artikel uit Mobiel 6, december 1997Ouders met een beperkte geestelijke bagage |
door Leonie Mak
Opgroeien in het eigen gezin is heel belangrijk. Ook voor kinderen van ouders met een verstandelijke handicap. Deze ouders hebben vaak te kampen met een voortdurend onbegrip en vooroordelen van hun omgeving. Ze zijn echter heel goed is staat om hun kinderen de liefde te geven die ze nodig hebben. En als een van hun kinderen uithuisgeplaatst wordt, is ook hier meestal veel verdriet en geworstel aan vooraf gegaan. De begeleiding en de contacten van pleegouders met deze ouders is vaak een zoektocht naar de beste manier.
Het gezin de Vries
Het gezin de Vries bestaat uit vader, moeder, vier kinderen en twee grote bouviers met van die afgeknipte oren, die iedereen de schrik op het lijf jagen.
Vader probeert op zijn manier de zaken van zijn gezin te regelen. Hij zit in de WAO. Op de Sociale Werkplaats gaat het niet meer. Hij doet erg zijn best voor zijn vrouw en kinderen en loopt daarbij tegen alle mogelijke instanties en vooral ook tegen zichzelf aan.
Moeder heeft samen met haar man duidelijk gekozen voor een gezin. Kom niet aan de kinderen, want dan kom je aan haar. Ze is licht verstandelijk gehandicapt. Ze heeft epilepsie, maar dat is met medicijnen onder controle. Door reuma is ze moeilijk ter been. Moeder werkt halve dagen op de Sociale Werkplaats. Ze is echter veel ziek.
Altijd problemen
Het gezin leeft heel geïsoleerd en er zijn eigenlijk altijd problemen. Met de buren, soms zelfs slaande ruzie. Vrienden hebben ze niet. Er is weinig contact met familie.
Ondanks uitkeringen die regelmatig binnenkomen, is er altijd geldgebrek. Belangrijke papieren zijn vaak zoek.
Ook met de kinderen zijn er regelmatig problemen. Met de jongens, want die lopen altijd thuis. Met Mieke, want Mieke helpen met haar huiswerk lukt niet meer. Moeder snapt echt niets meer van het schoolwerk.
De tv staat altijd aan en men eet met het bord op schoot frites met frikadellen.
Toch doen vader en moeder op hun manier heel erg hun best om er iets van te maken. Maar de moeilijkheden liggen voor het oprapen. Bovendien werken de instanties die hen helpen werken elkaar soms ook nog tegen. Menig hulpverlener is er door vader dan ook uitgezet of gesmeten.
De kinderen
De oudste zoon Piet is geen hoogvlieger. Hij heeft de MLK-school doorlopen en een gedeelte van de VSO-MLK(Voortgezet Speciaal Onderwijs/Moeilijk Lerend Kind) Daarna is hij werk gaan zoeken, maar heeft dat nooit gevonden. Hij klust wat met zijn brommer en is altijd thuis.
Marco woont sinds kort in een gezinsvervangend tehuis voor kinderen. Hij gaat in het weekend naar een gastgezin. Dat vinden de ouders maar niks. De gastouders lopen daar met lange rokken en lang vies haar. Dat is niets voor onze Marco, maar hij gaat toch graag naar dat gezin toe.
De derde zoon Willem zit op de MLK-VSO-school. Hij doet zeker zijn best, maar krijgt weinig steun van zijn ouders om er echt voor te gaan. Hij moet het zelf maar uitzoeken en met z'n 14 jaar lukt hem dat niet. Hij gaat niet meer naar school en is ook hele dagen thuis.
De jongste dochter is de slimste van de hele familie. Zij gaat naar de basisschool. Ze zal zeker naar het HAVO kunnen. Vader en moeder dragen Mieke op handen. Om Mieke maak ik me vaak zorgen, omdat zij vaak bepaalde zaken op zich moet nemen, die niet bij haar leeftijd passen.
Zoeken naar de juiste begeleiding
Een normaal begaafd kind van ouders met een verstandelijke handicap groeit zijn ouders op een bepaald moment voorbij. Voor het kind zal het vormen van een eigen identiteit moeilijk zijn. Het kan ook gebeuren, dat het kind voor zijn ouders gaat zorgen.
Als in dit soort situaties kinderen uithuisgeplaatst worden, gaan hulpverleners er soms van uit, dat mensen met minder verstandelijke vermogens een scheiding van hun kinderen niet beseffen. Dat is beslist niet waar. Afscheid nemen van je kind doet altijd pijn en is altijd een traumatische ervaring.
Voor pleegouders die te maken krijgen met ouders met een verstandelijke handicap is dat lang niet altijd gemakkelijk. Het is vaak een zoeken naar de juiste toon en manier van omgaan. Maar als dat lukt, dan kan er een redelijk tot goede relatie tot stand komen. Belangrijk is om de ouders te accepteren zoals ze zijn, ondanks hun, in onze ogen, afwijkend gedrag. Geef de ouders van het pleegkind een duidelijke plaats in het gezin te geven. Probeer er achter te komen wat het niveau van de ouders is en respecteer hun manier van functioneren. Vaak kunnen wij allen een voorbeeld nemen aan hun trouw en openhartigheid.
Voor de hulpverlening ligt hier een taak garant te staan voor een goede begeleiding van pleegkind, pleegouders en ouders. Want het staat ontegenzeggelijk vast dat de band tussen ouders en kind moet blijven bestaan, in het belang van het kind.
Dit artikel is een bewerking van een lezing van Leonie Mak, coördinator Pleegzorg bij de Sociaal Pedagogische Dienst Gelderse Poort voor de provincie Gelderland. De SPD begeleidt kinderen, jongeren en volwassenen met een verstandelijke handicap.