Plezier met je dier

Vier vuistregels

Huisdieren kunnen veel betekenen voor een pleegkind, maar het contact tussen dier en kind verloopt niet altijd vanzelfsprekend zonder problemen. Waar moet je als pleegouder rekening mee houden als je huisdieren hebt of wilt?

Vuistregel 1: Doe je huiswerk
Veel kinderen vragen om een hondje of een pluizige cavia. Het kan moeilijk zijn om de herhaalde vraag van het kind te weerstaan, ook voor pleegouders. Je gunt het kind toch zo’n lief beest. Zeker als het kind niet lekker in z’n vel zit. Als het dier er is, valt de zorg om verschillende redenen nogal eens tegen. Dat heeft meestal te maken met onvoldoende voorbereiding: het dier blijkt andere behoeften te hebben dan het kind en de nieuwigheid kan er snel vanaf zijn. Het konijn wil niet geknuffeld worden, de kat speelt alleen als het hem uitkomt en de hamster trekt zich overdag terug in zijn nest. Regelmatig besluiten volwassenen om het huisdier weg te doen ‘omdat het kind er toch niet naar omkijkt’. Wees je er bewust van dat dit bij een kind een soortgelijk rouwproces in gang zet als wanneer het dier zou overlijden. De impact kan voor een pleegkind nog groter zijn, omdat het al vaker momenten van afscheid heeft meegemaakt. Daarnaast kan de verhuizing veel stress voor het huisdier opleveren.NOOT1 Zorg daarom altijd dat de keuze voor een huisdier weloverwogen is. Ga hiervoor naar betrouwbare websites, zoals www.licg.nl, of vraag om advies aan een dierenarts.

Vuistregel 2: Doe het samen
Het houden van een huisdier kan een mooie manier zijn voor een kind om met verantwoordelijkheid te leren omgaan. Als volwassene heb je echter altijd de eindverantwoordelijkheid over het dier, ook als het kind al wat ouder is. Zoek binnen de verzorging van het dier naar verantwoordelijkheden die passend zijn voor het kind. Vraag je meer van het kind, dan kun je het ontmoedigen, waardoor een negatieve associatie met het huisdier ontstaat.

Vuistregel 3: Laat kind en huisdier niet alleen
In afwezigheid van volwassenen is een kind eerder geneigd met een dier te experimenteren. Dit kan leiden tot schrijnende situaties (zie ook ‘Beestenboel’ op pagina 12). Honden zien kinderen tot een leeftijd van ongeveer twaalf jaar als ‘mindere’: in het bijzijn van volwassenen heeft het kind een zogenaamde verworven rang. In afwezigheid van volwassenen raakt het kind die rang kwijt, waardoor er onveilige situaties kunnen ontstaan. Ook is het onverstandig om een kind onder de twaalf jaar alleen met de hond te laten wandelen. Bij een incident met een andere hond is het voor een volwassene vaak al moeilijk te bedenken wat te doen, laat staan voor een kind.

Vuistregel 4: Maak plezier!
Wanneer je rekening houdt met bovenstaande vuistregels kan een huisdier een groot succes worden. Maak eens samen een doolhof voor de muizen en speel samen met je kind zoekspelletjes voor de hond. Een aanrader is een kind-hondcursus waarbij je kind op een verantwoorde én leuke manier een band op kan bouwen met de hond.

Met dank aan Judith Ridderbeekx. Judith heeft haar eigen kinderopvang opgericht en houdt zich in haar vrije tijd bezig met kind-hondcursussen en paardensport.

NOOT1 http://www.licg.nl/2MT/praktisch/omgaan-met-huisdieren/dier-en-gezin/kinderen-en-een-eigen-huisdier.html


Tags: , ,