Pleegzorg ontmoet adoptie

Pleegzorg en adoptie hebben overeenkomsten en verschillen. Soms komen pleegzorg en adoptie dicht bij elkaar, bijvoorbeeld als er in een gezin zowel een pleegkind als een adoptiekind woont of als een pleegkind en een adoptiekind verliefd worden op elkaar…

Dat laatste overkwam Sylvia en Leonard, beiden 25 jaar. Ze leerden elkaar kennen via een datingsite. “Eerst hebben we gemaild en zagen we in elkaars gegevens al dat we allebei een bijzondere start hadden. Bij de eerste ontmoeting ontdekten we dat we allebei met twee weken bij onze moeders vandaan zijn gegaan. Het is leuk dat we dat allebei hebben, maar we vinden het ook weer niet heel bijzonder. Wij voelen ons niet altijd een pleegkind en een adoptiekind, we zijn gewoon Sylvia en Leonard.”

Datzelfde zeggen ook Katrien en Marijn. Zij zijn zowel adoptieouders, biologische ouders als pleegouders. Kim (8) is geadopteerd uit Taiwan, Lara (4) is hun biologische dochter en Bibi (3) is hun pleegdochter. Marijn: “Het bijzondere is dat we alle drie de trajecten hebben meegemaakt, maar de kinderen hebben we op dezelfde manier in ons hart gesloten. We realiseren ons dat het voor buitenstaanders bijzonder is, maar voor ons is dat het niet.”

Dat eerste moment
Leonard werd nieuwsgierig naar zijn voorgeschiedenis toen hij zeven was. “Ik had een fotootje van mijn moeder en mij, maar verder niets. Mijn adoptiemoeder verzekerde me dat ze zouden gaan zoeken als ik dat wilde, maar dat ik nog te jong was. Naarmate ik ouder werd, wilde ik meer weten. Toen ik 16 was, zijn mijn adoptieouders op zoek gegaan naar meer informatie. Binnen twee weken kregen we een brief met foto’s van mijn moeder, zussen en broers. We zijn heel snel naar Sri Lanka gegaan en hebben mijn hele familie ontmoet. Dat eerste moment zal ik nooit vergeten. Ik was er heel blij mee. Toen ik weer thuis was, realiseerde ik me pas echt dat ik anders ook zo geleefd zou hebben.”

Koppigheid
Sylvia heeft haar ouders steeds in de buurt gehad. “Zij kwamen om de drie weken op zaterdagmiddag. Dat was gezellig, want soms brachten ze een cadeautje mee en we hadden iets lekkers bij de koffie. Op een bepaald moment merkte ik dat ik veel meer kon dan zij. Mijn ouders zijn verstandelijk beperkt. Ze zijn erg achteruit gegaan en wonen nu begeleid. Ik heb veel minder contact met hen dan vroeger. Eerst had ik de illusie dat ze nog wel wat konden. Ik leerde als verpleegkundige wat mijn vader wel en niet moet doen met het oog op zijn suikerziekte en nierfalen. Ik heb hem dat verteld, maar hij trekt zich daar niets van aan en belandt dan weer in het ziekenhuis. Toen ik hem daar eens in coma zag liggen, was er in mij een omslag. Ik was liever geadopteerd geweest. Ik heb dan wel nooit de zorg voor hen gehad, maar ik maak me wel zorgen over hen. Ik vind het moeilijk om te accepteren dat ze zo beperkt en eigenwijs zijn. Ik heb mijn vader zijn koppigheid geërfd. Ik zie mijn pleegouders als mijn ouders.”

Taiwan
“Kim is met zeven maanden in het kindertehuis gekomen”, vertelt Katrien. “Toen ze nog thuis was, hebben zowel haar moeder als haar oma met begeleiding geprobeerd of ze voor Kim konden zorgen. Toen ze al in het kindertehuis was, kreeg moeder nog ondersteuning met voeding en verzorging om het haar te leren. Het land ervaart het als een schande als het kind niet in het eigen land kan blijven. Het ging niet. Haar moeder moest drie keer naar de rechtbank om te verklaren dat ze afstand van Kim deed. Ondertussen hadden wij al het voorstel van de adoptie van Kim gekregen en ontvingen we fotootjes van haar. Dat heeft wel vijf maanden geduurd en het was een heel spannende periode. Uiteindelijk mochten we haar zelf ophalen. Ze was toen een jaar en drie maanden. Wij waren zo blij met haar, maar we wisten dat er in Taiwan een moeder heel verdrietig was. Als Kim 18 is, mag ze een ‘rootsreis’ maken. Ze wordt daarvoor uitgenodigd door het kindertehuis. Zij blijven daar op de hoogte, want we sturen regelmatig foto’s van Kim. Haar moeder kan die ook komen bekijken, maar we weten niet of ze dat doet.”

Marijn vertelt dat Kim het weleens moeilijk vindt dat haar moeder zo ver weg woont. “Bibi ziet haar mama wel om de twee weken en ik niet!” Ze leggen haar dan uit dat je naar haar moeder wel twee dagen onderweg bent, dus dat dat niet gaat. Marijn zegt: “Voor Bibi is om de twee weken anderhalf uur bezoek heel belastend, maar voor Kim is dit wel heel erg niets.”

Sri Lanka
Leonard heeft na die eerste ontmoeting contact gehouden met zijn familie. Om de twee jaar gaat het gezin naar Sri Lanka. Sylvia is deze zomer mee geweest. De familie heeft ook haar hartelijk ontvangen. “Het is onbeschrijfelijk mooi om te zien dat Leonard thuiskomt bij zijn familie daar. Zijn broertje van 13 is onafscheidelijk met zijn ‘grote broer’. Leonard en zijn familie ondersteunen de familie in Sri Lanka financieel en steeds als zij daar komen, zien ze hoe iedereen erop vooruit gaat. Ze hebben nu een huis en een theeplantage.” Leonard vult aan: “Ze zijn er heel trots op. Het is uniek dat wij zo met elkaar kunnen omgaan en dat het verlangen naar elkaar wederzijds is.”

Ik heb alleen maar jullie
Hoe is het voor de kinderen van Marijn en Katrien dat ze een verschillende achtergrond hebben? “Kim en Lara zijn echt zusjes. Ze wijzen elkaar terecht, hebben ruzie, maar kunnen ook samen weer spelen. Bibi neemt nog wel een aparte plaats in. Zij woont ruim een half jaar bij ons en laat niet altijd leuk gedrag zien. Lara wil ook weleens speciaal zijn. Laatst zei ze tegen Katrien en Marijn: “Ik heb alleen maar jullie.” We proberen altijd iets positiefs te zoeken, dus we zeiden: “Jij bent de enige die op mama lijkt.” Als het gezin op de verjaardag van Kims moeder een kaarsje voor haar brandt, steekt Lara een kaarsje aan voor mensen die overleden zijn, “want die mis ík.”

Verwarrend
Pleegkind zijn of adoptiekind zijn kan verwarrende gevoelens oproepen. “Ik heb die wel gehad,” vertelt Leonard. “Waarom ben ik geadopteerd? Moesten ze mij niet? Mijn gedachten daarover brachten mij in de war. Ik wist dat ze heel arm waren, maar niet dat er vóór mij al een zus geboren was. Ik wilde een antwoord op al mijn vragen.” Sylvia had andere gedachten: “Ik dacht vaak: Hoe kan het dat ik wel normaal begaafd ben als ik zulke ouders heb? Als ik bij hen gebleven was, had ik niet de kansen gekregen die ik nu gehad heb. We zien in Sri Lanka alleen de leuke dingen als we daar zijn. Van mijn ouders zien we ook het ziekenhuis en de beperkingen.”

Gehechtheid
In de voorbereiding op zowel adoptie als pleegzorg hebben Katrien en Marijn veel gehoord over hechtingsproblematiek. Bij Kim zien zij daarvoor gelukkig geen aanwijzingen. Ze zijn blij dat zij in het kindertehuis een vaste verzorgster heeft gehad en niets tekort is gekomen. Bibi is net drie jaar geworden en woont nu al op haar vierde adres. Na een paar maanden van ‘logeergedrag’ vertoont zij nu gedrag waar Marijn en Katrien ongerust over zijn. Het meest baart haar agressiviteit, ook naar Kim en Lara, hun zorgen.

Leonard was twee weken toen hij door zijn adoptieouders werd opgehaald. Hij is aan hen gehecht en aan zijn zusje. Zij is ook geadopteerd uit Sri Lanka, maar vanuit een andere situatie. “Ik ben op een bepaalde manier ook aan mijn moeder in Sri Lanka gehecht. Het is goed zoals mijn leven gelopen is. Het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben.” Sylvia denkt er anders over: “Ik ben niet gehecht aan mijn ouders, wel aan mijn pleegouders. Daarom was ik liever geadopteerd, dan had ik het niet geweten.” De loyaliteit is een ander verhaal. “De liefde van Kim en Bibi moeten we echt verdienen,” zegt Katrien. “Bij Lara is dat puur en vanzelf. We hebben het verschil echt ervaren.”

Tenslotte
Door de uiterlijke kenmerken is het voor klasgenootjes van Kim niet altijd duidelijk wie zij is. Een kind zei tegen haar: “Jij bent een Chinees.” Kim antwoordde: “De Chinees woont daar om de hoek, daar kun je ’s zondags eten halen.”

************************

Verschillen tussen pleegzorg en adoptie

– Bij adoptie zijn vaak veel dingen niet bekend, pleegzorg ligt een stuk dichterbij en daar zijn stukjes voorgeschiedenis makkelijker te achterhalen.

– Bij pleegzorg wordt een kind constant met zijn verleden geconfronteerd door de bezoekregeling en speelt het omgaan met de ouders een grote rol. Bij adoptie is er meestal geen contact met de biologische ouders – uitgezonderd open adopties zoals uit de Verenigde Staten – en kan de nieuwsgierigheid naar de afkomst heel groot zijn.

– Bij adoptie gaat het om jongere kinderen, tot 6 jaar, pleegkinderen kunnen 0 tot 18 jaar zijn.

– Pleegzorg stopt bij 18 jaar, adoptie is levenslang.

– Pleegkinderen komen uit een welvaartssituatie waarin ouders hun kinderen om allerlei redenen niet kunnen opvoeden. Adoptie vindt plaats vanuit een combinatie van culturele factoren (zoals het taboe op ongehuwd moederschap of de eenkindpolitiek) en economische omstandigheden.

– In pleegzorg hebben we het over ouders en pleegouders uit respect voor de ouders. Bij adoptie spreken we van biologische ouders en ouders, want een adoptieouder voelt zich en is juridisch gezien de ouder.

Voor informatie over adoptie zie www.adoptie.nl

 


Tags: ,