Allemaal anders

Auteur: Joanne ter Haar

Henny Bos werkt als universitair hoofddocent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Ze onderzoekt hoe het is voor kinderen om op te groeien in niet-traditionele gezinnen. Daarbij hebben gezinnen met twee vaders of twee moeders haar bijzondere interesse. Onderwijs vindt ze ook erg leuk om te doen, want “het is belangrijk dat studenten wat meekrijgen over niet-traditionele gezinsvormen.” Mobiel sprak met Henny Bos over gezinnen met twee vaders of twee moeders.

Wat zijn de belangrijkste uitkomsten van uw onderzoek?
“Het onderzoek naar lesbisch ouderschap loopt nu al bijna 25 jaar. Als we kijken naar gezinnen met twee moeders, waarbij de kinderen in de relatie geboren zijn, dan zien we bijna geen verschillen tussen hun kinderen en kinderen die bij een vader en moeder opgroeien. Als we naar de puberteit kijken, zien we wel een paar verschillen, maar die zijn in het voordeel van kinderen met twee moeders. Ze hebben bijvoorbeeld minder agressief gedrag. Dat zou misschien te verklaren zijn doordat het gaat om mensen die heel bewust kiezen voor het ouderschap. Minder agressief gedrag zou ook kunnen komen door het ontbreken van een mannelijk rolmodel. Dat wordt in de media vaak gezien als iets negatiefs, maar het zou dus ook positief kunnen zijn. De kinderen van twee moeders scoren trouwens ook hoger op hun zelfbeleving en zelfvertrouwen.”

Hoe wordt er gereageerd op de uitkomsten van uw onderzoek?
“Sceptici blijven zeggen: ‘Wacht maar tot …’ Toen de kinderen klein waren en we geen verschillen vonden, zeiden ze: ‘Wacht maar tot ze naar de basisschool gaan.’ De kinderen werden ouder en weer vonden we geen verschillen. Toch zeiden sceptici: ‘Wacht maar tot ze in de puberteit zijn!’ We vonden geen verschillen. Nu zeggen ze: ‘Wacht maar tot ze volwassen zijn en zelf kinderen willen.’ We verwachten dat als hier hetzelfde uitkomt de sceptici zullen zeggen dat we moeten wachten tot hun kinderen in de puberteit zitten. Zo kunnen we wel blijven doorgaan.”

Hoe vinden kinderen het zelf om op te groeien bij twee vaders of twee moeders?
“De kinderen zelf weten niet anders, want ze zitten vanaf de geboorte in deze gezinssituatie. Ze krijgen al snel te maken met vragen vanuit de omgeving en daar maken ze dan hun eigen verhaal omheen. Kinderen kunnen er goed mee omgaan. Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen problemen zijn, maar meestal verschillen die problemen niet zo erg van een gezin met een vader en moeder. Dat wil dus ook zeggen dat die twee moeders of die twee vaders iets aan hun kinderen overbrengen waardoor de kinderen weerbaarder worden. Wat dat precies is en hoe dat gebeurt weten we nog niet, maar dat is nu juist zo interessant om te onderzoeken.”

Hoe staat u tegenover homoseksuele pleegouders?
“Bij elke gezinsvorm die ‘afwijkt’ van de norm is het toch het allerbelangrijkste dat er ouders zijn – of dat er één ouder is – die warmte en structuur bieden en die het kind het gevoel geven dat het er mag zijn. Wat wil je nog meer als kind? Het belang van het kind moet voorop staan. En dat is dat het wordt opgevoed in een gezin dat liefdevol is, structuur en warmte biedt.”

Hebben er pleegouders aan uw onderzoek meegedaan?
“Nee, maar dat zou ik wel graag willen. Ik denk wel dat je er rekening mee moet houden dat het om kleine aantallen gaat. Dat is natuurlijk jammer voor het onderzoek, maar het betekent helaas ook dat er nog altijd een tekort is aan pleegouders. Ook uit de groep homoseksuelen zijn er naar mijn mening nog te weinig mensen die zich aanmelden om pleegouder te zijn.”

Krijgen deelnemers aan uw onderzoek ook te maken met negatieve reacties of homofobie?
“Ik denk dat het meer gaat om impliciete homo-negativiteit. Of min of meer bedekte uitingen van het ‘raar’ vinden van de gezinssituatie. Neem het voorbeeld van nieuwsgierige vragen die je krijgt over de gezinssituatie: als je die één keer krijgt, dan leg je het uit en bij een tweede keer ook nog wel. Maar is het de derde of de vijfde keer, dan denk je: Moet ik er nu weer op ingaan? Een voorbeeld van een nieuwsgierige vraag is: ‘Wie is nou de echte moeder?’ of ‘Zeg, is er geen vader?’ Over dat soort opmerkingen gaat het.”

Zijn er dingen waar u tegenaan loopt in uw onderzoek?
“Er is te weinig geld voor dit soort onderzoek, maar dat zegt iedereen over zijn onderzoek. Er is wel iets waar we tegenaan lopen in ons onderzoek naar homovaders die kinderen krijgen via draagmoederschap. Voor een onderzoek heb je altijd een bepaald tijdsbestek en dit onderzoek loopt in principe drie jaar. De vaders die voor deze constructie kiezen, lopen in Nederland tegen allerlei dingen aan waardoor het voor hen moeilijk is om hun kinderwens te realiseren. Daarom gaan de meeste mannen naar de Verenigde Staten om met hulp van een draagster kinderen te krijgen. Op het moment dat wij de vaders in het vizier hebben, is er nog niemand zwanger en dan kan het nog wel een jaar of twee duren voordat het kind er is. En dan heb je dus maar drie jaar voor je onderzoek. Wat ik echt voor de toekomst hoop, is dat op punten als draagmoederschap en kinderen krijgen de wetgeving in Nederland ruimer wordt.”

Welke boodschap wilt u meegeven aan gezinnen met twee moeders of twee vaders?
“Zichtbaarheid van deze gezinnen is ontzettend belangrijk. Zichtbaarheid in alles, in reclames bijvoorbeeld. Als je een gezin in beeld brengt, kan het ook een gezin zijn met twee vaders of twee moeders. Diversiteit is ook belangrijk: laat zien dat het een heel diverse groep is met heel veel onderlinge verschillen. Twee vaders of twee moeders kunnen ook pleegouders of adoptieouders zijn, dat is diversiteit.”

Auteur: Joanne ter Haar


Tags: , ,