Mobiel, tijdschrift voor pleegzorg

Het thema van het nieuwe nummer is ‘Ik vertrek’. Een pleegkind heeft vaak te maken met afscheid, niet alleen van de biologische familie. Helaas wordt een groot deel van de pleegzofgplaatsingen ongepland voortijdig afgebroken. In dit nummer vertellen pleegkinderen hoe zij op een prettige manier vertrokken uit hun pleeggezin. Ook interviewden we een gezinsvoogd die afscheid nam van haar baan. Tot slot geven we tips voor een goed vertrek, samen met de jongeren van de WAT?!-redactie.

Ook interviewden we Lobke, haar moeder en haar tante. Toen Lobke drie jaar was, kwam ze met haar broertje bij haar oom en tante wonen. Ze is nu negentien en bijna een jaar geleden verhuisde ze naar haar moeder. Openhartig vertellen Lobke, haar moeder en haar tante over deze grote verandering. Lobke: “Ik blijf altijd twee moeders en twee vaders hebben.”

Voormalig pleegkind Joop kijkt terug op zijn jeugd in kindertehuizen, een pleeggezin en een gezinshuis. Hij legt uit dat veel pleegkinderen het niet altijd laten zien, maar diep van binnen steun zoeken en de bevestiging dat ze ertoe doen. Joop: “Er is vaak zoveel gebeurd, dat je ons, pleegkinderen, moeilijk kunt bereiken.”

Kinderen opvoeden is een lastige taak voor de gemiddelde volwassene, laat staan voor ouders met beperkte cognitieve capaciteiten. Vaak komen de kinderen terecht in een pleeggezin als ondersteuning van de ouders niet voldoende perspectief biedt. Wat kun je als pleegouder verwachten als je met deze ouders gaat samenwerken?

Anouk Goemans promoveerde op onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen in pleegzorg. Het onderzoek laat zien dat sommige pleegkinderen en pleegouders een extra steuntje in de rug goed kunnen gebruiken. In haar proefschrift benadrukt ze het belang van screening en monitoring van pleegkinderen.

In het recent verschenen boek ‘Ouderschap zonder opvoederschap’ pleit Gé Haans voor een paradigmaverschuiving binnen pleegzorg. “Leg het accent op ondersteunend opvoederschap in plaats van vervangend ouderschap. Verban ouders niet naar de marge van hun ouderschap, maar betrek hen actief bij de opvoeding.”