boekbespreking

Ze zouden ons moeten koesteren.
Pleegouders over het contact met hun voorziening

door: F. van Beek
Uitgeverij: Bureau Wesp, 1998
Prijs: 40,-
Besteladres: STAP/MOBIEL, Plantage Parklaan 12, 1012 ST AMSTERDAM.
Tel. 020-6269007, fax. 020-6269534

Het contact tussen pleegouders, begeleider en voorziening is erg belangrijk: zowel om pleegouders te ondersteunen in het volbrengen van hun opvoedingstaak naar een pleegkind (direct belang), als om condities te scheppen die het pleegouders mogelijk maken deze taak naar behoren uit te voeren (indirect belang).
Deze conclusie is op zich niet nieuw, maar vormt wel de basis voor een aantal andere, belangrijke en uiterst nuttige vaststellingen en aanbevelingen, waartoe de samenstellers van dit rapport komen na uitvoerige interviews met pleegouders. De interviews werden gehouden in het kader van een onderzoek naar de informatiebehoefte van pleegouders en naar (meer) adequate informatievoorzieningen voor pleegouders.
Geïllustreerd met vele gespreksfragmenten, wordt in dit rapport de veelzijdigheid en noodzakelijkheid van communicatie tussen begeleiders, pleegouders en voorzieningen geanalyseerd en beklemtoond. Wil je pleegouders koesteren, zoals de titel suggereert, dan moet je begeleiding koesteren, omdat dit het middel, het moment en de plaats is, waar betrokkenen op basis van elkaar wederzijds informeren, het hulpverleningsproces aan het kind mogelijk maken. Communicatie veronderstelt altijd tweerichtingsverkeer.
De begeleider is het gezicht van de voorziening en als zodanig de uitdrager van de boodschap. De pleegouder is echter de ervaringsdeskundige en als zodanig de voedingsbodem voor de begeleider en, in het verlengde daarvan, voor de voorziening.
Begeleiders en voorzieningen zouden meer kunnen doen met de rijkdom aan kennis, vaardigheid en opstelling van pleegouders.

Daartoe doen de onderzoekers tal van suggesties om het pleegzorgproces continue te injecteren met impulsen. En dan blijkt dat begeleiding een onderdeel hoort te zijn van een veel omvattender plan van communicatie en dus van samenwerking tussen voorziening en pleeggezinnen, niet alleen tijdens de plaatsing, maar ook daaraan voorafgaand én na afronding van de plaatsing. Aan informatie en communicatie over pedagogische zaken, financiën, over rechten en plichten en over wettelijke en andere regels bestaat grote behoefte. Daarin spelen - blijkens de verzamelde ervaringen - het voorbereidingsprogramma STAP en ons tijdschrift MOBIEL een belangrijke rol.
Maar ook suggesties als een databank, toegankelijk voor pleegouders, een contactpersoon(documentalist) binnen de voorziening, brochures en scholing van begeleiders in informatie vergaren, opslaan en gebruiken zijn het uitproberen waard. In de aanbevelingen wordt even goed gedacht aan 'interne controlesystemen ' binnen de voorzieningen om procedures te ontwikkelen en continue te controleren op effectiviteit en behoeften van pleegouders. Het periodiek en feitelijk in contact treden als kader van een voorziening met pleegouders, onafhankelijk van de begeleider bouwt zekerheden in om wederzijdse behoeften aan informatie (en dus kennisvermeerdering) te benutten. Ook op die manier krijgt deskundigheidsbevordering een nieuw gezicht.

Wellicht past dit rapport ook in het geheel. Het is bijvoorbeeld te overwegen om de belangrijkste punten uit dit rapport in een brochure 'Communiceren in de pleegzorg ' onder te brengen, zodat pleegouders en begeleiders en voorzieningen elkaar kunnen aanspreken op goede basiscondities. Een onderzoeksverslag dat veel stof tot nadenken geeft, nog veel mogelijk kan maken, kortom dat gekoesterd mag worden

bespreking: Luk Rubbroeckx