Samen met een dekentje op de bank

Wilfrieda (46) en Hilly (53) wonen met hun drie ‘vaste’ pleegkinderen van 16, 14 en 5 in de provincie Utrecht, waar Wilfrieda predikant is in een gemeente van de Protestantse Kerk Nederland. Ze hebben ook een hond die er echt voor de kinderen is. Het werk van Wilfrieda brengt met zich mee dat ze vaak moeten verhuizen.

Wat is de samenstelling van uw gezin?
Hilly: “Ik heb twee zoons van 32 en 24, die al lang op eigen benen staan. Onze pleegzoon Jassir is bijna 14 en woont al 10 jaar bij ons. Barbara is 16. Zij kwam zeven jaar geleden als crisispleegkind en was tot haar achtste nooit naar school geweest. Elina van 5 kwam als baby om verder af te kicken. Ze mocht naar huis toen ze een jaar was, maar werd op haar vierde toch weer uithuisgeplaatst. Toen wij dat hoorden, besloten we haar weer in huis te nemen.” Wilfrieda: “Die kinderen zijn niet alleen ons huis, maar ook ons hart binnengewandeld.”

Hoe kwam u ertoe om pleegouder te worden?
Hilly: “Toen wij elkaar leerden kennen en een relatie kregen, bleek dat we dat allebei graag wilden. Mijn ouders waren ook pleegouders.” Wilfrieda: “In mijn studententijd zag ik de poster waarop stond ‘Ik zoek ouders die willen dat ik om 10 uur thuis ben’. Dat heeft me nooit losgelaten. Met kerst praat ik in de kerk over Jozef en Maria, voor wie geen plaats is in de herberg. Zo is er voor zoveel mensen in onze samenleving geen plek. Daar willen wij graag wat aan doen.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op het pleeg­ouderschap?
“Veel mensen zeggen: ‘Fijn dat jullie het doen, ik zou het niet kunnen’. Jammer, veel mensen hebben geen idee wat pleegzorg inhoudt,” aldus Hilly. Wilfrieda: “Onze oudere buurvrouw had last van het geschreeuw van Elina in de tuin. We hebben alles uitgelegd en daarna hebben ze zelf een schommel voor haar op­gehangen.”

Hoe ziet uw begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
Hilly: “Voor Barbara en Elina hebben we dezelfde voogd. Al wonen wij nu in de provincie Utrecht, zij komt toch een paar keer per jaar vanuit Gelderland naar ons toe. Ik maak zelf de verslagjes voor haar.” Wilfrieda: “We maken ons wel zorgen, omdat contracten niet verlengd worden en hulpverleners van instelling of functie wisselen. Wij kunnen ermee omgaan, maar onze pleegzoon heeft inmiddels een vijfde voogd, daar gaat hij geen relatie meer mee opbouwen.”

Waar heeft u steun bij nodig, waar bent u onzeker over?
Hilly: “De gemeente bezuinigt op taxivervoer. On­danks de indicatie konden Jassir en andere kinderen met een indicatie daar geen gebruik meer van maken. Inmiddels gaan deze kinderen met bus 50 naar school. Omdat het kinderen met gedragsmoeilijkheden zijn, mijden andere mensen deze bus.” Wilfrieda: “Ik heb gelukkig een goede ziektekostenverzekering. Daar laten we de pleegkinderen bijschrijven. Dat is wel nodig. We hebben meegemaakt dat een declaratie niet uitbetaald werd door de verzekeraar, omdat de ouders achterliepen met de premiebetaling. Bij bureaucratische problemen kunnen we dus wel steun gebruiken.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
Hilly: “We luisteren, we overleggen, maar soms houden we de poot ook stijf.” Wilfrieda: “We zeggen: ‘We doen ons best goed voor jullie kind te zorgen. Prima dat je boos bent op ons, maar probeer het kind daar buiten te houden.’ Zo gaan we met de ouders in gesprek.”

Welke praktische problemen komt u tegen?
Wilfrieda: “Onze pleegkinderen zitten op speciaal onderwijs. Door hun gedragsproblemen kun je ze bij­voorbeeld niet in een kindernevendienst achterlaten.”
Hilly: “Dat los ik op door ze mee naar de kerk te nemen en een iPad te geven als ze het niet meer volhouden.”

Hoe gaan jullie kinderen om met de pleegkinderen?
“Onze zoon van 24 zwaait af en toe de scepter over de pleegkinderen als wij aan een time-out toe zijn. Hij heeft een goede klik met Jassir.”

Zijn er momenten waarop u denkt, hier had ik nooit aan moeten beginnen?
Hilly: “Bij de eerste plaatsing dachten we wel eens: dit kunnen we niet.” Wilfrieda: “We kregen een goede tip van de pleegzorgwerker. Ze adviseerde om de lat niet altijd hoog te leggen. ‘Zet hen rustig eens voor de televisie op zaterdagmorgen, zodat je zelf nog wat kunt lummelen’, zei ze.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor!
Wilfrieda: “De gesprekken in de auto. ‘Als er wat met jullie gebeurt, wat moet er dan met mij?’ vroeg Barbara laatst.” Hilly: “Als je hun grootste wens kunt vervullen door op zaterdagmiddag met een dekentje op de bank te zitten en samen een filmpje te kijken.”

Ina Huisman

 


Tags: ,