Happy end

Aan de keukentafel zitten we bij te praten. Twee jong­volwassenen, Charlotte en Ramon, en ik. Zomaar en onverwacht zijn ze langsgekomen om te kijken hoe het bij ons is. Ze hebben een jaar bij ons gewoond toen ze 1 en 3 jaar oud waren. Prachtmensen zijn het geworden. Het is gezellig. Dan komt hun vader binnen en zegt: “Kom, we gaan naar huis.” “Nee”, zegt Charlotte, “ik ben thuis!”

Toen werd ik wakker en kon niet meer in slaap komen. Het voelde zo goed in die droom. Waar komt dit nu vandaan? Kijk ik soms teveel films die goed aflopen en wil ik ook graag een ‘happy end’? De werkelijkheid is namelijk heel anders.

Charlotte, het meisje in de droom, was een gesloten meisje dat altijd op haar hoede is gebleven. Zij was stijf in haar bewegingen, maakte weinig contact met ons en voelde zich duidelijk niet thuis. Ze is nu ongeveer 11 jaar oud.

Ik ben al zoveel jaar pleegmoeder, kinderen mogen zijn wie ze zijn. Ik verwacht niet van hen dat ze het fijn vinden bij ons. In mijn onderbewustzijn zit kennelijk toch iets van: als kinderen zich thuis voelen, voel ik me goed. Moet ik me wapenen tegen dat gevoel en die verwachtingen?

Ik draai me om en blijf nog even dromen, want dat ‘happy end’-gevoel voelt goed.


Tags: ,