Oktober: pleegzorg in de spotlights

In oktober kan niemand om pleegzorg heen. Overal in Nederland steken pleegkinderen, pleegouders, pleegzorgbegeleiders en andere betrokkenen hun nek uit om aandacht te vragen voor pleegzorg; in de krant, op televisie, in spotjes, op social media of zomaar ergens in hun eigen gemeente. Ze werken er hard aan om bekendheid te geven aan de opvang van uithuisgeplaatste kinderen in een gezinssituatie.

Maand van het Inhuisplaatsen
Alliantie Kind in Gezin heeft oktober 2015 uitgeroepen tot de ‘Maand van het Inhuisplaatsen’. Met uiteenlopende activiteiten wil de Alliantie vooral degenen die ‘aan de knoppen draaien’ bewust maken van het belang van een nieuw thuis in een gezinsvorm voor uithuisgeplaatste kinderen.

Bij veel activiteiten zijn wethouders en beleidsmakers van gemeenten betrokken. Marc Engberts van de Alliantie: “Neem de ‘High tea Inhuisplaatsen’ die partner Spirit organiseert of de ‘Meet & Greet’ in een gezinshuis in De Glind. Enthousiasmeren is daarbij een sleutelwoord, bijvoorbeeld door te laten zien dat veel kinderen opbloeien als ze een passende plek hebben gevonden in een goed pleeggezin of gezinshuis.”

Engberts merkt dat bestuurders en professionals het belang van inhuisplaatsen steeds beter op het netvlies krijgen. Met de Maand van het Inhuisplaatsen willen de samenwerkende stichtingen hieraan een extra impuls geven. Dat de aandacht langzamerhand wat toeneemt, schrijft de Alliantie onder andere toe aan een bepaling in de nieuwe jeugdwet. Letterlijk staat er: ‘Het college draagt er zorg voor dat de jeugdige in het geval van een uithuisplaatsing, indien redelijkerwijs mogelijk, bij een pleegouder of in een gezinshuis wordt geplaatst, tenzij dit aantoonbaar niet in het belang is van de jeugdige.’

De betrokken organisaties hopen dat de positieve veranderingen die ze zien, verder doorzetten. “Op veel plekken bouwen aanbieders van jeugdhulp hun leefgroepen af en investeren zij meer en meer in pleegzorg en gezinshuiszorg. Belangrijk aandachtspunt is nu ook dat kinderen een passend gezin vinden waar sprake is van continuïteit in de opvang. Het voorkomen van vroegtijdige afbreking, onder andere door een goede matching, is daarin cruciaal”, vertelt Engberts.

Parachutesprong
De aftrap van een maand vol activiteiten was op 1 oktober met een duoparachutesprong door zes kinderen die opgroeien in een pleeggezin of een gezinshuis. Ook Kamerlid Loes Ypma en wethouder Hans van Daalen van Barneveld maakten de sprong. Enkele kinderen kregen vliegles van gezinshuisouders die zelf piloot zijn.

Een greep uit de activiteiten: Gezinspiratieplein presenteert elke dag een tip van gezinshuisouders en pleegouders en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) twittert dagelijks een feit over inhuisplaatsen. De Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP) organiseert een complimentenactie voor pleegouders en gezinshuisouders. Wethouders, raadsleden en andere beleidsmakers nemen een kijkje in de keuken van een pleeggezin of een gezinshuis.

Het fenomeen gezinshuis zal dus op diverse momenten in beeld worden gebracht. Engberts: “Hopelijk spreekt dat mensen aan en mobiliseert dat nieuwe, geschikte gezinshuisouders.”

De Alliantie Kind in Gezin wil een grote verschuiving in de jeugdzorg teweeg brengen: kinderen moeten zoveel mogelijk in een gezin opgroeien en niet in een residentiële instelling. “De meeste kinderen zijn in een gezinsvorm veel beter op hun plek dan in een instelling. Dat kun je snappen met je gezonde verstand, maar het blijkt ook uit onderzoek. Desondanks wonen er in Nederland nog steeds tussen de vijftienduizend en twintigduizend kinderen in een instelling. Er is dus nog veel werk aan de winkel en dat willen we in de actiemaand duidelijk maken”, laat Engberts weten.

Mijn Andere Thuis
De Maand van het Inhuisplaatsen wordt op 29 oktober afgesloten met de lancering van Mijn Andere Thuis. Jongeren in pleeggezinnen en gezinshuizen die direct invloed hebben op het beleid van de gemeente waarin zij wonen? Het klinkt als een utopie, maar met het nieuwe instrument Mijn Andere Thuis moet dat toch echt werkelijkheid worden. Een combinatie van film, website en app moet ervoor zorgen dat gemeenteambtenaren zich beter kunnen verplaatsen in de situatie van jongeren in pleeggezinnen en gezinshuizen. Ook biedt Mijn Andere Thuis informatie over mogelijkheden en ontwikkelingen op het gebied van pleegzorg en gezinshuisopvang.

Odilia van Maanen, projectleider van Kinderpostzegels Nederland: “Het idee achter de transitie was, dat het beleid dichterbij de burgers zou komen, zodat er beter naar hen geluisterd wordt. De grote worsteling was: hoe doen we dat in de praktijk?” De denktank Inhuisplaatsen werd opgericht en ook jongeren dachten daarin mee. “Daar kwam uit dat jongeren zelf moeten vertellen wat belangrijk is.”

Gemeenten beslissen zelf of zij gebruik willen gaan maken van Mijn Andere Thuis. Als ze dat met succes doen, krijgen ze een kwaliteitsstempel of keurmerk. Alle jongeren die in de deelnemende gemeente in pleeggezinnen of gezinshuizen wonen, worden benaderd. Dat gaat anoniem via de zorgaanbieder. Van Maanen: “We willen niet dat het bedreigend is voor jongeren of pleeg- of gezinshuisouders.”

Gemeenten kunnen gebruikmaken van drie verschillende onderdelen. In een korte film vertellen jongeren in pleeggezinnen en gezinshuizen over hun verleden, heden en toekomst. Dat doen ze aan de hand van acht thema’s die belangrijk zijn voor hun ontwikkeling, zoals veiligheid, zelfstandigheid, duidelijkheid en continuïteit.

Met de app voor mobiele telefoon kunnen jongeren anoniem aangeven hoe het met hen gaat en wat ze vinden van belangrijke zaken die hen aangaan. De gemeente die verantwoordelijk is voor de jongeren ontvangt deze informatie en gaat ermee aan de slag.

Op www.mijnanderethuis.nl komen de acht thema’s uit de app terug in de vorm van een soort naslagwerk. Verder zijn er feiten en informatie over jeugdhulp, onderzoek, ervaringen van jongeren, methodieken, interventies, juridische informatie, richtlijnen, kwaliteitsstandaarden en checklists.

De Kinderombudsman zal Mijn Andere Thuis op 29 oktober samen met jongeren demonstreren en de aftrap wordt gedaan door de gemeente Leiden. De eerste paar maanden, tot februari is een pilotperiode. “We zullen dan veel feedback vragen, zodat we kunnen bijstellen. Vanaf februari moet Mijn Andere Thuis definitief en breed inzetbaar zijn”, aldus Van Maanen.

Nieuw: Week van de Pleegzorg
Voor het eerst organiseerde Pleegzorg Nederland dit jaar de ‘Week van de Pleegzorg’, van 10 tot en met 18 oktober. Het doel was om de aandacht te vestigen op het belang van pleegzorg en het tekort aan pleegouders in ons land. Bovendien konden gemeenten nader kennismaken met pleegzorg, wat een toekomstige samenwerking bij de werving van nieuwe pleegouders ten goede kan komen.

Pleegzorgaanbieders organiseerden in deze week uiteenlopende activiteiten. Een belangrijk onderdeel vormen de acties om nieuwe pleegouders te werven, bijvoorbeeld met pop-up stores, een wervingstoer met een pleegzorgbus en een theatervoorstelling.

Het onderdeel voor de gemeenten was terug te vinden in de vorm van ‘Gast aan tafel’. Wethouders en ambtenaren konden mee-eten bij een pleeggezin thuis. “We zien bij gemeenten veel enthousiasme voor pleegzorg, maar dat moet vertaald worden in beleidsvorming en visieontwikkeling. Kennis en praktijkervaring spelen hierbij een belangrijke rol”, zegt Janette Reukers van Pleegzorg Nederland. Bovendien waren er speciale activiteiten voor binding en behoud van de bestaande pleegouders en er was aandacht voor deskundigheidsbevordering. Op www.weekvandepleegzorg.nl staat een overzicht van alle activiteiten.

Supergewone mensen gezocht
Om de aandacht voor pleegzorg ook na de Week van de Pleegzorg vast te houden, lanceerde Pleegzorg Nederland de nieuwe campagne ‘Supergewone mensen gezocht’. Reukers: “Met ‘supergewoon’ haken we in op wat we vaak terug horen van pleegkinderen en -ouders: als pleegouder hoef je echt geen superopvoeder te zijn. Er ‘gewoon’ zijn, is voor pleegkinderen het belangrijkst. Pleegkinderen willen zo gewoon mogelijk meedraaien in een pleeggezin.”

Op de vraag of het pleegouderschap daarmee niet te simpel wordt voorgesteld, antwoordt Reukers: “Zeker niet. In ervaringsverhalen van volwassen pleegkinderen en (pleeg)ouders op www.supergewonemensengezocht.nl komt duidelijk naar voren wat pleegzorg vraagt, maar ook wat het oplevert. Bovenal wordt duidelijk hoe belangrijk de alledaagse gezinsrituelen voor pleegkinderen zijn.”

In de Week van de Pleegzorg kreeg de campagne al aandacht door een aantal acties. Zo vond een ‘casting call’ plaats. “We vragen kinderen in de leeftijd van nul tot achttien jaar om ons te helpen bij het werven van nieuwe pleegouders. Dat kunnen ze doen door op de foto te gaan. Hun portretfoto’s gaan we gebruiken bij (kindgerichte) wervingsacties”, legt Reukers uit. Ook konden kinderen een wervingsposter ontwerpen voor de pleegzorgcampagne en houdt Pleegzorg Nederland een Twitterspreekuur.

Twee jongvolwassenen die opgroeiden in een pleeggezin, zijn de ambassadeurs van de campagne. Zij kijken terug op hun jeugd als pleegkind. Op de website www.supergewonemensengezocht.nl vertellen ze hun verhaal, evenals andere pleegkinderen, pleegouders, ouders en professionals. De website is een platform boordevol ervaringsverhalen. Bij de start van de campagne zijn dat er twaalf en vanaf de Week van de Pleegzorg komt er iedere week een verhaal bij.

Bij de campagne hoort ook een spel met vijftien kaarten die je helpen om een goede afweging te maken om pleegouder te worden. Met de kaarten kun je met de mensen die voor jou belangrijk zijn, in gesprek gaan over pleegouderschap.

Heel gewone mensen kunnen iets heel bijzonders doen voor kinderen door heel gewoon te doen. Dat is de boodschap in de filmpjes op YouTube, radiospotjes, advertenties en de berichten op Facebook en Twitter. Pleegzorg Nederland hoopt dat minimaal tienduizend mensen een informatiepakket opvragen en dat daarvan uiteindelijk 3500 mensen besluiten daadwerkelijk pleegouder te worden.

Bij eerdere campagnes zag de organisatie tot zo’n drie jaar na de start nog effect. In eerste instantie gaat dat om het aantal informatiepakketten dat wordt opgevraagd en een tot twee jaar later is dat te merken aan het aantal nieuwe pleegouders. De voorgaande campagne was in 2011: ‘Ontdek de pleegouder in jezelf’. Voorafgegaan door een Sire-campagne ‘Pleegouders zijn bijzonder nodig’ in 2008 en ‘Wij zoeken nog een hart met wat ruimte’ in 2006.

Foto: Allard de Witte
Jongeren in pleeggezinnen en gezinshuizen vertellen in Mijn Andere Thuis hoe het met hen gaat.

 


Tags: ,