‘Ineens hadden we weer een huis vol kinderen’

Piet (59) en Nelleke (56) wonen met hun vier pleegkinderen in een woonboerderij in Friesland. Piet is eigenaar van een paar bedrijven in de buurt. Nelleke heeft haar handen vol aan de pleegkinderen, die 18, 13, 11 en 7 zijn. De oudste en de jongste zijn meisjes.

Wat is de samenstelling van uw gezin?
Piet: “We hebben twee zoons van 30 en 33 en twee dochters van 25 en 28 jaar. Ze zijn alle vier de deur uit. Een zoon en een dochter wonen in Brussel en een dochter woont in Leiden. De oudste zoon woont wat dichterbij, in Groningen. Hij heeft twee kinderen, we zijn dus ook opa en oma.”

Hoe kwam u ertoe om pleegouder te worden?
“We hadden het er vaker over gehad om pleegkinderen in huis te nemen” zegt Piet. “We hadden al aan weekendpleegzorg en kortdurende opvang gedaan.” Nelleke: “Zeven jaar geleden was ik nog docent gezondheidskunde op een VMBO, maar het werk en alles wat daarbij komt kijken begon me steeds zwaarder te vallen. Dat was niet wat ik verder wilde doen. We hebben toen de pleegoudercursus gedaan en ons opgegeven voor alle soorten pleegzorg. Niet lang daarna kwamen de jongste twee, een broertje en een zusje van toen 5 en anderhalf jaar oud. Dat was een enerverende tijd.” Piet: “We hielden onszelf voor dat we vier kinderen hadden grootgebracht en dat we dus ‘enige’ ervaring hadden.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op het pleeg­ouderschap?
Nelleke: “Onze kinderen zeiden: ‘Waar beginnen jullie aan?’ Dat snapten we wel. Ze waren een beetje bezorgd om ons. Andere mensen gaan het op onze leeftijd rustiger aan doen. Wij namen de zorg voor twee kleine kinderen op ons. Ruim drie jaar geleden kwam daar een pubermeisje van 14 bij en een half jaar geleden een jongen van 12.” Piet: “Onze familie was ook terughoudend. Bij wederzijdse bezoeken moest er in­eens rekening gehouden worden met kleine kinderen, die zich nog niet aangepast gedroegen. Gelukkig horen ze er nu echt bij.”

Hoe ziet uw begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
Piet: “We krijgen voor alle vier de kinderen begeleiding van één persoon van Pleegzorg Friesland en dat bevalt goed. De samenwerking met de voogd van de twee jongsten verloopt prima. Onze oudste pleeg­dochter schijnt nog een andere voogd te krijgen. Dat vindt ze niet leuk.”

Waar heeft u steun bij nodig, waar bent u onzeker over?
Nelleke: “Het is druk, want de kinderen hebben de nodige therapieën waar ik ze naar toe rijd. Als er iets bijzonders is op school, ga ik altijd mee. Anders kunnen de jongste twee het niet aan. Zij hebben een hechtingsstoornis, maar het gaat goed. We zoeken wel een hulp in de huishouding.” Piet: “Minder bureau­cratie zou fijn zijn. Alle bestanden zijn gekoppeld, maar vraag niet wat je vaak weer aan papieren moet aanleveren.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
Nelleke: “Dat gaat prima. We gunnen de ouders hun plek. Zij zijn papa en mama, wij zijn Piet en Nelleke. Soms noemen ze mij Memmie.” Piet: “Je merkt dat de ouders het waarderen en pleegzorg doet de kinderen goed. De ouders houden van hun kinderen, ze kunnen alleen niet opvoeden.”

Welke praktische problemen komt u tegen?
Piet: “Die lossen we in principe zelf op.” Nelleke: “Er samen een weekendje tussenuit is lastig. Het blijkt problematisch om de kinderen een weekend in een zorgboerderij te laten logeren.” Piet: “Misschien loopt het op de kosten vast, maar desnoods kunnen we die zelf betalen.”

Hoe gaan jullie kinderen om met de pleegkinderen?
Nelleke: “Ze zien elkaar natuurlijk niet zo vaak, maar ze gaan met elkaar om als broer en zus.”

Zijn er momenten waarop u denkt: Hier had ik nooit aan moeten beginnen?
Nelleke: “Nee, eigenlijk niet. Het is wel eens lastig, bijvoorbeeld toen onze oudste pleegdochter het zoveelste vriendje had en over tijd was. Ze gebruikt de pil, maar trouw innemen vraagt discipline. Het probleem heeft zich na een week vanzelf opgelost en anders hadden we wel een oplossing gevonden. Ik had al bedacht welk kamertje als babykamer ingericht kon worden.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor!
Nelleke: “Als ik hen onbezorgd bezig zie. Het jongste meisje buiten met beestjes en plantjes, ze gaat er helemaal in op. De jongens op de trampoline of op de skelters. En puberdochter met haar paarden.”
Piet: “Ons doel is om de kinderen het gevoel te geven dat ze alle kansen hebben en hun eigen keuzes kunnen maken, los van ballast en bagage. Daar doe ik het voor.”


Tags: ,