Beestenboel

Kinderen in de jeugdzorg kunnen veel steun hebben aan een huisdier, heb ik gemerkt in mijn loopbaan als hulpverlener. Ze knuffelen met het dier, spelen ermee, kijken ernaar of praten ertegen. Een dier heeft ook verzorging nodig en dat vraagt om verantwoordelijkheidsgevoel. Kinderen moeten leren hoe ze met dieren kunnen omgaan en soms hebben ze daar hulp bij nodig.

Een troostende hond
In mijn eerste baan, als begeleider in een klein kindertehuis, hadden we een groepshond: Bello. Het dier was heel geliefd, maar niet echt zindelijk. Bello luisterde vooral naar het oudste kind in de groep. Deze jongen kon met de hond ‘lezen en schrijven’. Op oude foto’s is goed te zien dat het dier troost en aandacht bood. Helaas verdween Bello op een dag spoorloos en de verslagenheid bij de kinderen was groot. We hebben het daarna nog geprobeerd met twee andere honden, maar dat werd geen succes. We kregen er Bello niet mee terug.

Een toom kippen
In een ander tehuis mochten de kinderen huisdieren hebben, maar geen honden. Een hond heeft een baas nodig en dat was niet haalbaar. De kinderen hadden wel hamsters, marmotten, konijnen en kippen. Aart had een toompje kippen. Hij was er dol op en hij verzorgde de beesten prima. Op een ochtend lagen de kippen dood in het hok. We dachten dat een vos de kippen had doodgebeten, maar er klopte iets niet. Aart vertelde: “Het moet een vos zijn geweest, want daar hebben we het op school over gehad.” Toen een jachtopziener toevallig voorbij fietste, vroegen we hem om naar de slachtoffers te kijken. Zijn conclusie: “De dader was beslist geen vos of ander dier.” Uiteindelijk bleek dat Aart, in trance door het vossenverhaal op school, de kippen met een spijker gedood had, om zo de bijtsporen na te doen.

Een luisterend marmotje
Ik hoorde Jan ooit zijn hele verhaal aan een marmotje vertellen. Het beestje piepte precies op het juiste moment, zodat het leek alsof het Jan begreep. Een groot voordeel was natuurlijk dat zo’n marmotje je niet tegenspreekt, je laat uitpraten en niet invult wat je wilt zeggen. Iets waar de begeleiders soms een handje van hebben.

Dieren op het werk
Een collega had altijd haar hond bij zich. Het dier ging mee op huisbezoek en was bij gesprekken met cliënten op kantoor, tenzij mensen er bang voor waren. Mijn collega vertelde dat de hond vaak het ijs brak. Zowel kinderen als ouders hadden de neiging om hun verhaal tegen de hond te vertellen. Als het beest voelde dat het moeilijk was, legde hij zijn kop op je schoot. Ik heb ook wel eens gehoord dat een jeugdpsychiater dieren meenam naar het ziekenhuis, omdat de kinderen daar zo van opknapten.

Muizen in een nachtkastje
Mijn eigen pleegdochter was altijd in voor huisdieren. Ze kwam steeds weer thuis met aanvullingen op ons huisdierenbestand: dan weer een kip en dan weer konijnen. Op een dag verraste ze ons met witte muizen in een geïmproviseerd hokje in haar nachtkastje. Inmiddels is ze gezegend met kinderen die ook allerlei beesten mee naar huis nemen.

 


Tags: , ,