun eigen bordje volscheppen. De redactie heeft aan Jan van Lieshout gevraagd om over de voorgeschiedenis van dit samengaan een artikel te schrijven. Van Lieshout heeft daarop een goed overzicht omdat hij in de afgelopen jaren aan de ontwikkeling van zowel Mobiel als Stap een bijdrage heeft geleverd.

Mobiel is een breed gewaardeerd vaktijdschrift voor allen die werkzaam zijn op het terrein van de pleegzorg. De Stap-programma's vormen een over het gehele land gespreid fundament voor de scholing in de specifieke vaardigheden op dat terrein. In feite is nu door de twee besturen een vorm van samenwerking gekozen die goed aansluit bij de wens tot verdere verbetering in de pleegzorg. Het openingsartikel in het vorige nummer, gewijd aan de kersverse speerpunten op dit terrein, verwoordde de toekomst als volgt: 'De tijd van vrijblijvend overleg is voorbij'. Dat geldt dus ook voor de stichting Mobiel zelf, die lange tijd met allerlei partners en partijen heeft overlegd om de eigen professionaliteit binnen de pleegzorg te kunnen blijven garanderen en vergroten.

Deskundigheid staat voorop

De toenadering tussen Mobiel en Stap is al jaren aan de gang. Inhoudelijk koos de redactie voor een tijdschrift dat de weerslag vormde van de stand van het pleegouderschap door de jaren heen. De herkenning die het beschrijven van ervaringen opriep, droeg bij aan een groter zelfrespect van pleegouders en deze vorm van erkenning stak de uitvoerders een hart onder de riem. Maar er was meer. De redactie heeft altijd de deskundigheid van pleegouders willen vergroten: de themakeuze richtte zich ook op het profiel van het pleegouderschap. Dat was precies het werkterrein van Stap. Organisatorisch is er vanaf 1991 overleg geweest over een landelijk steunpunt voor pleegzorg. Het overleg tussen Mobiel en Stap werd soms gestimuleerd. Bijvoorbeeld door al degenen die meenden dat een bundeling moest voorkomen, dat de pleegzorg die in 1991 tegelijkertijd een nationale prioriteit werd maar zich regionaal moest organiseren haar eenheid zou verliezen.
Anderen bekeken een eventuele verbintenis, juist door die nationale ambitie, met grote argwaan. Zoals ook oud-tantes wel kunnen kijken naar verzengende jonkheid of jeugdige neven dwars kunnen liggen omdat zij elk keurslijf zonder meer ongewenst achten. Een landelijk steunpunt voor pleegzorg, waar Mobiel en Stap hadden ingepast, is er niet gekomen.
Vanaf 1998 wordt de vernieuwing, begonnen met een innovatiecommissie die in 1996 na drie jaar haar werkzaamheden afsloot, voortgedragen door een 'Stuurgroep verbetering pleegzorg'. De oude ideeƫn over samenwerking tussen landelijke ondersteunende organisaties zijn achterhaald. Behalve het nooit van tafel geraakte uitgangspunt van Mobiel en Stap, dat door de verbinding tussen elkaars produkten en diensten voor de uitvoerders in de pleegzorg meerwaarde in het aanbod ontstaat. Het informeren en signaleren, het geven van voorlichting en de kritische kijk van een vakblad bevordert de werkontwikkeling en scholing. Omgekeerd geeft het werken aan de kwaliteit van het pleegouderschap voeding voor een krachtig vaktijdschrift. Beide hebben tot doel: het bevorderen van de deskundigheid in dit deel van de jeugdhulpverlening, het 'kritisch' volgen van de ontwikkelingen en bijdragen aan samenwerking tussen alle groepen die een functie hebben in de pleegzorg.

De ontwikkeling naar pleegzorg educatie

Dat de twee partners een goed oog voor elkaar hebben gekregen is niet verwonderlijk. Wat gebruikers of afnemers betreft verkeren ze op dit moment in dezelfde positie: ze werken beide zonder subsidies en hun producten moeten zoveel kwaliteit hebben dat afnemers er voor willen betalen. In dat opzicht vertoont de geschiedenis van zowel Mobiel als Stap dezelfde trekken. Maar ook op een andere manier passen de karakters van de partners wel bij elkaar. Stap is eigenlijk net als Mobiel de naam van een 'product'. Er is geen stichting Stap, wel een stichting Mobiel. Stap is een product van de stichting Op Kleine Schaal. Deze stichting is in 1982 ontstaan uit een initiatiefgroep van werkers in kleinschalige residentiƫle voorzieningen.
Uit ontevredenheid over de resultaten door hulpverlening in tehuizen groeiden als een onstuitbare beweging allerlei kleinschalige projecten. Alternatieven kwamen tot stand zonder samenhang, zonder van elkaars ervaring te leren. De initiatiefgroep was in feite een actiegroep, die zich in 1983 in pamfletvorm presenteerde: 'Kleinschaligheid in de hulpverlening is in hoofdzaak een kwestie van mentaliteit en maatschappijvisie', en 'Samenlevingsvormen die we moeten bedenken voor kinderen voor wie geen gezin is, zullen kenmerken in zich moeten dragen van het gezin. Opgroeiende kinderen en jongeren hebben weinig interesse in modellen. Zij willen een oudervervangende situatie in een gelijkwaardige vorm als die waarin alle kinderen opgroeien'. Voor pleegouders is een dergelijke stellingname een open deur van herkenning.
In 1983 verscheen ook een regeringsnota over pleegzorg: een stevige steun in de rug voor deze vorm van hulpverlening. Een jaar later kwam daar een rapport overheen, waarin voor de gehele jeugdzorg een keuze werd gemaakt om hulpverlening aan kinderen dicht bij hun huis en haard te organiseren, snel in te zetten als erom gevraagd werd, zo kort mogelijk te laten duren en geen zwaar middel in te zetten als het eenvoudiger kon. Vanaf het midden van de tachtiger jaren verdwijnen de tehuizen 'uit de bossen', neemt het aantal bedden af en krijgen hulpverleners die gezinsvormen organiseren meer middelen tot hun beschikking. De stichting Op Kleine Schaal raakt even op dood spoor: de tehuizen zijn in rep en roer en het alternatief was uiteraard niet gericht op de eigen ontmanteling. Twee jaar later wordt een logische stap gezet. Ook al lagen organisatorisch de roots in de tehuiswereld, inhoudelijk behoorden ambities en uitgangspunten bij de pleegzorg.
In 1987 organiseerden de overgebleven initiatiefnemers van Op Kleine Schaal - nog een handvol personen - een studiedag over projectgezinnen. Bedoeld werden gezinnen 'die naast de gewone taken van het pleeggezin ook in staat waren met behulp van professionele begeleiding hulp te verlenen aan de bij hen geplaatste kinderen en hun ouders'. Een formulering die nauwer aansluit bij de anno 1998 gewenste ontwikkeling in de pleegzorg is amper denkbaar. Maar daarmee lag in 1987 voor de stichting Op Kleine Schaal de vraag naar deskundige pleegouders op tafel. En die vraag is uitgemond in wat we nu kennen als het Stap pleegzorg educatietraject.

Ontwikkeling van een vakblad

Mobiel heeft 1987 maar net gehaald. Vanaf 1983 was het blad in hevige ademnood geraakt door het aanhalen van een bezuinigingskoord bij de instellingen voor voogdij en gezinsvoogdij, de vaste afnemers van het blad. Vanaf 1974 werd Mobiel vooral gemaakt voor vrijwilligers, van wie een groot aantal als gezinsvoogd gezinnen bezocht. Hun aantal daalde van vijfduizend in 1974 tot 239 in 1986: professionele maatschappelijk werkers hadden hun taken overgenomen. Ook de bij de instellingen voor gezinsvoogdij aangesloten pleeggezinnen konden een exemplaar krijgen. Maar menige boekhouder zag steevast een flink aantal exemplaren van het door de instelling afgesloten collectieve abonnement in de gang tot oud papier worden, en haalde een streep door de kostenpost. Dank zij de opwaardering van de pleegzorg door de Rijksoverheid ten koste van bezuinigingen in de tehuizenwereld kon de stichting Mobiel in 1988 een nieuwe start maken. Van de oorspronkelijke lezersgroep waren alleen de pleegouders overgebleven, terwijl een aansluiting met de professionele krachten, de gezinsvoogden die de pleeggezinnen begeleidden, niet voor de hand lag. Maar met het badwater werd ook een 'kind' weggegooid. Beter gezegd: achteraf lijkt op die manier de aandacht voor het gezin van herkomst te zijn verdwenen. De aandacht voor het kind stond voorop. Aandacht en steun aan het gezin van het uit huis geplaatste kind lag niet (meer) binnen het bereik van de vrijwilligers.

Een perspectief voor morgen

In de loop van Mobiel-nieuwe stijl is de doelgroep ruimer getrokken. Naarmate plaatsers en pleeggezinbegeleiders op de werkvloer beter werden onderscheiden, is de doelgroep van Mobiel uitgebreid met maatschappelijk werkers naast de pleegouders. Bij plaatsers is het blad waarschijnlijk nogal onbekend. Net zoals ook de Stap-programma's bij plaatsers relatief onbekend zijn. En achter de rug van de plaatsers bevinden zich het netwerk en de familie van de pleegkinderen. Dat is ook de reden geweest voor Mobiel om weer eens kritisch naar de formule van het blad te kijken. Vanaf dit nummer wil Mobiel een onafhankelijk tijdschrift voor pleegzorg zijn dat schrijft voor alle groepen die in de pleegzorg moeten samenwerken. En om dat gestalte te geven is de redactie uitgebreid met vertegenwoordigers van die groepen. De conclusie kan zijn, dat de nieuwe relatie van Stap en Mobiel meer dan een uitdaging tot samenwerking is. De relatie zal ook uitgedaagd worden tot het verbinden van pleegzorg met het bredere terrein van de jeugdhulpverlening. En tot het bijdragen aan pleegzorg die benut wordt, wanneer het netwerk rond de jongere tekort schiet of door interne complicaties niet voldoende benut kan worden. Dat is precies wat de overheid in de notitie Speerpunten verbetering pleegzorg noemt: 'aan het profiel van de pleegouders worden hogere eisen verbonden, nadat de hulpverlening door het netwerk is uitgeput'.
De redactie van een vaktijdschrift met een op scholing en educatie gerichte partner gaan tegen die achtergrond een gezonde relatie aan.

Jan van Lieshout;werkt bij het Sociaal Agogisch Centrum Het Burgerweeshuis in Amsterdam, is freelance journalist en ex-redactielid van Mobiel