Intensieve behandeling voor jonge kinderen in pleegzorg

Voor een kleine, maar kwetsbare groep jonge kinderen lijkt reguliere pleegzorg onvoldoende intensief om stabiliteit te bewerkstelligen.

In haar promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit richtte Caroline Jonkman zich op de specifieke problematiek van deze jonge pleegkinderen en de werk­zaamheid van therapeutische pleeg­zorg(1).

Robin
Robin is een jongetje van vijf jaar dat wordt aangemeld bij de Therapeutische Gezinsverpleging (TGV), omdat de pleeg­gezinplaatsing dreigt te mislukken. Hij is erg agressief naar zijn pleegmoeder en kan slecht samenspelen met leeftijdsgenootjes. De pleegouders krijgen te horen dat hulp op maat mogelijk is. Een gespecialiseerd maatschappelijk werker start deze hulp op en coördineert de hulp. In de eerste fase brengen een kinderpsycholoog en een kinderpsychiater de klachten in kaart. In de tweede fase volgt behandeling van het kind en ondersteuning van de pleegouders. Omdat veel probleemgedrag van Robin lijkt samen te hangen met eerdere negatieve gebeurtenissen, krijgt hij traumabehandeling.
De pleegouders nemen deel aan groepssessies voor pleeg­ouders, gericht op traumasensitief pleegouderschap. Hierin leren zij meer over de oorsprong van het probleemgedrag en hoe ze hier goed op kunnen reageren.

Lana
Lana is een meisje van 4 jaar. Ze start met Multidimensional Treatment Foster Care for Preschoolers (MTFC-P) nadat ze voor de vierde keer uit een pleeggezin is geplaatst. Voor de duur van negen maanden gaat Lana bij professionele MTFC-P opvoedouders wonen. In deze periode ligt de focus op positieve bekrachtiging van gewenst gedrag door middel van belonen. Lana schreeuwt veel, daarom is er een beloningssysteem bedacht door het behandelteam, waarin Lana steeds een sticker krijgt als ze zachtjes praat. In het begin doet de pleegouder vaak voor hoe je zachtjes kunt praten en ook in de wekelijkse MTFC-P spelgroep waaraan Lana deelneemt, besteden de begeleiders aandacht aan zachtjes praten. Lana oefent volop en na twee weken heeft ze al een poster vol stickers en schreeuwt ze nauwelijks meer. Vervolgens wordt door het behandelteam samen met de opvoedouders gekeken naar andere probleemgedragingen van Lana en weer wordt een beloningssysteem bedacht.

Na een half jaar MTFC-P is duidelijk naar welk perspectiefbiedend pleeggezin Lana over drie maanden gaat. Om de overgang straks gemakkelijker te maken worden de aan­komende pleegouders alvast getraind door een MTFC-P oudertrainer in de aanpak. Ook wordt Lana bij aankomst in dit nieuwe gezin nog drie maanden begeleid door de MTFC-P vaardigheidsbegeleider.

Therapeutische pleegzorg
Binnen therapeutische pleegzorg wordt pleegzorg gecombineerd met intensieve behandeling van kinderen en extra ondersteuning voor pleegouders. De afdeling therapeutische pleegzorg van De Bascule(2) biedt twee verschillende behandelvormen aan: TGV en MTFC-P. De TGV-behandeling wordt per kind ingevuld, afhankelijk van de individuele problematiek(3), terwijl MTFC-P juist is gebaseerd op een standaard, strikte aanpak van gedrag(4). Om de werkzaamheid van de behandelingen binnen de therapeutische pleegzorg te onderzoeken, werd bij 78 jonge kinderen onderzocht hoe hun probleemgedrag zich ontwikkelde gedurende TGV of MTFC-P.
De verhalen van Robin en Lana (fictieve namen), zijn in dit artikel gebruikt om de ontwikkeling van kinderen in therapeutische pleegzorg te illustreren.

Negatieve ervaringen
Net als Robin en Lana zijn eigenlijk alle kinderen in therapeutische pleegzorg langdurig blootgesteld aan negatieve ervaringen, in de vorm van mishandeling en verwaarlozing. Hoewel er wel gesproken kan worden van traumatische ervaringen, laat het promotieonderzoek zien dat kinderen in mindere mate specifieke traumaklachten hebben, maar vaker meer algemene ontwikkelingsproblemen laten zien, bijvoorbeeld emotionele, sociale en gedragsproblemen.

Kinderen in therapeutische pleegzorg ervaren ook meer problemen in de gehechtheidsrelatie met hun opvoeders dan kinderen in de reguliere pleegzorg. Ongeveer een vijfde van de kinderen in therapeutische pleegzorg is te ongeremd in het contact met relatief onbekende volwassenen.
Dit geldt ook voor Robin. Het valt zijn pleegmoeder op dat wanneer Robin zich bezeert, hij gemakkelijk op onbekenden afstapt om zich te laten troosten. “Ook wanneer ik gewoon in de buurt ben.” Andere kinderen in therapeutische pleegzorg laten juist meer teruggetrokken gedrag zien. “Laatst nog”, zo vertelt de pleegmoeder van Lana, “bleek Lana tijdens het spelen haar pols te hebben gebroken. In plaats van te huilen en naar mij toe te komen, vond ik Lana met opgetrokken knieën, zichzelf wiegend onder haar bedje.”

Wat werkt?
Om de gedragsproblemen te onderzoeken, hebben de pleeg­ouders dagelijks aangegeven hoeveel probleemgedragingen hun pleegkind liet zien, uit 38 van de meest voorkomende probleemgedragingen. De opvoedouder van Lana rapporteert in de eerste week dat Lana daar is, een gemiddelde van 11 probleemgedragingen per dag. Al snel neemt dit aantal af. Aan het einde van de MTFC-P behandeling rapporteert de opvoedouder slechts een gemiddelde van 3 gedragingen per dag. Ook binnen TGV is het aantal probleemgedragingen bijgehouden en de pleegouder van Robin rapporteert een even zo steile afname.

De ontwikkeling van Lana en Robin is illustratief voor de ontwikkeling van alle kinderen die hebben deelgenomen aan het onderzoek. Hoe langer de kinderen in behandeling bij de therapeutische pleegzorg zijn, hoe minder gedragsproblemen ze laten zien. Het maakt daarbij niet uit of de kinderen MTFC-P of TGV ontvangen. Verbeteringen die te zien zijn bij kinderen in MTFC-P en TGV zijn echter nog onvoldoende om het functioneren van deze jonge kinderen te verbeteren tot het niveau van kinderen in de reguliere pleegzorg. Omdat kinderen in de therapeutische pleegzorg meer negatieve opvoedervaringen hebben meegemaakt dan kinderen in de reguliere pleegzorg, moet het behandel­aanbod binnen de therapeutische pleegzorg hier wellicht meer op afgestemd worden. De complexe problematiek van deze pleegkinderen vraagt om behandelmogelijkheden gericht op gedrag, trauma en gehechtheid. De therapeutische pleeg­zorg van De Bascule is bezig om haar behandelaanbod via deze lijnen verder te ontwikkelen. <

(1) Jonkman, C.S. (2015). Young children in treatment foster care: Intervening in problematic behavior, disturbed attachment, trauma, and atypical neurobiological functioning (Proefschrift). Amsterdam: Vrije Universiteit.
(2) De Bascule is een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie te Amsterdam.
(3) Van der Most, G. H. F. e.a. (2001). Hechting en therapeutische pleegzorg. Assen: Van Gorcum.
(4) Fisher, P . A., Ellis, B. H., & Chamberlain, P. (1999). Early Intervention Foster Care: A model for preventing risk in young children who have been maltreated. Children services: Social policy, research, and practice, 2(3), 159-182.

Caroline Jonkman, Mirjam Oosterman, Carlo Schuengel en Ramon Lindauer


Tags: ,