Verbrand worstje

Een keer per week breng ik kleinzoon Levi van 4 op de fiets naar school. Het is best een eindje trappen, maar we hebben altijd wel wat te bespreken. Zo ook deze keer. Tussen de prietpraat over de auto’s en bussen die voorbijrazen, zegt hij ineens: “Oma, ik had een nare droom.” Ik antwoord: “Oh ja, waar ging die droom dan over?”

Nog voor hij antwoord kan geven, schiet er van alles door me heen. Zijn moeder, onze pleegdochter Naomi, wordt al sinds haar kleutertijd vaak geplaagd door enorme nachtmerries, die alle zeer concreet en beangstigend zijn. Het kost haar veel moeite om uit die droom te ontsnappen, zelfs als ze wakker is. Soms blijft die droom nog uren realiteit voor haar. In een van die dromen werd zij aangevallen door haar moeder, die een vork in haar been stak. Gillend werd ze wakker en ze kon in eerste instantie alleen maar roepen: “Haal hem eruit!” Later moest ze iedere keer naar haar been kijken of de vork eruit was en of er toch niet een wond zat.

Levi lijkt op zijn moeder. Hij is net zo creatief en beeldend als zij. Lijkt hij ook hierin op haar? “Ik was een verbrand worstje,” zei hij. “En hoe voelde dat?” “Nou, dat was ver­velend.” Daarna ging het gesprek weer verder over het paardje waar we langs fietsten. Eigenlijk moest ik wel lachen om deze droom, maar gelukkig lachte ik in mezelf. Pas op de terugweg vroeg ik me af of dit toch niet een nachtmerrie was. Los van hoe het voelt, wie of wat ben je als verbrand worstje?


Tags: ,