artikel uit Mobiel 6, december 1997"Je hebt echt wel in de gaten dat er iets niet goed gaat"Een gesprek met twee moeders. |
door Joke ter Horst en Bas van Dijke
"Door in Mobiel aandacht te besteden aan ouders van pleegkinderen hopen we op meer begrip bij pleegouders en begeleiders voor de positie van ouders waardoor mogelijk de samenwerking verbeterd kan worden." Dit stond in de uitnodigingsbrief van de redactie aan Mieke en Petra. Beiden - verslaafd geweest - moeders van uithuisgeplaatste kinderen. Mieke zorgt inmiddels weer voor haar twee dochters. Petra heeft besloten haar drie kinderen in de pleeggezinnen waar ze wonen op te laten groeien. Een gesprek over het waarom van de uithuisplaatsing, hun gevoelens, de steun die ze wel of niet kregen en hoe het ze nu vergaat.
Waarom gingen jullie kinderen naar een pleeggezin?
Mieke: "De uithuisplaatsing van mijn oudste dochter Anna, begon toen ex-schoonzus de Kinderbescherming belde. Ik wist dat ze kwamen dus ik had alles schoon en netjes. Ik spelde ze en verhaal op de mouw dat er niks aan de hand was. Mijn vriend was ook verslaafd. Er kwam een politie inval en we werden meegenomen. Mijn dochter en ik werden al snel weer vrijgelaten. Een paar maanden later kwam er opnieuw een inval. Ze lieten mij en m'n dochter niet gaan en weer kwam ik bij de Kinderbescherming terecht. Toen werd ik ook verwezen naar de hulpverlening voor drugverslaafde ouders en kinderen.
In die tijd brachten we onze dochter steeds vaker bij kennissen in het weekend. Ik nam haar ook wel mee als ik ging scoren. De begeleider stimuleerde me om onze kennissen pleegouder te laten worden. We wisten eigenlijk best dat het niet zo lekker ging, ook al kwam ze financieel en lichamelijk niets tekort. Je bent dan wel verslaafd maar niet gek en je weet dondersgoed dat het niet klopt waar je mee bezig bent.
Het heeft toen nog twee en een half jaar geduurd voor ik ging afkicken. Tijdens de zwangerschap van mijn jongste dochter heb ik me op laten nemen in een afkickcentrum. Ik beviel veel te vroeg van m'n dochter en zij moest in het ziekenhuis blijven. Na een week werd ik op straat gezet. Ik ging weer gebruiken en had geen huis. Ik zou m'n dochter pas terug krijgen als ik weer een huis had. Ik was erg bang dat m'n dochter in een tehuis zou komen. Mijn zus en zwager zijn toen pleegouder geworden. Uiteindelijk is dat een negatief verhaal geworden."
Petra: "Mijn vriend en ik waren verslaafd. In het begin werkten we nog allebei. We gingen echter steeds meer gebruiken. 's Nachts werkte ik op straat. Mijn zoon Wim bracht ik dan naar de ouders van m'n vriend en mijn dochter Lia naar mijn moeder. Op een gegeven moment dachten we dat we het met een maand opname in een afkickcentrum wel weer met elkaar zouden redden. Maar binnen twee dagen waren we weer zwaar aan het gebruiken.
Mijn relatie liep stuk en toen de kinderen in een pleeggezin terechtkwamen - Lia was tien en Wim vijf - ging het helemaal bergafwaarts. Ik vond dat verschrikkelijk, maar ik kon zelf niet afkicken. Ik was veel te ver heen. Het hele gezin lag uit elkaar en ik voelde me zo vreselijk mislukt.
Ik ging zwerven en kwam uiteindelijk weer in een afkickcentrum terecht. Pas na twee jaar kreeg ik via de Kinderbescherming weer contact met mijn kinderen. Mijn jongste zoon is verslaafd geboren, die heb ik helemaal nooit bij me gehad."
Toen de kinderen weg waren belandden jullie nog dieper de put. Had iemand dat kunnen voorkomen?
Petra: "Wat mij betreft niet. Ik hoefde niet meer op tijd op te staan om de kinderen naar school te brengen. Geen boodschappen meer te doen, want ik at net zo gemakkelijk een patatje. Op dat moment waren voor mij echt alle hekken van de dam, terwijl daarvoor de kinderen me nog een klein beetje in het gareel hielden."
Mieke: "Ik werkte toen ook 's nachts, kwam dan helemaal zielig thuis en voelde me alleen. Dus wat ga je doen: lekker gebruiken, bij andere mensen, bij dealers, om maar niet alleen te hoeven zijn. Ik dacht wel vaak: `waar ben ik nou mee bezig, wat heb ik nou bereikt? Niks. Nou hup een dampie dan maar.'
Was je opgelucht toen je kinderen in een pleeggezin gingen wonen?
Petra: "Ik was niet opgelucht. Ik wist dat ze me erg zouden missen. Ik had wel de rust dat ze te eten hadden en op tijd naar school gingen. Als ik terugkijk is het een grote grijze mist voor me, want ik was gewoon te veel aan het gebruiken om nog normaal te kunnen denken. Ik was met geld bezig en met m'n balletjes en hoe kom ik de dag weer door."
Mieke: "Ik was alleen opgelucht dat ze uit de hele sfeer weg was en in een gezonde omgeving zat. Want als mijn kind kruipt en ze heeft een balletje bruin in haar mond, dan heb ik echt wel in de gaten dat er iets niet goed is. En met kinderwagen voor de deur bij de dealer en inbreken met je kind in de draagzak... Eigenlijk vond ik dat het niet kon en toch gebeurde het. Ik heb er een vreselijk schuldgevoel over gehad."
Had het ook anders kunnen lopen?
Mieke: "Dan had ik eerder hulp moeten zoeken. Ik was op een gegeven moment te dopie om nog wat voor m'n kinderen te doen. Maar je moet wel helemaal in de goot liggen voordat je hulp wilt zoeken en aanvaarden. Zolang het allemaal nog loopt denk je niemand nodig te hebben."
Petra: " Misschien. Als ik iemand had gehad die me had begrepen in plaats van het gevoel te krijgen van `jij bent alleen maar een heronehoer die ook nog kinderen op de wereld heeft gezet'. Maar ik kreeg pas in het afkickcentrum begeleiding."
Voor die tijd was er niemand die hulp gaf?
Petra: "Als je gebruikt heb je alleen gebruikersvrienden, verder heb je geen vrienden meer. Je hebt ook zo lopen liegen en bedriegen. In het afkickcentrum duurde het heel lang voor mensen me weer een beetje gingen vertrouwen. Ik had ook al zo vaak gezegd m'n leven te beteren."
Hoe verliepen de eerste contacten met je kinderen?
Petra: "Toen ik voor het eerst mijn kinderen mocht zien raakten ze daar vreselijk van in de war en ik ook. Ik dacht: ze zijn veel beter af zonder mij en heb overwogen de bezoekregeling te stoppen. Gelukkig heeft de begeleider dat in goede banen weten te leiden want ik had daar nu zeker spijt van gehad. Maar je komt bij zo'n pleeggezin en die mensen hebben alles netjes voor elkaar en zijn meestal nog even oud ook. Jij bent dan toch de junkiemoeder. Je kinderen gaan ook mama tegen die ander zeggen. Ik vind het nu nog erg. Zo'n pleeggezin ziet je ook als een inbreuk, daar heb je de echte moeder wat moeten we daar nou mee? Dat voelde ik zo."
Jaloers!
Petra: "Pleegouders zijn de mensen die jouw kinderen verder verzorgen en grootbrengen en als je kinderen pijn hebben gaan ze naar die moeder. Ik ben nog steeds gigantisch jaloers." Mieke: "Ik was jaloers omdat ik me machteloos voelde. Je bent helemaal niks. Die mensen zijn niet zomaar pleegouder geworden. Je idealiseert het ook nog eens. Daar gaat alles netjes op tijd, ze gaan die moeder mama noemen. Ik heb wat vaak met tranen in m'n ogen in de bus gezeten als ik daar vandaan kwam.
En dan ga je doen waar je goed in bent: de junk spelen. Je kent de weg en het is vertrouwd.
Nu ben ik nog steeds jaloers op het delen van het mama-zijn, op de aandacht die mijn kinderen aan de pleegmoeder geven. Als ik bij hen op visite ben en m'n dochter roept mama, draai ik me om, maar haar pleegmoeder ook. Daar heb ik moeite mee, niet met het huisje boompje beestje gedoe."
Kiezen voor je kinderen
Petra: "Op een gegeven moment heb ik de beslissing genomen om mijn kinderen in de pleeggezinnen te laten. Dat was een moeilijke tijd. Maar de kinderen waren er niet mee geholpen om ze daar weg te halen. Ik kan ze voorlopig toch nooit zo'n veilige omgeving bieden. Want na het afkickcentrum begint het eigenlijk pas. Je moet alles weer op poten zetten. Maar om dat te beslissen.... Ik kreeg reacties als: `wat ben jij een egost dat je niet eens voor je eigen kinderen wil zorgen'. Dan krijg je dat onbegrip ook nog een keer. Ik moest het ook aan m'n zoon van 14 vertellen. Dat was erg moeilijk. Omdat ik zoveel om hem geef wil ik dat hij daar blijft. Hij begreep er ook niets van. Hij zei: `Mama dan ik kan ik toch voor jou gaan zorgen'. Maar dat is nou net niet de bedoeling, dat heeft hij al lang genoeg gedaan. Toen hij zes was liep hij eigenlijk al voor me te zorgen.
Mieke: "Toen mijn jongste dochter verslaafd werd geboren dacht ik:`waar ben ik mee bezig'. Dat was het moment waarop bij mij het kwartje viel.
Hebben jullie last van concurrentiegevoelens?
Petra: "Je voelt natuurlijk een soort concurrentie met de pleegmoeder, maar dat is voor de pleegmoeder ook zo. Na mijn bezoek waren de kinderen in de war. Dat is voor een pleegmoeder ook rot om te zien. De begeleidster is gelukkig een goede tussenschakel geweest. Ik denk niet dat de pleegouders weten dat ik ook in de war was na een bezoek. Veel praatte ik niet met de pleegouders."
Mieke: "Ik voelde ook concurrentiestrijd. De begeleider besprak dat met de pleegouders en we zaten regelmatig om de tafel. Met m'n zus was het een ander verhaal. Ze woonde toen in Apeldoorn en ik zat in Den Haag met een kleine uitkering. Zij hadden een auto maar vertikten het om naar Den Haag te komen. Ik kreeg m'n kind bijna niet terug. Dat is nog een hele toestand geweest. Ik kan me nu voorstellen dat zij - na een jaar voor een baby van twee maanden te hebben gezorgd - gevoelsmatig iets had van `die krijg je niet terug'. Maar toch ben ik daar echt op afgeknapt."
Hebben jullie moeite met de aanpak of invloed van pleegouders op jullie kinderen?
Mieke: "Ik vond het bijvoorbeeld vreselijk moeilijk toen mijn kind niet wilde eten en mijn zus het er in zat te proppen. Ik ging over de rooie en zei: `hou es op, ze hoeft niet'. `Hou jij je mond maar, wij pakken haar zo aan' was het antwoord. Ik heb toen zitten janken. Tussen m'n zus en mij is het nooit meer goed gekomen. Ze heeft natuurlijk wel haar best gedaan. Alleen ze heeft mij er niet bij betrokken.
Petra: "Ik ben vaak bang geweest dat die mensen mijn kinderen rottig gingen benvloeden. Want het zijn soms hele kleine dingen die je belangrijk vindt. Mijn begeleider had een keer een verkeerde bezoekafspraak gemaakt. Dus mijn zoon en die mensen zaten te wachten en ik dacht dat ik een week later op bezoek zou komen. Ik was helemaal overstuur. Mijn zoon belde op en zei "mam was je me vergeten, je zou toch komen". Het zijn dingen die voor mij erg belangrijk zijn. Er wordt ook zo snel gedacht "ze komt haar afspraken niet na", ook door pleegouders. Zij kunnen een hoop maken en zijn maatschappelijk geslaagd. Als ik een scheet laat ligt er een rapport. Je moet 10 keer meer op je tellen passen als een gewoon mens. Je moet alles wat je doet bewijzen.
Wat kunnen pleegouders doen om het gemis van je kinderen draaglijk te maken?
Petra: "Door ouders erbij te betrekken. Bijvoorbeeld door een afschrift van een rapport op te sturen. Mijn pleegouders sturen me ook foto's van vakanties en verjaardagen zodat ik thuis plakboeken kan bijhouden. Ook heb ik nu een afspraak met de voogd dat ze de pleegouders even belt vlak voor ik op bezoek ga. Als Lia dan op school moeilijkheden heeft gehad, kom ik daar dan niet pas achter tijdens het bezoek. Het liefst zou ik 1 keer in de twee weken willen bellen, maar dat is voor die mensen ook belastend.
Kun je - naar je kind toe - wel het gevoel overbrengen dat je samen met de pleegouders vecht voor het belang van je kind?
Petra: "Lia is nu 15 en heeft de neiging naar d'r moeder toe te gaan. Ik moet haar dan vertellen dat niet te doen omdat zoiets slecht voor haar zou zijn. Want ik weet hoe een kind in de puberteit is. Het gras aan de overkant is altijd groener. Is er daar ruzie dan wil het naar mij. Is er bij mij ruzie dan zijn die pleegouders toch eigenlijk wel een stuk beter. Dat zou voor iedereen chaotisch worden en een kind gaat de zaak dan uitspelen. Ik denk dat zoiets heel slecht is, en we samen de grenzen aan moeten geven.
Dus toch samen?
Petra: "Nou alles moet wel via de voogd lopen. Dat vind ik heel jammer. Ik zou soms graag rechtstreeks bellen maar het mag niet. Ik vind het niet leuk maar heb geen keus en alles gaat in het belang van het kind. Als mijn telefoontje onrust in het gezin geeft, is dat slecht voor Lia. Ik heb wel geprotesteerd van waar blijf ik dan, want ik doe dan wel alles in het belang van het kind maar ik ben er ook nog. Ik vind dat ik best een hoop inlever. En stel dat Lia naar me toe zou komen, dan zou ik haar binnenlaten, het pleeggezin bellen en haar natuurlijk weer terugbrengen. Dat is toch logisch?"
Je kinderen wonen in verschillende gezinnen, is er verschil tussen de pleegouders?
Petra: "Er is meer verschil tussen de kinderen. Ze schelen in leeftijd vijf jaar. Met Lia heb ik veel meer meegemaakt, die heeft m'n verslaving ook veel meer meegemaakt. Wim was veel kleiner die is nu 9. Alles draait nu eigenlijk om Lia. Zij is gewoon een beetje een probleemkind. Ze wil gewoon graag terug. Niels, de jongste, is niet echt mijn kindje. Dat klinkt heel hard. Maar ik weet niet eens wie de vader is, hij is een werkongelukje. Ik heb nooit zelf voor hem gezorgd. Hij is meteen na de geboorte in het ziekenhuis gebleven en moest daar afkicken. Daarna is hij naar een tehuis gegaan en vervolgens naar een pleeggezin en daar blijft hij.
Hoe is nu de band met jullie kinderen?
Petra: "De band met oudste twee kinderen is nog steeds best goed. Ik ben altijd hun moeder gebleven. Al ben ik wel bang geweest dat de pleegouders die band zouden overnemen. Met mijn jongste zoon heb ik geen band. Ik ga elke drie maanden naar hem toe en dat doe ik voor hem. Hij weet dat hij uit mijn buik is gekomen. Dat hebben zijn pleegouders hem wel verteld. Ik kan ook niet zeggen dat ik hem zo'n leuke jeugd heb gegeven. Hij is hartstikke ziek geweest. Ik wil wel graag dat hij weet dat ik z'n moeder ben. Later zal ik hem alles wel vertellen. Zijn pleegouders houden ook niets geheim. Het zijn erg lieve mensen."
Mieke: "Toen ik mijn jongste dochter na een jaar thuis kreeg voelde ik weinig. Het heeft me wel een paar jaar gekost voor ik een redelijk band met haar had opgebouwd. Maar het zal nooit worden wat ik met m'n oudste dochter heb, want die heeft zoveel met me meegemaakt. Gelukkig begint het zo langzamerhand wel gelijk te trekken en daar heb ik heel erg m'n best voor moeten doen."
Hoe gaat het nu met jullie?
Petra: " Het doet me goed om te zien dat mijn kinderen veel dingen doen die ik ook leuk vind. De kinderen tekenen bijvoorbeeld graag en de pleegouders zeggen dan dat ze dat van mij hebben. Dat doet me echt goed. Ik voel me geaccepteerd als moeder. Dat heeft wel een hele tijd geduurd, dat vertrouwen heeft toch moeten groeien.
Verder vind ik dat mijn kinderen er recht op hebben stevige mensjes te worden en niet dat ze op hun 20e op hun bek gaan. Af en toe twijfel ik nog of ik de goede beslissing heb genomen. Diep in m'n hart zou ik toch het liefst weer een gezinnetje zijn met z'n allen. Straks met Sinterklaas en Kerst zit ik weer alleen.
Mieke: "Met mijn kinderen gaat het nu goed. De jongste is 7. Ze is verslaafd geboren en als het maar even niet goed gaat wijt ik het daaraan. In het afkickcentrum zeiden ze dat ze concentratieproblemen zou kunnen krijgen, maar ze is de beste van de klas is en daar ben ik erg trots op. Bij de oudste heb ik de invloed van vroeger steeds onderschat. Zij heeft er vaak bij gezeten als er gerookt werd. Zij heeft wel concentratieproblemen op school. Ik wil haar laten testen. Ook uit een soort schuldgevoel wil ik weten wat er aan de hand is en waar ik aan toe ben. Verder ben ik ben verhuisd naar een andere omgeving. Daar weet niemand dat ik ooit verslaafd ben geweest. Ook niet op de school van mijn kinderen. Ik vind het voor de kinderen beter dat ze niet met andere ogen worden bekeken. Ik wil ze daarvoor beschermen. Het draagt nergens toe bij als mensen het weten."
.