Om kinderen te kunnen helpen in hun rouwproces is een aantal aspecten
van belang. Op de eerste plaats hebben kinderen ruimte en veiligheid
nodig, en daarin spelen betrokkenheid, contact en uitnodiging een
hoofdrol. Daarnaast blijken kennis, inzicht en informatie over verschillende
rouwfasen en het anders rouwen van kinderen van belang. Volwassenen
die dit kunnen bieden, ondersteunen kinderen in rouw daarmee daadwerkelijk.
Orthopedagoge Annet Weijers helpt kinderen bij het verwerken van verliesgevoelens
met een eigen methodiek gebaseerd op de bovengenoemd aspecten. Rouwen
gebeurt in stadia en verschilt per leeftijdsgroep, aldus Weijers.
De eerste rouwreacties komen bij kinderen soms pas enkele weken of
maanden na de dood. Zij schuiven het rouwen vaak voor zich uit tot
ze voelen dat voldaan is aan hun fysieke en psychologische veiligheid.
Kinderen willen graag dat de zaken weer normaal gaan draaien, dat
er weer rust is. Vergelijk het met soldaten in een oorlogssituatie:
je kunt je niet veroorloven te rouwen om je maatje, je moet eerst
zien zelf te overleven.
Daarin past dat kinderen dan egocentrisch lijken, en gericht zijn
op hun eigen problemen: 'Wie brengt mij nu naar zwemles?' 'Je denkt
toch zeker niet (aan pappa) dat ik nu met jou beha's ga kopen!'
Om een rouwperiode goed te kunnen afsluiten, moet je echter eerst
door een aantal fasen heen:
1) je moet je realiseren wat het verlies betekent en begrijpen wat
er is gebeurd;
2) je moet de pijn van het verlies ervaren, verwerken en accepteren;
3) je moet je aanpassen aan een veranderde omgeving, waarbij pappa
voor elk kind op een andere manier pappa was;
4) en je moet investeren in nieuwe relaties, leren nieuwe banden aan
te gaan en over de toekomst na te denken.
Kinderen kunnen in dit proces concreet worden begeleid. Aan de hand
van voorbeelden zal ik hierna aangeven hoe ik daar in mijn praktijk
met kinderen aan werk. Ik beschrijf hier maar een deel van de methodieken
die ik gebruik. Uitgangspunt van mijn aanpak is de levensvisie dat
verdriet onlosmakelijk verbonden is met het leven, het hoort erbij.
In mijn praktijk creëer ik een sfeer waarin het kind zich veilig
voelt en maak daarbij gebruik van mooie, concrete voorwerpen en veel
expressie-materiaal. Van daaruit maak ik de start om met het kind
aan het werk te gaan.
Een veilig klimaat creëren
Kinderen moeten zich veilig voelen om vragen te stellen, hun verhaal
te vertellen en hun gevoelens te uiten. Het is dus van het allergrootste
belang dat je deze sfeer weet te creeën. Mijn werkruimte is daar
ook op ingericht. De ruimte heeft een centraal punt, een 'midden':
een mooi kleed waarop verschillende voorwerpen liggen zoals stenen,
schelpen, veren, beeldjes, regenmaker, klankschaal, indianenvoorwerpen,
een kaars, een foto van iemand die ikzelf aan de dood heb verloren,
een 'toverstokje', reukolie en natuurlijk ook bloemen. Daarom heen
staan, zitten en liggen veel knuffels (waarvan er veel handpoppen
zijn). Om deze ring heen ligt in een grote kring de rups Benjamin.
Er is veel concreet materiaal omdat het kinderen kan helpen om verdriet,
pijn en gevoelens zichtbaar te maken, maar er liggen ook voorwerpen
die een symbolische waarde hebben. Die symbolen helpen mij en kinderen
de binnenwereld zichtbaar te maken. Zo hebben alle materialen een
functie. Het zijn mijn helpende handen.
We starten altijd met dit midden; we gaan er om heen zitten. Op deze
manier maak ik verder kennis met de kinderen, individueel of een groep
lotgenootjes. Het is een non-verbale manier om hen te laten merken
dat ik hen de moeite waard vind, dat ik hen serieus neem en dat ze
er toe doen.
Ik steek de kaars aan en dan zeg ik meteen waarom we bij elkaar zijn:
er iemand is doodgegaan, iemand van wie je houdt.
Vaak is er in eerste instantie een schrikreactie omdat iemand zomaar
dat grote verdriet benoemt, maar even later volgt vaak een diepe zucht:
Het verdriet mag er gewoon zijn.
Daarna vertel ik over het midden met al die mooie spulletjes, en nodig
de kinderen uit een foto van hun overleden dierbare erbij te leggen.
Alle voorwerpen hebben een functie, zo ook Benjamin de rups. Ik vertel
over Benjamins rupsenleven. Hij is een lange lapjesrups en elk
segmentje van de rups heeft een ander kleurtje. De rups weet heel
goed wat verandering is. Want dat hebben nu eenmaal alle rupsen in
zich: straks, als hun leven als rups klaar is, veranderen in een prachtige
vlinder!
Deze Benjamin is niet zomaar een rups.
Hij is een wijze, vriendelijke rups die
het liefst in de buurt is van kinderen. Daarom is hij ook hier. Hij
is wijs omdat hij veel van het leven weet. Hij heeft ook al van alles
meegemaakt en al heel
wat stukjes leven geleefd. Kijk maar naar al die stukjes, die segmentjes
van zijn lijf. Er zijn mooie, lieve, stomme, saaie, gekke en hele
nare stukjes, zachte stukjes, stille, gemene, verdrietige en geheime
stukjes, gezellige stukjes, noem ze maar op.
En ik vraag de kinderen of zij die verschillende stukjes ook in hun
eigen leven herkennen: dan leef je weer een stukje gezellig (of misschien
wel twee of meer stukjes), dan is er weer een stukje saai, en soms
is er een stuk heel verdrietig.
Functie van metaforen
Deze concrete metafoor voor het leven maakt het leven ook voor kleine
kinderen letterlijk voelbaar. Voor grotere kinderen is het een mooi
en wijs verhaal dat kan aansporen tot het vertellen van hun eigen
verhaal, een eigen metafoor en een eigen manier van begrijpen. Hoe
dat werkt maak ik met een voorbeeld uit mijn praktijk duidelijk:
In mijn midden ligt ook een 'toverstokje', (een glazen buisje met
daarin bewegende sterretjes en glittertjes). Veel kinderen zeggen
dat als ze hiermee zouden kunnen toveren ze hun overledene
wel weer levend zouden willen toveren.
Datzelfde toverstokje was voor een jongen van tien wiens vader plotseling
was overleden aanleiding om een heel filosofisch gedicht over leven
en dood te schrijven. In het toverstokje zag hij een levensstokje,
fel opflikkerend bij de geboorte van een mens en langzaam uitdovend
bij ieders onherroepelijke einde. Toen ik het gedicht aan zijn moeder
liet lezen reageerde ze met tranen in haar ogen: 'En ik maar denken
dat hij alleen maar kan computeren'.
Later in de groep hadden we het over dingen die je van je overleden
vader/moeder had geleerd. Met een stralende lach vertelde hij dat
hij van zn vader: 'computeren en filosoferen' had geleerd.
Als de kinderen hun verhaal hebben verteld voer ik ze terug naar het
'stukje' verdriet en pijn in hun eigen leven. Het stukje pijn wat
hen en mij bij elkaar brengt.
Afhankelijk van de leeftijd van de kinderen benoem ik dat opnieuw.
Voor kleinere kinderen gebruik ik daarvoor een verhaal van Toon Tellegen.
In dit verhaal zitten veel dieren bij elkaar die hun pijn en pijntjes
(van binnen of van buiten) opsommen.
Er zijn dan altijd wel een paar kinderen die vertellen over hun eigen
pijn: dat ze wel eens van de trap zijn gevallen, over de pleister
die nu op hun knie zit en over de pijn van binnen. Alle soorten pijn
doen er toe.
Aan het werk
Na deze algemene start gaan we aan het werk. Elk mens(enkind) beleeft
afscheid en verlies op een unieke wijze, maar er zijn reacties die
algemeen en herkenbaar zijn. Moment, intensiteit, en tempo hiervan
kunnen natuurlijk wel verschillen.
De vier fasen in een rouwproces gebruik ik in mijn werkwijze als structuur,
als bedding en houvast waar-langs ik mijn 'werklijn' uitzet.
Aan deze lijn koppel ik opdrachten waarmee het kind zich bewust kan
worden van wat er is gebeurd, en wat die gebeurtenis betekent in zijn
of haar leven.
Bij elke opdracht doe ik zelf mee omdat ik heb ervaren dat het tonen
van je eigen kwetsbaarheid en het delen van je levenservaring een
krachtige werking heeft.
Twee van die fase-opdrachten bespreek ik hier kort.
In de eerste fase gaan we in op de verandering die in het leven de
kinderen heeft plaatsgevonden. 'Er is een tijd vóór
dat het gebeurde, en er is een tijd daarna. Hoe zag je leven er voor
die tijd uit, en hoe is het nu?' Ik vraag hen er iets over gaan verven
of tekenen.
De kinderen gaan aan de slag en ondertussen vertellen ze aan elkaar
over het gebeuren en over hoe dat is gekomen. Wat betekent dat, en
hoe je leven daardoor is veranderd. Die tekeningen gebruik ik soms
ook als praatpapier omdat het voor veel kinderen veiliger voelt om
aan de hand van een tekening te praten. Voor kleine kinderen kun je
het soms veiliger maken door een handpop een vraag te laten stellen.
Zo'n handpop kan dan ook wat vertellen over het leven in het dierenbos
en over alle levenstukjes die elkaar daar opvolgen.
Al deze manieren helpen het kind zich het nare, verdrietige stukje
in zijn leven te realiseren, te benoemen en het te integreren in zijn
leven.
Ook bij de volgende fase van het rouwproces 'het ervaren van de pijn
van het verlies' sluit de methode aan. Hierbij is het gaan herkennen
en leren uitdrukken van gevoelens van groot belang. Kinderen moeten
merken dat er geen verkeerde of rare gevoelens zijn en dat over gevoelens
praten altijd belangrijk is, niet alleen wanneer er iets ergs is gebeurd.
Om dit te ervaren voeren we weer een opdracht uit. We maken samen
een lijst van gevoelens die we ervaren: blij, verdrietig, bang, verlegen,
verliefd, of boos zijn. Vervolgens kijken we, ieder voor zich, hoe
die gevoelens er bij jezelf uitzien. Bij elk gevoel kiezen we een
kleur en geven aan waar dat gevoel in hun lichaam zit. We maken dan
een lijftekening waarin alle gevoelens een plek krijgen, met kleur
en symbool.
Een meisje van zes vertelde hierover: 'Geel is blij bij mij. Er horen
bloemetjes bij en hartjes. Een ster ook en ook liedjes. Als ik blij
ben, voel ik het overal van mijn hoofd tot mijn voeten. Ik ben dan
helemaal geel, met bloemetjes in mijn haar en ook sterretjes. Je kunt
zien dat ik blij ben omdat ik lach en je kunt het ook horen. Je kunt
de bloemetjes ruiken en ik heb zin om te bewegen.'
En de mooie tekening volgde als vanzelf erbij. En als vanzelf kwamen
ook alle gevoelens aan de beurt, ook boosheid, verdriet etc.
Een ander kind vond rood een 'boze kleur'. 'Als ik boos ben zie ik
rood, het zit in mijn handen, dan wil ik stompen.' We praten dan over
die boosheid: hoe is het om 'roodboos' te zijn, wat maakt je zo boos
en wat wil je dan?
Soms laten we aan elkaar zien hoe die gevoelens er uit zien door middel
van een van een toneelspel of door samen in de spiegel te kijken.
Hanteren van gevoelens
De essentie van mijn werkwijze komt er in het kort op neer dat ik
kinderen help hun gevoelens te verwoorden en er uitdrukking aan te
geven. Het maakt gevoelens voor ze zichtbaar, en daar gaat het om.
Want als je je (verborgen) gevoelens zichtbaar kunt maken, kun je
er als het ware mee leren spelen, mee leren om te gaan. En als je
die gevoelens goed kunt hanteren werkt dat als een pleister op een
geschaafde knie, het heeft een helende werking.
De kinderen zelf zijn de grote inspiratiebron voor mijn methodiek
geweest. Een groot deel ervan is dan ook ontsproten aan de vele ontmoetingen
en gesprekken die ik heb gehad met kinderen in mijn praktijk. Ik moet
zeggen dat ik veel heb geleerd van al die wijze kinderen.
Voor hulp en informatie naar aanleiding van dit artikel kunt u terecht
bij de Stichting Achter de Regenboog in Utrecht tel.030-230083 of
tussen 9.00-10.00 uur bij Annet Weijers, tel. 024-3555549.