Laten we nog eens over seks praten

In de eerste Mobiel van dit jaar stond het artikel ‘Laten we het eens over seks hebben’NOOT1, waarin we aandacht besteedden aan het onderzoek van de Commissie-Samson. In één artikel is niet genoeg ruimte om dit hele onderzoek te belichten. Zeker omdat de commissie in haar rapport ook een aantal aanbevelingen geeft, specifiek gericht op pleegzorg. Een goede reden om nog een keer over seks te praten.

Een pleeggezin is allereerst een gezin. Dat betekent dat het een pleegkind kan bieden wat elk kind nodig heeft: opvoeding en verzorging in kleine kring, continuïteit en het gevoel erbij te horen. Als een kind in een pleeggezin wordt geplaatst omdat opvoeding, verzorging, veiligheid en continuïteit bij de eigen ouders onder de maat waren, dan komt er nog een bijzondere taak bij: ‘herstel van het gewone leven’ (…). Niettemin komt kindermishandeling in de vorm van verwaarlozing, fysiek of verbaal geweld en seksueel misbruik in alle typen gezinnen voor: in gewone gezinnen, in stiefgezinnen, in adoptiegezinnen en dus ook in pleeggezinnen.
(uit: ‘Omringd door zorg, toch niet veilig’, het rapport van de Commissie-Samson).

Geen gemakkelijk gespreksonderwerp
Aandacht voor seksualiteit is niet nieuw. Coos Thomas, inmiddels gepensioneerd, werkte ruim dertig jaar als pleegzorgbegeleider. Daarnaast heeft ze samen met de Hogeschool van Amsterdam een training over seksualiteit opgezet en deze trainingen ook zelf gegeven. “Seksualiteit is geen gemakkelijk gespreksonderwerp”, zegt Thomas, “maar heel belangrijk om over te praten. Juist op een moment dat er geen zorgen zijn over dit onderwerp. Als je niet weet hoe een kind zich op dit gebied ontwikkelt, kun je de signalen niet duiden als het wel nodig is. Voor pleegouders is het belangrijk om zich bewust te worden van hun eigen seksualiteit. Het gebeurde wel dat pleegouders er in trainingen achter kwamen dat zij zelf seksueel misbruikt waren. Dat zijn belangrijke ervaringen om te kennen van jezelf.”

Seksueel overschrijdende spelletjes
Thomas vraagt speciale aandacht voor de kinderen van pleegouders. “Ga ook met hen in gesprek. Seksueel misbruikte pleegkinderen weten niet beter dan dat ze met seksueel gedrag aandacht krijgen. Ze kunnen bijvoorbeeld seksueel overschrijdende spelletjes met de kinderen van pleegouders spelen, waardoor deze kinderen beschadigd raken. Pleegouders moeten hun kinderen uitleggen waarom het soms nodig is om de huisnormen, regels en rituelen te veranderen, ook al moeten ze daarvoor iets vertellen waar ze de kinderen liever nog tegen beschermd hadden.”

Aanbevelingen voor pleegzorg
De volgende aanbevelingen van de Commissie-Samson zijn specifiek gericht op pleegzorg:

Screening van aspirant-pleegouders

  • Pleegzorgorganisaties dienen altijd referenties op te vragen en af te geven bij de aanmelding van aspirant-pleegouders.
  • Seksualiteit, (afwijkende) seksuele ontwikkeling en seksueel misbruik dienen een onderdeel te zijn van de voorbereidende training.
  • Er moet aandacht zijn voor een mogelijk problematische voorgeschiedenis van de aspirant-pleegouders, ook bij netwerkplaatsingen.
  • Er moet een landelijke norm ontwikkeld worden waaraan de voorbereidende training voor pleegouders moet voldoen.

Voorbereiding en ondersteuning van pleegouders

  • De pleegzorgorganisatie moet pleegouders voorbereiden op de komst van een kind met een traumatische voorgeschiedenis.
  • Bij een matching dient verteld te worden dat kinderen met een misbruikverleden mogelijk seksueel wervend gedrag kunnen vertonen. Onderwerp van gesprek is dan hoe pleegouders deze gedragingen moeten interpreteren en hoe er mee om te gaan.
  • Met pleegouders wordt besproken dat pleegkinderen mogelijk seksuele gevoelens bij pleegouders en hun kinderen oproepenNOOT2. Het is erg belangrijk dat pleegouders zich hiervan bewust zijn en hierop voorbereid worden.
  • Het niet goed informeren van pleegouders belemmert hun mogelijkheid zich een oordeel te vormen over de vraag of een pleegkind in hun gezin op zijn plaats zal zijn. De voorbereiding dient dan ook uit meer te bestaan dan alleen waarschuwen voor genoemde risico’s.
  • De pleegzorgorganisatie dient te voorzien in ondersteuning, bijvoorbeeld door een orthopedagoog, in geval van seksuele problematiek van het kind. Mogelijk in de vorm van een 24-uurs hulplijn, chat en waar nodig via face-to-facecontact.
  • De pleegzorgwerker dient met pleegouders te bespreken wie in hun sociaal netwerk belangrijk zijn als steun bij het pleegouderschap. Het is raadzaam om vervolgens, samen met de pleegouders, een overleg te arrangeren waarin besproken wordt welke verwachtingen en mogelijkheden tot steun er over en weer zijn.

Evaluatie van pleegouders

  • Een jaarlijkse evaluatie door de pleegzorgorganisatie met nadrukkelijk oog voor de stabiliteit van de gezinssituatie en expliciete aandacht voor wijzigingen zoals scheiding, werkloosheid of ziekte, is gewenst.
  • In de begeleiding van de pleegouders dient er aandacht te zijn voor de onderlinge relatie van de pleegouders.

Duidelijke rolverdeling tussen pleegzorgwerker en (gezins)voogd en een verhoging van de contactfrequentie met het kind

  • Er is in het werkveld grote onduidelijkheid over de rolverdeling tussen pleegzorgwerker en de (gezins)voogd. Er is geen eenduidige mening over hoe deze rolverdeling er idealiter uit zou moeten zien.
  • De werkdruk van de functionaris die verantwoordelijk is voor de veiligheid van het kind dient zodanig te zijn dat voldoende face-to-face- en een-op-eencontact met het kind mogelijk is, afgestemd op de zwaarte van de casus. De caseload zal hiervoor verlaagd dienen te worden.

Ondersteuning en toezicht bij pleegzorg

  • Het betrekken van mensen uit de omgeving om pleegouders te ondersteunen bij hun opvoedtaak.
  • Het is raadzaam om samenwerking tussen de pleegzorgorganisatie en het buurtmaatschappelijk werk tot stand te brengen.

Kind als middelpunt
Om het netwerk rond een (pleeg)kind in kaart te brengen, gebruikt de Commissie-Samson het ‘concentrisch model’. Dit is een hulpmiddel om de betrokkenen rond een kind in beeld te krijgen (zie illustratie). De ringen om het kind laten zien wie het dichtst bij het kind staan en wie verder weg. Onder de horizontale lijn staan de informele contacten en boven de horizontale lijn staan de professionals. Wie dit allemaal zijn, is per kind verschillend. Pleegouders zouden dit model kunnen invullen, al dan niet samen met de pleegzorgbegeleider of gezinsvoogd, om zicht te krijgen op het netwerk rondom het kind.

Bescherming hangt echter niet af van hoeveel mensen er bij een kind betrokken zijn, maar hoe goed ze hun taak doen en of ze in staat zijn om samen te werken. Het model geeft inzicht in wie er in het bijzonder met elkaar contact moeten hebben en wie elkaar (het gemakkelijkste) kunnen aanspreken op elkaars functioneren. Uit de onderzoeken en gesprekken die de Commissie-Samson heeft gevoerd blijkt dat beschermingsconstructies op papier in orde lijken, maar in de praktijk tekortschieten.

Begeleiding van pleeggezinnen
Coos Thomas vindt het belangrijk om als begeleider zelf een band te krijgen met pleegkinderen. “Veelal hoor je via de kinderen het verhaal, als er iets aan  de hand is. Dan vertellen ze over een vriendje of iets wat ze gehoord hebben. Als er vertrouwen is, kun je doorvragen en krijg je het echte verhaal boven tafel. De begeleiding van een pleeggezin moet dan ook niet veel wisselen. Seksualiteit bespreek je niet gemakkelijk. Er is een vertrouwensband voor nodig. Ik herinner mij de pleegvader van een tweejarig seksueel misbruikt meisje. Zij wist in het contact met deze pleegvader seksuele gevoelens bij hem te ontlokken. Dat is verklaarbaar, maar geen gemakkelijk gespreksonderwerp.”

Ook huisbezoeken zijn belangrijk. Thomas: “Ik wil zien hoe een kind wordt begroet, hoe het naast een pleegouder op de bank zit. Daar kan ik telefonisch naar vragen, maar dat voelt al snel als controleren. Ik zie het door op verschillende momenten in het gezin te zijn. Dan kan ik in gesprek gaan over de gewoonten en rituelen. Die kunnen voor het pleeggezin heel normaal zijn, maar voor het pleegkind juist bedreigend. Misschien vindt een kind het prettiger om naast je te zitten in plaats van op schoot. Pleegkinderen zijn toch kinderen van een ander. Een pleegkind kent je gewoonten niet en kan schrikken of verstarren, omdat het mogelijk herinneringen oproept aan eerder grensoverschrijdend gedrag.”

Tot slot zegt ze: “Vertel pleegouders dat zij de wonden die pleegkinderen hebben opgelopen wel kunnen verzorgen, maar ze kunnen een wond niet verder helen dan dat er een korstje overheen groeit.”

Het vervolg
In juni van dit jaar overhandigde André Rouvoet het eindbericht van zijn commissie aan de voorzitter van Jeugdzorg Nederland. De Commissie Rouvoet werd ingesteld na het verschijnen van het rapport van de Commissie-Samson en geeft in dit eindbericht haar oordeel over de stand van zaken op dit moment. De (onafhankelijke) commissie heeft een kwaliteitskader vastgesteld en ziet toe op de invoering hiervan. De Commissie Rouvoet is positief over de behaalde resultaten, maar in het bericht staan ook verdere aanbevelingen voor de verankering en verbreding van de aanpakNOOT4.

*********
KADER
**********

Werkconferentie Seksualiteit en intimiteit binnen pleeggezinnen en gezinshuizen
De afgelopen tijd is er in de media veel aandacht geweest voor seksueel misbruik binnen de jeugdhulpverlening. Samen praten over seksualiteit en intimiteit binnen pleegzorg – dat zonder alle negativiteit toch al beladen kan zijn – wordt hierdoor voor veel betrokkenen nog spannender. Het Landelijk Pleegzorg Panel organiseert op 29 oktober in Amsterdam, speciaal met en voor betrokkenen (pleegouders, ouders, jongeren in een pleeggezin, beleidsmakers, pleegzorgwerkers, et cetera) een taboedoorbrekende werkconferentie over seksualiteit en intimiteit binnen pleeggezinnen en gezinshuizen. Aanmelden kan via: www.pleegzorgpanel.nl/werkconferentie. Er is plaats voor maximaal 50 deelnemers, dus wees er snel bij.

NOOT1 Het artikel ‘Laten we het eens over seks hebben’ is terug te lezen in ons digitaal archief: www.mobiel-pleegzorg.nl/2015/04/laten-we-het-eens-over-seks-hebben

NOOT2 In  Mobiel 6, 2009 en Mobiel 1, 2010 verschenen de artikelen ‘Pleegdochter werd schoondochter’ en ‘Een geheim – pleegouders buitenspel’ over relaties tussen pleegkinderen en eigen kinderen: www.mobiel-pleegzorg.nl/2009/11/pleegdochter-werd-schoondochter en www.mobiel-pleegzorg.nl/2010/01/een-geheim-pleegouders-buitenspel

NOOT3 Kwaliteitskader: www.jeugdzorgnederland.nl/contents/documents/kwaliteitskader-rouvoet.pdf

NOOT4 Rapport van de commissie Rouvoet:  www.jeugdzorgnederland.nl/nieuws/nieuws/eindbericht-commissie-rouvoet–belangrijke-stappen-gezet


Tags: ,