artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2004

thema: Grootouders als pleegouders

Grootouders die hun kleinkinderen opvoeden, een (on)zichtbare groep?!?

Mirte Loeffen

We staan er niet altijd bij stil dat een derde deel van de kinderen die bij familie of vrienden woont, een plek bij hun grootouders heeft gevonden. Een indicatie: in 1998 waren er bij de Nederlandse Voorzieningen voor Pleegzorg 979 kinderen bekend die bij hun opa en oma woonden (Loeffen en Portengen, 1998). Er zijn geen actuele gegevens over het aantal grootouders in de pleegzorg. Waarschijnlijk is het aantal kinderen dat bij hun grootouders woont groter dan wij denken, omdat veel opa's en oma's niet van het bestaan van een Voorziening voor Pleegzorg weten. Mirte Loeffen licht in dit artikel de opvallendste resultaten van haar onderzoek onder grootouders toe. (1)

Grootouders voeden zonder hulp van buitenaf de kleinkinderen op. Ook als zij wel met hulpverlening te maken hebben, komen ze niet altijd bij de Voorziening voor Pleegzorg terecht. Pleegzorg en thuiszorg zijn bijvoorbeeld gescheiden circuits.

Zo kan het voorkomen dat een oma die al twee jaar voor haar kleinkinderen zorgt en daarbij gebruik maakt van thuiszorg, per toeval ontdekt dat ze bij de Voorziening voor Pleegzorg terecht kan. Want bij de supermarkt komt ze een oma tegen, die ook voor haar kleinkinderen zorgt. Soms weten zelfs (gezins)voogden niet dat zulke opa's en oma's bij de Voorziening voor Pleegzorg terechtkunnen. Pas door de komst van een nieuwe gezinsvoogd ontdekte zo'n grootouderstel na drie jaar dat de Voorziening voor Pleegzorg iets voor hen zou kunnen betekenen.

Onzichtbaar maar onmisbaar

Grootouders zijn een onzichtbare, maar onmisbare groep opvoeders. Ze beseffen vaak zelf niet dat ze een bijzondere groep pleegouders zijn. Ik sprak eens een opa die op zijn werk aangaf dat het soms moeilijk was het gezin draaiende te houden met het ouder worden. Z'n collega riep uit: “Maar jij doet aan pleegzorg!” “Nee hoor”, antwoordde de opa in kwestie, “ik voed mijn kleinkind op.” “Ja maar dat ís pleegzorg en je kunt begeleiding en financiële ondersteuning krijgen van de Voorziening voor Pleegzorg!” En zo kwam deze opa bij de pleegzorg terecht. In de jaren die volgden heb ik meer van dergelijke verhalen gehoord.

Sommige grootouders kregen van de buren te horen: “Ik zou maar zorgen dat ze er niks van weten, want ze komen je kleinkind zo bij je vandaan halen, zulke oude mensen!”

Een Surinaamse oma slaakte een zucht toen ze in een groep van tien (blanke) collega-grootouders zat: “Ik dacht dat alleen wij, Surinaamse oma's, onze kleinkinderen opvoeden, maar er zijn kennelijk veel Nederlandse oma's met dezelfde ervaringen als ik.”

Naarmate ik meer grootouders sprak, werd ik me beter bewust van de rol die deze mensen in het leven van kinderen spelen. Natuurlijk zijn er kinderen die vreselijke grootouders hebben. Voor hen is er gelukkig de uitweg van een bestandsgezin. Al die kinderen met een heel lieve opa en oma die niet bij hun ouders kunnen wonen, gun ik de kans om het samen te proberen.

De Nederlandse Gezinsraad (NGR) denkt daar anders over, zo blijkt uit het rapport ‘Thuisplaatsing van pleegkinderen'. “De NGR wijst op het belang dat men zich, voordat wordt besloten tot een plaatsing bij de grootouders die de indicatie ‘langdurig' draagt, terdege bewust is van de risico's die zijn verbonden aan een hoge leeftijd van de pleegouders. Het onderzoek laat zien dat de opvoeding op enig moment te zwaar kan worden voor de grootouders, waarna als noodoplossing alsnog moet worden besloten tot een terugplaatsing of een overplaatsing.” (NGR, 2000) (Zie artikel op pagina 15 over NGR in dit thema, red.).

De NGR vergeet de groep grootouders die jong en dynamisch zijn, een baan hebben, sporten en spelen. Maar ook de minder mobiele grootouders, die wel degelijk een steun en toeverlaat zijn van de kinderen en hen een warm nest bieden. De link tussen pleegzorg en grootouderschap is niet snel gelegd. Dat maakt dat we niet weten over hoeveel grootouders we praten, laat staan dat we ze adequaat ondersteunen.

Wereldbreed

Overigens geldt dat niet alleen op nationaal, maar ook op mondiaal niveau. Alleen in Scandinavische landen worden grootouders net zo serieus genomen als andere pleegouders. Er is zowel begeleiding als een financiële toelage in die zin dat alle pleegouders (dus ook grootouders) een salaris krijgen voor het opvoeden van de (klein)kinderen. In welk land grootouders ook wonen, er zijn een aantal thema's die hen bezig houdt. Ik pik er hier drie uit:

  • Verlatingsangst van kleinkinderen
  • Het sociale netwerk
  • Zich niet gehoord voelen door de hulpverlening bij het uitspreken van zorgen over de kleinkinderen
Verlatingsangst van kleinkinderen

Alle grootouders geven aan dat de kinderen het liefst in de buurt blijven van hun opa en oma. “Jullie komen toch wel terug?” is een veel gestelde vraag. Die vraag komt meestal niet uit de lucht vallen, zo blijkt uit het verhaal van een oma die voor haar twee kleinkinderen van acht en elf zorgt.

“Onze kleinkinderen zijn van hun gezin naar een pleeggezin verhuisd. Daar ging het niet goed, dus naar een kindertehuis. Daarna zijn ze bij hun moeder gaan wonen. Dat mislukte, toen bij hun vader. Ook dat pakte niet goed uit. Nu wonen ze bij ons. Ze hebben in hun korte leven geen eigen plek gekend. Wij zijn nu langzaam het hele traject terug aan het lopen. De kinderen vroegen erom. Ze wilden graag de plekken terug zien waar ze een tijd zijn geweest. We zijn de geschiedenis aan het verkennen. We hebben het huis van de pleegouders bekeken en ook het kindertehuis hebben we bezocht. We zijn nu zelfs nog verder teruggegaan. De kinderen wilden ook graag weten waar hun ouders zijn geboren en waar wij vandaan komen. Langzaam maken ze voor hun gevoel weer deel uit van een geheel.”

Uit dit verhaal blijkt dat grootouders soms in staat zijn om het gevoel van verloren zijn op te heffen, omdat het levensverhaal van de kinderen opeens weer in een context komt te staan.

Het sociale netwerk

Voor alle grootouders betekent de komst van de kleinkinderen een grote ommezwaai. Grootouders die vrij waren in hun dagschema moeten met de komst van de kleinkinderen opeens weer op de klok leven. De kinderen moeten op tijd naar bed. 's Avonds kunnen grootouders niet meer weg, want oppas is niet gemakkelijk te regelen. Het netwerk van grootouders bestaat immers uit mensen die ongeveer zestig jaar oud zijn. Vrienden staan niet te springen om gezelschap van jonge kinderen. Hun huis is niet op kinderen ingericht, dus ook een kopje koffie drinken bij vrienden komt er minder snel van.
Een grootvader: “Je vrienden zijn uit de kinderen en vinden het vaak te vermoeiend. Langzaam vallen de mensen van je eigen leeftijd af.”

Ook al is steun vragen moeilijk, tegelijkertijd zien grootouders er wel de noodzaak van in. Veel grootouders zijn bezig met het creëren van een vangnet, mocht hen iets overkomen. Eén grootouderstel verhuisde zelfs met het oog op de toekomst: “Wij wonen in een flat met voornamelijk oudere mensen. Mijn dochter van 36 heeft drie kinderen van dezelfde leeftijd als het kleinkind waar ik voor zorg. Ze zijn echt een team samen.
Wij gaan nu bij haar in de wijk wonen. Ik vind het een rustig idee dat, als er iets met ons zou gebeuren, ons kleinkind zo bij hen terecht kan.”

Zich niet gehoord voelen door de hulpverlening

Grootouders ervaren dat ze veel waarschuwingen geven aan hulpverleners voordat het escaleert en kinderen alsnog uit huis gaan. De meeste grootouders betreuren dat er niet eerder is ingegrepen. De kinderen lopen nu veel meer trauma's op dan nodig is, waar grootouders vervolgens mee aan het werk moeten. Een grootvader: “Ik wilde dat mijn kleinkind eerder bij me was komen wonen en niet pas na drieëneenhalf jaar. Hij had dan een nare voorgeschiedenis van verwaarlozing niet mee hoeven maken.”

Wat willen grootouders?

Het signaleren van belangrijke thema's die je als grootouder tegenkomt is één, maar wat vervolgens aan actie te ondernemen?

Er zijn door grootouders vijf speerpunten geformuleerd. Het gaat om:

  • Emancipatie van grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen. Dat wil zeggen erkenning van het pedagogisch en maatschappelijk belang van grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen.
  • Informatie voor grootouders zowel aan de voordeur van de Voorziening voor Pleegzorg als ver daarvoor. Om activiteiten breed te initiëren willen grootouders graag een landelijk bestand van grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen. Dit bestand kan dan gebruikt worden als mailinglist.
  • Bijeenkomsten over thema's zoals het sociale netwerk, verlatingsangst van de kinderen en de omgang met hulpverleners.
  • Een grootouder-ontmoetingscentrum waar praatgroepen plaatsvinden en kinderopvang aanwezig is. Eventueel met de mogelijkheid om eens in de maand samen te koken.
  • Praktische ondersteuning in de vorm van een oppas, maar ook een belangenvereniging voor grootouders. Bijvoorbeeld een juridische grootoudergroep die grootouders kan adviseren bij rechtszaken rondom het kleinkind.

Deze speerpunten vormen de basis van een plan van aanpak dat tot in detail is uitgewerkt. Het zou me niet verbazen als met de implementatie van dit plan grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen steeds meer in beeld komen.

(1) Projectleider en bedenker van het grootouderproject is Riet Portengen van adviesbureau Topic. Mirte Loeffen is redactielid van Mobiel en als adviseur verbonden aan Collegio, kennispraktijk voor de jeugdzorg.