artikel uit Mobiel 6, december 1997Wees trouw aan mijn ouders en val ze niet af |
door Kees Vreebrug
"Als je een pleegouder bent die denkt een kind te kunnen redden door het ver van z'n ouders weg te houden, dan ben je als een voorbijganger die vergeten zal worden."Else-Marie van den Eerenbeemt is familietherapeut en geeft les aan de Hogeschool van Amsterdam, onder meer aan ervaren maatschappelijk werkers die werkzaam zijn in de pleegzorg. Ze publiceerde een aantal boeken, geeft lezingen, schrijft columns in tijdschriften en werkt graag voor de televisie. "De media kunnen voor ons werk een preventiebevorderend effect bewerkstelligen, alleen al door het grote publiek wat je er mee bereikt", zo licht zij haar voorkeur toe om veel en graag voor de werken voor de media te werken.
Aan het woord is Else-Marie van den Eerenbeemt. Ze vertelt gedreven en soms geëmotioneerd over de noodzaak voor kinderen om de band met hun ouders in stand te houden en de hulp die pleegouders hierbij kunnen bieden. Haar gedrevenheid is gebaseerd op de theorieën van prof. Nagy, maar vooral op de ervaringen uit haar eigen praktijk .
Natuurlijke loyaliteit en 'zijnsloyaliteit'
"Een mens is van nature loyaal aan zijn ouders, ongeacht wat ze gedaan hebben. Je kunt niet zeggen dat daardoor alle ouders goed zijn, maar er is geen enkel mens die de vijand van z'n eigen wortels wil zijn.
Loyaliteit is geen gevoel. Het is een kans om te geven en te ontvangen. Kinderen ontvangen het leven en beginnen al heel klein aan hun ouders te geven. Dit is goed voor je groei, voor je gevoel van eigenwaarde.
Als een kind z'n moeder kan troosten, bijvoorbeeld wanneer ze verdrietig is, dan voelt het kind zich daarna meer waard. Zo groeien mensen gezond op.
Daarnaast bestaat er een 'zijnsloyaliteit'. Deze loyaliteit bestaat vanaf het moment dat kinderen tot het besef komen dat er een moeder is die hen geboren heeft laten worden. Sommige pleegkinderen en ook adoptiekinderen spreken van hun geboortemoeder.
Iedere verjaardag vier je dat je geboren bent, maar dat viert je moeder ook en het zou heel goed zijn als pleegouders op de verjaardag van hun pleegkind zouden zeggen: 'Nou je moeder heeft vandaag ook een beetje feest ook al is ze hier niet.'
Pleegkinderen zijn soms boos op hun ouders, en vaak terecht. Maar toch zijn die woede en haat ondergeschikt aan het verlangen naar betrouwbaarheid en liefde naar hun ouders.
Kinderen zoeken ook altijd naar verzachtende omstandigheden voor hun ouders. Soms hoor je kinderen wel zeggen: 'Mijn moeder heeft mij afgestaan, omdat ze heel arm is, of omdat ze een probleem in haar hoofd heeft.
Met respect voor de ouders bouw je vertrouwen op
Pleegkinderen worden vaak gezien als kinderen die veel tekort zijn gekomen en die dus veel moeten ontvangen. In zekere zin is dat ook zo, maar vaak wordt vergeten dat - juist omdat ze zoveel meegemaakt hebben - ze veel grotere gevers zijn. Pleegkinderen zijn gewend te geven. En zoiets mag je een kind niet afnemen.
Het kind heeft soms een enorme verantwoordelijkheid gedragen in het gezin waar het vandaan komt. Er zijn gezinnen die draaien op kinderen van vijf of zes jaar. Ze vinden het gewoon om te geven aan de ouders als dat nodig is. Dat is voor hen liefde en dat willen ze ook doen naar de pleegouders, maar soms krijgen ze daar de kans niet voor.
Pleegkinderen weten vaak meer van geven dan jij als pleegouder en dat botst soms. Ze zijn bezorgd om hun ouders en elk kind vraagt van zijn pleegouders: wees trouw aan mijn ouders en val ze niet af!
Zoiets kan al in kleine dingen zitten. Een pleegkind heeft bijvoorbeeld van z'n moeder een plastic zak meegekregen met - weliswaar allemaal kapotte - kleren. Toch heeft hij ze meegekregen. 'Beter iets dan niets', zei de pleegmoeder die me dit verhaal vertelde. Als je dan zou reageren in de trant van: ze zijn kapot, die gooien we weg en je krijgt nieuwe van mij, dan val je zijn moeder af. En het kind wil juist respect. Gebruik ze voor het buiten spelen, of verzin een andere manier er iets mee te doen waaruit het kind dat respect kan voelen.
Het heftig vertroetelen van pleegkinderen en ze alleen maar zien als kinderen die zorg en aandacht nodig hebben, werkt niet. Er komen teleurstellingen uit voort.
Als het kind zich zorgen maakt om zijn vader of moeder, neem deze zorgen dan wel serieus en bekijk wat je er samen aan kunt doen.
Ik heb eens een man horen zeggen: 'De liefste pleegmoeder was diegene (en de anderen ben ik allemaal vergeten) die iedere week met mij een gulden opzij zette voor de zware shag voor mijn vader die in de gevangenis zat.'
Met respect en begrip tonen voor de achtergrond van het kind bouw je vertrouwen op bij datzelfde kind.
Het is een contra-indicatie voor pleegouderschap wanneer pleegouders de band van het kind met zijn ouders willen verbreken omdat zij vinden dat het kind ervan in de war raakt. Mensen die echter in staat zijn de band tussen kind en ouders te respecteren en versterken verdienen daarentegen op hun beurt veel respect. Zoiets is vaak heel erg moeilijk, maar als het je lukt dan heeft het generatieslang effect.
Een roze beer van wel vier meter hoog
Ik kan met een voorbeeld misschien duidelijk maken hoe moeilijk zoiets voor pleegouders kan zijn. Het verjaardagspartijtje van Jan-Peter van zeven was leuk en gezellig: taart, kadootjes, kaarsjes blazen. Eindelijk na al die jaren is het pleegkind is gelukkig en laat moeder niks van zich horen. Tot s'avonds tien uur. De bel gaat. Moeder staat voor de deur en heeft, omdat ze zo zenuwachtig is, een borrel gedronken. Ze durfde anders de stap niet te nemen. Een roze beer van de kermis van wel vier meter hoog in haar armen, voor Jan-Peter.
De boze pleegmoeder vertelt later: 'toen was alles kapot, onze kadootjes werden in de hoek gegooid. Die beer was ineens alles, en moeder zat maar te lallen. Het kind wou niet naar bed, heeft gehuild en uiteindelijk was de verjaardag een fiasco.'
Ik verzeker u dat, als Jan-Peter tachtig is, hij nog weet dat hij in een pleeggezin zat toen zijn moeder kwam met grote roze beer en misschien - en dat is de consequentie van pleegouderschap - is hij de namen van zijn pleegouders allang vergeten.
Hiervan zouden pleegouders doordrongen moeten worden in de voorbereidingsprogramma's. Want hoe lastig het ook is met zo'n dronken moeder, je moet de kinderen helpen met hun ouders. Dat is het ware pleegouderschap.
Je kan geen kind redden van zijn ouders, je moet het redden mèt zijn ouders. Als je dat lukt dan is het niet één generatie die er plezier van heeft, maar dan doorbreek je de cirkel.
Respect tonen voor de ouders, durven vragen aan het kind wat jullie samen kunnen doen om z'n ouders te helpen. Uit zo'n verstandhouding met het kind groeit het gevoel van eigenwaarde van het kind. En dat is van het allergrootste belang voor de manier waarop het kind in het leven staat en voor het vertrouwen in de toekomst. Uiteraard moet je daarbij wel rekening te houden met de omstandigheden en de leeftijd van je pleegkind,
Als een kind kan zeggen : 'Mijn vader kon wel niks voor mij doen, maar ik heb hem geholpen' heeft het kind gevoel het recht om er te mogen zijn. Sterker nog dan is het kind vrij om ook van z'n pleegouders te mogen houden. "
Else-Marie van den Eerenbeemt schreef onder meer:
'Balans in Beweging', over de problematiek van gezinnen en relaties in deze tijd.
'Alle dochters", over drie generaties vrouwen en hun familiekwesties.
.