‘Vandaag is het Henriëttedag’

Henriëtte wil haar ervaring inzetten voor pleegkinderen

Vandaag heb ik afgesproken met Henriëtte van Iterson (47). Zij woonde tijdens haar jeugd in een pleeggezin, waar ze een zware tijd had. Nog maar vijf jaar geleden werd geconstateerd dat ze hier een chronische posttrauma­tische stressstoornis (PTSS) aan heeft overgehouden. Door haar verhaal te vertellen, wil ze pleegouders bewust maken van het belang van een gezonde basis voor pleegkinderen.

Omdat we ver van elkaar wonen, hebben we Gouda als ontmoetingspunt geprikt. Als ik met de auto bij station Gouda kom, is Henriëtte juist gearriveerd. Ik maak kennis met een vrolijke, vriendelijke vrouw die een beetje gespannen is voor het interview. We rijden richting de cliëntenbelangen­organisatie die ons een ruimte aanbood voor het interview. Onderweg worden we geconfronteerd met de ene na de andere wegversperring en we belanden op plekken waar we niet moeten zijn. Nu word ik zelf een beetje zenuwachtig, maar Henriëtte ontspant juist: “Hoe toepasselijk, al die obstakels die we tegenkomen!”

Nooit meer thuis
Vanzelfsprekend is het niet dat Henriëtte nu zo tegenover me zit. Dat blijkt al gauw wanneer ze begint te vertellen: “Toen ik één jaar was, vertrok mijn vader. Mijn moeder voedde mij in haar eentje op, totdat ze een nieuwe partner ontmoette. Ik noemde hem oom Martin. Kort voordat ik zes werd, gingen we bij de ouders van oom Martin alvast mijn verjaardag vieren. Onderweg naar huis kregen we een ongeluk. Toen ik bij bewustzijn kwam, gaven mijn moeder en oom Martin geen teken van leven meer. Zelf zat ik onder de glassplinters. Het duurde een eeuwigheid voordat hulptroepen me uit de auto bevrijdden. Ik lag twee dagen in het ziekenhuis zonder een bekende te zien en huilde aan een stuk door. Toen kwam mijn opa. Hij zei: “Je moeder is dood, maar huil maar niet als oma er is, die heeft al zoveel verdriet.” Oom Martin hield een dwarslaesie aan het ongeluk over. Hij doorliep zijn eigen rouwproces. Alle drie zijn we nooit meer ‘thuis’ gekomen.”

Alles was zondig
Henriëtte ging na het ongeluk bij haar opa en oma wonen. “Oma kon mij geen liefde geven. Ze had het veel te moeilijk met het verlies van haar dochter. Ze negeerde me compleet. Opa was een lieve man en hij zorgde voor gezelligheid in huis.” Toen Henriëtte negen was, werd de opvoeding te zwaar voor haar grootouders. Zij vonden buren bereid om haar in huis te nemen. Dat pakte dramatisch uit. “In het pleeggezin werd ik geestelijk en lichamelijk mishandeld. Mijn pleegouders waren streng gelovig. Als ik me als puber opmaakte, kreeg ik klappen en werd ik uitgescholden voor hoer. Gezelligheid bestond niet in het gezin, alles was zondig.

Ik mocht geen eigen mening hebben en was thuis doodsbang. Ook zeiden ze regelmatig dat het Gods straf was dat mijn moeder was overleden, omdat zij ongetrouwd had samengewoond. Dat vond ik het ergste van alles. Ik ging graag naar school, want daar kon ik mijn thuissituatie even vergeten. Ik durfde niet tegen opa te zeggen hoe zwaar ik het had, want ik wilde mijn grootouders niet belasten. De intentie van mijn pleegouders was waarschijnlijk wel goed, maar het pakte helemaal verkeerd uit. Op mijn zestiende ben ik weggelopen.”

Volwassen en kwetsbaar
We zijn er allebei even stil van. ‘Met deze bagage ging Henriëtte de volwassenheid in’, gaat er door me heen. Die verliep dan ook niet vlekkeloos. “Op mijn 23e kreeg ik mijn prachtige zoon, uit een huwelijk dat niet lang stand hield. Daarna kreeg ik een relatie met een man die mij structureel mishandelde. Opnieuw was ik doodsbang thuis. Na een vreselijke escalatie lukte het mij bij hem weg te gaan.”

In de hierop volgende periode begon Henriëttes verleden tegen haar te werken. “Ik stortte in en werd een draaideurpatiënt bij psychiatrische instellingen. Jarenlang werd ik tevergeefs behandeld voor depressie. Pas vijf jaar geleden werd een chronische posttraumatische stressstoornis vastgesteld, die voortkomt uit mijn ervaringen bij het pleeg­gezin. Vanaf toen vond ik baat bij mijn behandelingen.”

De PTSS blijft een kwetsbaarheid: “Als ik moe ben of stress heb, ben ik extra kwetsbaar voor de PTSS. Dan cijfer ik mezelf weg, heb ik schuldgevoelens of ga ik dissociëren. Ik heb geleerd die signalen te herkennen en er goed op te reageren. Ik zet dan bijvoorbeeld een kruis in mijn agenda: Vandaag is het Henriëttedag!”

Eigen regie terug
Henriëtte heeft zich ontwikkeld tot ervaringsdeskundige op het gebied van pleegzorg en PTSS. De cursus ‘Werken met je eigen ervaring’ die zij daartoe volgde, was tevens van grote waarde voor haar herstel. “Samen met je groepsgenoten knok je om je eigen regie terug te krijgen. Ervaringen worden uitgewisseld, waardoor je jouw verhaal in een groter perspectief kunt plaatsen.” Ze is nu zelfs zo ver dat ze haar pleegouders en ex-partner kan vergeven voor wat ze haar hebben aangedaan. “Zonder vergeving kan ik niet lief­hebben, mezelf niet en anderen niet.”

Henriëtte is klaar om haar eigen ervaringen in te zetten om (voormalige) pleegkinderen tot steun te zijn en voorlichting te geven over de impact van mishandeling. Zij oriënteert zich momenteel op een manier die het beste bij haar past. Wilt u reageren? redactie@mobiel-pleegzorg.nl <

 


Tags: ,