artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2000
Vreemd gedrag!? Borderline, een wisselend beeld
Door: Martine Delfos, psychologe
publiceert wetenschappelijke boeken en artikelen op haar vakgebied en
schrijft kinderboeken
Sinds enige tijd is er een diagnose in opkomst die steeds vaker
gebruikt wordt: borderline. Diagnostische etiketten zijn onderhevig
aan het groeien van kennis, maar ook aan modes. Zo ook de diagnose
'borderline'. Oorspronkelijk was het een van de diagnoses binnen het
autisme-spectrum. Omdat autisme een problematiek is die samenhangt
met een meer mannelijke hersenstructuur, waren er meer
jongens dan meisjes met deze problematiek. Inmiddels heeft de diagnose
een fundamentele metamorfose ondergaan en zijn de oorspronkelijke
kenmerken nauwelijks meer terug te vinden. Het is nu de naam voor
een problematiek waarbij wisselende heftige stemmingen een belangrijke
rol spelen en er zijn beduidend meer vrouwen dan mannen met deze problematiek.
De diagnose borderline is vooral in opkomst gekomen nadat de diagnose
MPS (Multiple Persoonlijkheidsstoornis) die later DIS (Dissociatieve
IdentiteitsStoornis) genoemd werd een slechte naam kreeg. Deze diagnose
bleek een groot aantal foutmeldingen op te roepen. De problematiek die
aan de diagnose ten grondslag lag, was echter niet verdwenen en de noodzaak
van een nieuwe diagnose deed zich voor.
Van hysterie tot borderline
De naam borderline (wat betekent grens) was gekozen op grond van het
feit dat er zowel neurotische (niet mét de werkelijkheid kunnen
leven) alsook psychotische (niet ìn de werkelijkheid kunnen leven)
kenmerken aanwezig zijn. Neurotisch betekent dat de dingen van het leven
niet worden verdragen. Een neuroticus kan niet accepteren dat zijn of
haar leven verloopt zoals het verloopt en voelt zich het slachtoffer
van de omstandigheden. Een neuroticus kan slecht zijn of haar eigen
rol in de levensloop accepteren, maar ook -en vooral- het toeval. Hierdoor
loopt de neuroticus het risico niet uit de slachtofferrol te kunnen
komen. Iemand die psychotisch is daarentegen, ervaart dingen die er
niet zijn; hoort dingen die niet gezegd worden, ziet, voelt of ruikt
dingen die er niet zijn. Het lijkt een beetje op een overvolle winkelstraat
waar mensen lopen die elkaar steeds aanstoten zonder dat dit de bedoeling
is. In de hersenen van de psychoticus worden als het ware allerlei cellen
geprikkeld op zodanige wijze dat het een echte gebeurtenis lijkt, die
buiten de persoon plaatsvindt. Een gedachte lijkt daardoor plotseling
een echt gehoorde uitspraak te zijn die door iemand gezegd wordt. Een
gedachtenbeeld wordt ervaren als iets wat je echt ziet.
Bij de borderlineproblematiek spelen beide elementen een rol, vandaar
de naam. In het huidige gebruik van de diagnose borderline spelen echter
andere elementen een belangrijke rol, zoals waarschijnlijk een hormonaal
heftige aanleg en een diepgewortelde behoefte aan aandacht.
De problematiek heeft altijd bestaan en heeft steeds een andere naam
gekregen, omdat het iedere keer andere vormen aanneemt. Van wisselende
persoonlijkheden naar wisselende stemmingen; van flauwvallen tot dissociatie.
De problematiek waar we bij borderline mee te maken hebben, is er dus
altijd geweest. In het begin van deze eeuw was de naam hysterie
gebruikelijk, later de theatrale persoonlijkheid en niet zo lang geleden
de dissociatieve persoonlijkheid. De naam hysterie is een scheldwoord
geworden die geen eer meer doet aan de serieuze problematiek die eraan
ten grondslag ligt.
De aandachthuishouding
Wat is de problematiek van veel van de mensen die onder de diagnose
borderline worden geplaatst, nu in feite. Persoonlijk ben ik niet erg
gelukkig met dit etiket en zou ik bij een belangrijk deel van de borderlinepatiënten
liever spreken van een stoornis in de aandachthuishouding. Als kenmerken
worden genoemd: een grote angst in de steek gelaten te worden; plotseling
en heftig wisselende stemmingen; een gevoel van innerlijke leegte; impulsiviteit;
vaak zelfverwonding; en alcohol- of druggebruik.
Er zijn beduidend vaker vrouwen dan mannen die deze problematiek hebben.
De borderline wordt over het algemeen duidelijk vanaf de puberteit,
die dan erg heftig kan worden. Veel van de vrouwen die de diagnose borderline
krijgen, zijn vrouwen die in hun jeugd seksueel misbruikt zijn, mishandeld
of een weinig veilig opvoedingsklimaat hebben meegemaakt.
We gaan er bij deze problematiek vanuit dat er een kwestie is van aanleg
(bijvoorbeeld heeft impulsiviteit een belangrijke aanlegcomponent en
is van jongs af aan aanwezig) en factoren in de levensgeschiedenis.
Ik zou liever spreken over een problematiek van een verstoorde aandachthuishouding.
Opvallend aan hysterie, MPS, DIS, de theatrale persoonlijkheid en nu
borderline is dat ze op een afwijkende manier aandacht vragen en het
uitgangspunt lijken te hanteren dat er óf geen aandacht gegeven
zal worden óf dat de aandacht niet verdiend is. Dat
laatste is niet zo vreemd als men bedenkt dat het vragen om aandacht
en het onderwerp waarover aandacht gevraagd wordt niet goed op elkaar
zijn afgestemd. Het rechtstreeks aandacht vragen voor datgene wat er
daadwerkelijk aan de hand is, gebeurt weinig of voldoet niet. Hiervoor
zijn verschillende oorzaken. Bij seksueel misbruikte vrouwen is het
bijvoorbeeld erg moeilijk om met hun echte verhaal naar buiten te komen.
Soms vertellen ze het verhaal met een andere dader of komen ze met een
totaal andere problematiek. Veel meisjes kunnen een zware puberteit
doormaken omdat ze moeite hebben om gehoor te krijgen voor hun ware
verhaal van seksueel misbruik. Een andere reden voor de afwijkende vorm
van aandacht vragen is dat het onderwerp bij henzelf bijvoorbeeld heftige
emoties oproept en krachtige schuldgevoelens, maar bij anderen niet
als zodanig herkend wordt. Een jonge vrouw die abortus liet plegen toen
ze achttien was, kon niet met haar buitensporig sterke schuldgevoelens
hierover terecht en vertelde het verhaal dat ze een kind had gekregen
dat ze vermoord had toen het anderhalf jaar was. Dit laatste was voor
haar gevoel meer in overeenstemming met haar heftige schuldgevoelens
dan de abortus die een werkelijkheid was die voor haar onverdraaglijk
was
De aandacht die ze krijgen als ze een onterecht onderwerp naar voren
brengen, werkt dus niet troostend en verhoogt hoogstens de zelfhaat
die ze ervaren. Ze voelen zich slecht en oneerlijk en door een laag
zelfvertrouwen wordt het nog moeilijker om aandacht te vragen. Veel
van de mensen met borderline zijn misschien minder gebaat bij dit etiket
omdat hiermee schijnproblemen tot echte gemaakt worden. De aandacht
wordt daarmee afgeleid van de onderliggende soms, veel onschuldiger
problematiek als een te sterke behoefte aan aandacht.
Zelfhaat
In het vragen om aandacht op onterechte onderwerpen groeit
de zelfhaat. Het wordt steeds moeilijker om zichzelf te zijn, omdat
het aantal mensen en situaties die op een verkeerd been gezet zijn toeneemt.
De borderliner dreigt dan ook steeds harder vast te lopen. De zelfhaat
die groeit, maakt het contact met de omgeving steeds moeizamer, terwijl
hij of zij diezelfde omgeving juist zo hard nodig heeft. In een dergelijke
situatie kan zelfbeschadiging of een zelfdodingspoging een uitweg lijken
te bieden. De zelfbeschadiging vaak snijden in armen kan
een opgelucht gevoel opleveren. Ten eerste omdat het een vorm van boetedoening
is, een straf voor het problematische gedrag waar de borderliner
zelf ook last van heeft en de soms onterechte verhalen die hij of zij
vertelt. Ten tweede is de zelfbeschadiging een mogelijkheid pijn te
voelen die in plaats van de schijnpijn komt.
Het is heel moeilijk te onderkennen en te begrijpen dat de roep om
aandacht terecht is. Ook voor degene met een stoornis in de aandachthuishouding,
lees borderline, is het onbegrijpelijk dat hij of zij een dergelijk
problematisch en vaak oneerlijk gedrag vertoont. Het is vaak voor de
persoon zelf vreemd dat een onderwerp dat bij een ander zo weinig emoties
oproept bij hem of haar zoveel oproept, maar een andere lichaam roept
nu eenmaal ook een andere manier van omgaan met emoties en met gebeurtenissen
op.
De hormonen van een fel lichaam
Wat is er aan de hand? Om te beginnen waarschijnlijk een fel reagerende
hormonale structuur, waardoor grote wisselingen in gemoedstoestanden
ontstaan. Ieder gevoel wordt als het ware via een vergrootglas ervaren.
Dit wordt versterkt in de puberteit en komt vooral bij meisjes voor
omdat de menstruele cyclus zelf al voor schommelingen in hormonen zorgt.
In de cyclus is er een periode van een wat vrolijker gemoedstoestand,
de tijd rond de ovulatie, en een periode met meer depressieve en agressieve
gevoelens, de tijd rond de menstruatie. Een zeer felle menstruele cyclus
kan betekenen dat iemand borderlineproblematiek gaat vertonen. Sterk
wisselende stemmingen komt echter ook voor bij iemand met een bipolaire
stoornis (manisch-depressief). Bij de laatste is echter alleen tijdens
de manie of de depressie sprake van een verstoorde gemoedstoestand,
tussen die perioden is het gevoelsleven van de persoon normaal.
Het is ook mogelijk dat een wat moeilijke puberteit onterecht aangezien
wordt voor een borderline problematiek. Dit is een probleem omdat daarmee
gedragspatronen tussen mensen kunnen ontstaan die na de puberteit niet
meer zo gemakkelijk veranderen. Een relativerende houding, niet te snel
ongerust en in paniek raken, is daarom belangrijk. Het is nodig om serieus
naar het probleemgedrag kijken. Het is bijvoorbeeld de vraag of het
probleemgedrag er altijd is geweest en slechts versterkt is, of dat
het op een bepaald moment is ontstaan. Dit laatste kan een aanwijzing
zijn voor een reactie op een situatie of gebeurtenis in plaats van een
borderlineproblematiek. Het is dan zaak om te kijken of de oorzaak van
het probleem opgespoord kan worden. De diagnose borderline
heeft zich inmiddels ontwikkeld als een soort vuilnisbak van de
psychiatrie. Vele verschillende problemen worden onder dit etiket
ondergebracht, waaronder ernstige psychotische stoornissen alsook hechtingsproblemen,
maar vooral stoornissen in de aandachthuishouding.
De schreeuw om aandacht
De meeste mensen met de diagnose borderline zijn in feite met een grote
schreeuw voor aandacht bezig en proberen deze aandacht op een niet altijd
even goede manier te veroveren. Grote leugenachtige verhalen kunnen
de omgeving tot wanhoop en uiteindelijk tot een afstandelijke houding
brengen, waardoor de borderliner zich alleen maar ongelukkiger voelt.
Het is noodzakelijk om te laten voelen dat men de persoon niet wil laten
vallen, ook als men het gedrag niet altijd kan tolereren. Het verschil
maken tussen gedrag en persoon is zeker voor de borderliner van het
grootse belang.
Met name moeders binnen de jeugdhulpverlening hebben vaak te maken
met deze problematiek. Naast hun felle lichaam, heeft hun
geschiedenis van een onveilige opvoeding met een onveilige hechting,
ervoor gezorgd dat ze niet goed weten hoe ze aandacht moeten vragen
op een positieve manier. Hun hormonale conditie gekoppeld aan hun geschiedenis
geeft hen een gevoel van leegte die door bevestiging van de omgeving
gevuld zou moeten worden met positieve aandacht. Dit is voor de omgeving
niet haalbaar en zo lopen ze vast, ook in het vormen van duurzame relaties.
Hun nood wordt niet gelenigd, zoals ze vaak hopen, door het kind dat
geboren wordt. Het kind loopt daardoor het risico uithuisgeplaatst te
worden en in het gunstigste geval in een pleeggezin terecht te komen.
De vicieuze cirkel herhaalt zich wanneer dit pleegkind met een dergelijke
geschiedenis ook de hormonale aanleg van de moeder heeft geërfd.
Voor het pleeggezin is vervolgens het probleem dat ze de geschiedenis
van het kind onvoldoende kennen en zo het vreemde gedrag niet altijd
kunnen plaatsen en het, soms ten onrechte, wijten aan de levensloop
van het kind in plaats van aan de aanleg. Het begrijpen van het kind
wordt moeilijker naarmate de pleegouders minder de jonge jaren van het
kind hebben meegemaakt. Zeker tijdens de puberteit komen pleegouders
dan voor een vreselijk moeilijke en angstige taak te staan. Vanuit haar
of zijn nood zal het kind zich soms zeer manipulatief opstellen om de
gewenste aandacht te verkrijgen en tegelijk niet echte relaties met
de pleegouders en leden van het gezin aan kunnen gaan. Een kind dat
echter voor of na de puberteit deze verschijnselen niet vertoont, laat
zien dat er niet de borderlineproblematiek speelt, maar andere onderwerpen.
Cognitieve therapie
De hulp aan kinderen en volwassenen met een stoornis in de aandachthuishouding,
lees vaak borderline genoemd, is in eerste instantie het met engelengeduld
opbouwen en vasthouden van de relatie. Het is zaak om het kind te laten
weten dat het gedrag afgewezen kan worden, maar de persoon niet. De
grens naar het gedrag stellen is noodzakelijk en ook helpend. Het kind
moet ervaren dat het aandacht en liefde krijgt voor wie het echt is.
Iedere gelegenheid die zich op dat gebied voordoet, moet als het ware
benut worden. Daarnaast moet men zich realiseren dat dit kind kampt
met felle emoties en meer steun en aandacht nodig heeft dan het gemiddelde
kind. De vraag om bevestiging lijkt onuitputtelijk en moet toch steeds
beantwoord worden. Het is belangrijk dat het kind ook zelf leert herkennen
dat de emoties vanuit het lichaam buiten proporties worden gestuurd.
Het kind met een stoornis in de aandachthuishouding heeft verstoorde
ideeën over zichzelf en de relatie tot de omgeving. Ze denken vaak
zwart-wit, generaliseren en absoluteren vaak. Het hebben van verstoorde
denkbeelden (cognities) betekent dat ze veel baat kunnen hebben bij
cognitieve gedragstherapieën (de moderne vorm van gedragstherapie,
waarbij gedachtenkronkels aangevallen worden) wanneer deze uitgevoerd
worden op basis van een vertrouwensrelatie en op basis van warmte.
Tips
- - bedenk of de problematiek ooit een
aanvang heeft genomen
- - blijf werken aan de vertrouwensrelatie
- - blijf zien dat er oprecht behoefte
is aan aandacht
- - probeer constructieve aandacht te
geven
- - probeer duidelijk te maken dat je
de persoon waardeert tegelijk met het gedrag te
kunnen afwijzen
- - val de verkeerde denkbeelden aan
- - zoek hulp als de druk op het gezin
te groot wordt
- - zoek hulp als je het gevoel hebt dat
de aangeboden hulp steeds afketst
|
|