Marjan Bakker en Pieter de Graaf wachten op hun eerste pleegkind.
Ze hebben zich opgegeven als weekendpleegouder voor een kind van vier
tot veertien jaar. Het kind mag zelf weten waar het slapen wil: in
een kamer vlakbij de slaapkamer van Marjan en Pieter, of op de zolderkamer.
De gordijnen hangen al: vrolijk gekleurd en geschikt van kleuter tot
puber. Posters hanger er nog niet: op de TOP-cursus leerde Marjan
dat je dat samen met je pleegkind moet doen. Baukje Burggraaff sprak
met hen over de voorbereidingen en verwachtingen.
Marjan is begin dertig en Pieter net over de veertig, maar ze branden
niet van verlangen naar eigen kinderen. "We hebben ruimte
in ons hart en huis en willen dat geven aan een kind dat zorg, liefde
en aandacht nodig heeft", aldus Marjan.
De wens om iets voor een kind te willen betekenen ontstond tijdens
een vakantie in Nicaragua in 1996. Daar zagen ze veel zwerfkinderen.
Kinderen die zij best een kans wilden geven, maar dat bleek heel ingewikkeld.
Pieter: "We wisten dat er in Nederland ook veel kinderen waren,
die niet bij hun ouders kunnen opgroeien". Een folder uit de
bibliotheek bracht hen op het spoor van de pleegzorg, en vriendin
met werkervaring kon voor nog meer informatie zorgen.
Voorbereiding
Marjan en Pieter gingen naar een voorlichtingsavond en troffen er
een volle zaal: alleenstaanden en paren, met of zonder kinderen. Daarna
volgde in 1998 de TOP-voorbereidingscursus. Daar werd vooral veel
aandacht besteed aan de problemen die pleegzorg met zich mee kan brengen,
herinnert Marjan zich. "Aan verjaardagen, met mogelijk bezoek
van ruziënde familie van het kind of met ouders die niet komen
opdagen terwijl het kind er de hele verjaardag op zit te wachten.
Of hoe je zou reageren als het cadeau van vader en moeder veel belangrijker
wordt gevonden dan het jouwe."
Tijdens de bijeenkomsten werd ook veel gesproken over te hoge
verwachtingen bij pleegouders weet Pieter nog. "Ik besef
nu dat je iets kunt doen door een plek te bieden, maar ook dat je
de problemen niet kunt oplossen. Ook niet de problemen van de gezinnen
waar de kinderen uit komen."
Ze kregen er het nodige te horen over de ontwikkeling van kinderen.
Over babys van verslaafde moeders, die geen geborgenheid kennen,
en over de invloed die dat op het latere leven van een kind heeft.
Staan ze allebei achter de keuze voor pleegzorg, werd hen gevraagd,
en hoe staat het met beider carrière?
De helft van de belangstellenden haakte af. Marjan en Pieter bleven
enthousiast, bleven er zin in houden en zouden in principe aan meerdere
pleegkinderen een plek willen bieden. Maar ze beginnen voorzichtig:
"We hebben nog nooit kinderen opgevoed en we werken allebei,
daarom lijkt een voorzichtige start een goed plan".
Verwachtingen
Marjan en Pieter zijn in afwachting van de eerste weekendplaatsing.
Over de invulling van de weekeinden hebben ze wel een voorstelling.
Vooral gewone dingen doen met het kind, zegt Marjan: "Boodschappen
doen, in de tuin werken, wandelen, fietsen op de fiets die al klaar
staat in de schuur. Ik wil niet gelijk naar Euro Disney, maar ik had
wel gedacht een leuk ding per weekend te doen. Naar de dierentuin,
of naar de film. Maar tijdens de voorbereidingscursus werd ons gezegd
dat het kind zich eerst veilig moet voelen. Je moet het bijvoorbeeld
niet gelijk meenemen naar familie en vrienden, ook dat kan later altijd
nog".
Eigen keuzes
Rust, veiligheid en gezelligheid, dat willen ze een pleegkind bieden.
"Het kind moet zichzelf kunnen zijn. Geen knuffels van tantes
die het nauwelijks kent, gewoon lekker spelen", aldus Pieter.
Marjan en Pieter hebben bij de Voorziening een voorkeur aangegeven
voor een kind in de leeftijd tussen vier en veertien jaar. De zorg
voor een zwaar gehandicapt kind denken ze nog niet aan te kunnen,
maar verder zeggen ze: "Laat maar komen".
Marjan is goed bekend met kinderen in de basisschoolleeftijd, ze werkt
zelf als juf, en Pieter wil ook wel oudere kinderen. "Jongere
kinderen zijn gewoon leuk en pubers kunnen al heel zelfstandig zijn",
meent hij.
Begeleiding denken ze zeker nodig te hebben, maar over hoe die ingevuld
gaat worden kunnen ze nog weinig zeggen. "Er komt iemand mee
kennismaken, er is een 24 uurs bereikbaarheid in geval van dringende
zaken, en dan is er natuurlijk de vaste begeleider."
Toch hebben ze wel bepaalde verwachtingen van de begeleiding. "Het
lijkt me belangrijk dat we ons ei kwijt kunnen bij iemand die er verstand
van heeft. Als je met de handen in het haar zit, moet je iemand kunnen
bellen. Wat moet je bijvoorbeeld doen als het kind in het weekeinde
ziek wordt: bij je houden of terugsturen? Bovendien moet een pleegkind
ook met een begeleider over eventuele problemen kunnen praten",
geeft Pieter aan.
Oudercontact speelt een geringe rol bij weekendpleegzorg, denkt Marjan:
"Je hebt dan niet zoveel te maken met de ouders, maar als het
kind naar mama wil bellen, lijkt me dat logisch".
Zaken als geloof en levenswijze zijn belangrijk voor de aanstaande
pleegouders. Natuurlijk mag het kind daarin zelf keuzes maken, maar
Marjan zou het kind graag meenemen naar haar eigen kerkgemeenschap.
Ze zou er verder moeite mee hebben als de ouders van het kind willen
dat het in het pleeggezin vlees te eten krijgt. "We zijn vegetariërs.
Ik ga geen vlees braden, daar wordt ik echt misselijk van. Als het
moet geef ik het kind dan wel vleeswaren op brood."
Idealisme is hun drijfveer, zeggen Marjan en Pieter, en ze hopen
dat het lukt. Dat het leuk wordt, die eerste plaatsing. Pas daarna
beslissen ze of ze meer pleegkinderen willen opvoeden.