In therapie voor traumaverwerking

Kinderen kunnen een eenmalige trau­ma­tische ervaring meemaken, zoals een ongeval. Ook kunnen ze meervoudige traumatische ervaringen hebben, zoals langdurige mishandeling. Vaak houden ze op verschillende manieren last van oude trauma’s. De gebeurtenissen zorgen voor een laag zelfbeeld en dat is weer schadelijk voor de verdere ontwik­ke­ling. Kinderen zijn erbij gebaat om snel wat aan trauma’s te doen.

Als pleegouder kun je te maken krijgen met angsten of trauma’s van je pleegkind. Het kind heeft bijvoorbeeld enge dromen of speelt traumatische gebeurtenissen na. Ook kan er sprake zijn van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dit is een angststoornis na een traumatische ervaring. Het niet kunnen verwerken van traumatische gebeurtenissen kan voor allerlei klachten zorgen, zoals chronische stress, concentratieverlies, prikkelbaarheid en nachtmerries.

Voor de ontwikkeling van het kind, maar ook voor de rest van het gezin, is het van belang dat het kind een bepaalde vorm van therapie volgt om de nare gebeurtenis(sen) te verwerken. Uit onderzoek van Julia Diehle en haar collega’s(1) blijkt dat traumagerichte cognitieve gedragstherapie (TG-CGT) en Eye Movement Desensitisation and Reprocessing (EMDR) allebei effectief zijn bij kinderen met trauma’s.

EMDR
EMDR is een therapie voor mensen die last hebben van traumatische ervaringen. Willemien Kronenberg schreef hier al over in Mobiel(2). De therapeut vraagt je bij EMDR om terug te denken aan het trauma en specifiek aan het moment waarbij je de meeste spanning voelt. Het idee is dat je de herinnering ophaalt, opnieuw bekijkt en vervolgens weer opslaat, maar met minder of geen emoties of spanning. Ondertussen biedt de therapeut een afleidende stimulus aan. Dit kan een tikje op je schouder zijn, het volgen van een vinger, geluidjes of iets soortgelijks. De afleiding zorgt er geleidelijk voor dat de herinnering in spanning of emotie afneemt. Bij het ophalen van een heftige herinnering wordt veel geheugencapaciteit gebruikt, omdat het intens en emotioneel is. Door een afleidende stimulus aan te bieden die ook geheugencapaciteit vraagt, is er minder ruimte in de hersenen om de herinnering zo intens te ervaren. Daardoor kan de emotie of spanning die je erbij hebt afnemen.

Traumagerichte Cognitieve Gedragstherapie
Het uitgangspunt van cognitieve gedragstherapie is, dat gedrag en gevoelens over een situatie ontstaan door de eigen gedachten en interpretatie van de situatie. Ook trauma­gerichte cognitieve gedragstherapie (TG-CGT) is gericht op het verminderen van de klachten na trauma. De therapeut vraagt je om een vervelende gebeurtenis van begin tot eind zo levendig mogelijk terug te halen en te vertellen. Dit gebeurt vaak meerdere keren voor dezelfde gebeurtenis, waardoor de negatieve emoties afnemen. Daarnaast kijkt de therapeut waar je het meest bang voor bent, bijvoorbeeld angstaanvallen. Dit roep je samen met de therapeut op, waardoor de heftige emoties af moeten nemen.

Vergelijking van de therapieën
Patiënten kunnen beide vormen van therapie als zeer intens ervaren. Er moet als het ware een nieuw evenwicht ontstaan in de herinneringen.
In haar onderzoek vergelijkt Julia Diehle de twee therapieën met elkaar en kijkt ze naar de effectiviteit hiervan. Aan het onderzoek deden 48 kinderen tussen 8 en 18 jaar van de Bascule(3) mee. Zij hadden een traumatische gebeurtenis meegemaakt in de vier weken voor de meting en toonden gedeeltelijke of volledige symptomen van PTSS. De kinderen werden willekeurig verdeeld over de twee therapieën. Voor en na acht therapiesessies vulden de kinderen en hun ouders verschillende vragenlijsten in. Na de therapie lieten de kinderen in beide groepen verbetering zien op gebied van posttraumatische stressklachten. Daarnaast lieten ze minder angst en depressie zien na de behandeling. Het onderzoek toont aan dat zowel EMDR als TG-CGT effectief zijn bij kinderen met posttraumatische stress.

(1) Diehle, J., Opmeer, B.C., Boer, F., Mannarino, A.P., & Lindauer, R.J.L. (2014). Trauma-focused cognitive behavioral therapy or eye movement desensitization and reprocessing: what works in children with post­traumatic stress symptoms? A randomized controlled trial.
(2) Schokkende ervaringen verwerken met EMDR, Mobiel 2, 2014.
(3) De Bascule is een academisch centrum dat psychiatrische zorg verleent aan gezinnen in Amsterdam en omstreken.
(4) Dissociëren is een verstoring in de samenhang van de persoonlijkheid.

======
KADER
======

Tips voor jongeren
– Laat je goed voorlichten over de therapie. Wat moet je precies doen? Wat doet de hulpverlener?
– Vraag om samen een signaleringsplan te maken voor tijdens de therapie en een noodplan voor achteraf. Dan heb je houvast op momenten dat je    het moeilijk hebt.
– Ga pas zo’n zware therapie aan als je genoeg steun om je heen hebt en een goede band hebt met de hulpverlener.
– Als je twijfelt over die band, bespreek dat met je (pleeg) ouders of de hulpverlener.
– Zorg dat je na afloop van de sessie iets te doen hebt waar je je prettig bij voelt.

 

======
KADER
======

Mijn ervaring met traumaverwerking
Stephanie groeide op in een pleeggezin. Ze was al volwassen toen ze therapie kreeg voor haar traumatische ervaringen. Ze heeft zowel EMDR als TG-CGT gehad en beide therapieën hebben haar geholpen. Stephanie: “De therapieën verschillen een beetje van elkaar. Ik kan me goed voorstellen dat de ene therapie beter aansluit bij het ene kind en de andere therapie juist weer bij een ander kind. Bij mij riepen beide therapieën spanning op, omdat het over pijnlijke onderwerpen ging. Met name EMDR vond ik in het begin doodeng. Het voelde een beetje als meedoen aan een goocheltruc. Ik wist van tevoren niet wat er ging gebeuren en dat vond ik spannend. Zeker in het begin had ik het idee dat ik geen controle had over wat er met me gebeurde.

Toen ze bezig was met cognitieve gedragstherapie, vond Stephanie het moeilijk om over bepaalde onderwerpen te praten. “Daarom ben ik met een tweede psycholoog toch weer EMDR gaan proberen. Dat werkte goed. Mijn therapeut bleef heel rustig en we maakten een signaleringsplan en een noodplan voor het geval ik ging dissociëren(4). Voor mij was het belangrijk om dis­sociatie te voorkomen, omdat ik mezelf dan ging beschadigen om weer iets ‘normaals’ te voelen.”

Stephanie vindt dat de twee therapieën mooi op elkaar aansluiten. “Wanneer ik er tegenop zag om te praten, deden we EMDR. Als ik behoefte had aan controle, gingen we CGT doen. CGT zie ik meer als praten, reflecteren en actief deelnemen. Bij EMDR is het meer ervaren en ondergaan. Ik kan me voorstellen dat voor sommige mensen de ene vorm beter werkt dan de andere, maar ik vond het prettig om op twee verschillende manieren met traumaverwerking bezig te zijn.”

Stephanie heeft ook nog tips voor ouders om hun kind te (onder)steunen. “Vind uit of het kind iets wil vertellen, zich creatief wil uiten of juist getroost wil worden. Zo niet, dan wil het misschien juist wel afleiding. Afleiding hielp mij het beste om in het hier en nu te komen.”

 

Joanne ter Haar

 

 


Tags: ,