Samen, maar toch apart

John is 24 jaar. Hij en zijn tweelingzus kwamen op hun zesde in een perspectiefbiedend pleeggezin terecht. John heeft hier tot zijn achttiende gewoond, zijn zus tot haar vijftiende. Hoewel ze niet altijd in hetzelfde huis woonden, konden ze bij elkaar in de buurt opgroeien.

“Mijn vader en moeder konden vanaf het begin al niet voor ons zorgen”, vertelt John. “Mijn moeder was verslaafd aan drugs en mijn vader is uit beeld geraakt. Door allerlei omstandigheden zijn we nooit bij onze ouders geweest.”

Vrijwel vanaf hun geboorte is de tweeling uithuisgeplaatst. De eerste zes jaar hebben zij gezworven door jeugdzorgland, van het ene crisispleeggezin naar het andere. Ze hebben ook in een tehuis gewoond. Op zesjarige leeftijd werden ze uiteindelijk samen geplaatst in een pleeggezin waar ze langere tijd konden wonen. John: “Toen ik bij Jan en Willemien kwam, was ik al acht keer verhuisd.”

We zagen elkaar zoveel we wilden
Vanaf dat moment bleven ze bij elkaar, totdat het in de puberteit niet meer ging. John: “Ik heb er tot mijn achttiende gewoond en mijn zus tot haar vijftiende jaar. Daarna ging het niet meer. Er waren veel ruzies. Zij is naar een bevriend pleeggezin gegaan.” Voor John gaf het even lucht. “Het was rustiger, want ruzies elke dag is ook niet goed. Mijn zus is het tegenovergestelde van mij, dus misschien was het ook wel fijn dat er even afstand was. Ze woonde nog steeds dichtbij, dus we zagen elkaar zoveel we wilden.” Wat John betreft heeft het niets veranderd aan hun relatie. De aanleiding van de overplaatsing was niet fijn, maar het is toch prettig verlopen en het contact met zowel het pleeggezin als John kon blijven bestaan.

Broertjes en zusjes horen bij elkaar
Terugkijkend geeft John aan dat hij blij is dat de beslissing is genomen dat zij bij elkaar zouden blijven. Broertjes en zusjes horen wat hem betreft gewoon bij elkaar. “Er gebeurt zoveel om je heen en je kunt altijd op elkaar terugvallen. Je hebt iemand die je begrijpt, want je hebt het samen beleefd.” John geeft aan veel te danken te hebben aan hun goede voogd. “Ze deed alles voor ons, ze was er altijd.”

De tweeling had ook nog een halfzus, die lichamelijk beperkt was. De voogd zorgde ervoor dat dit contact gelegd werd en ook bleef. Inmiddels zijn zowel beide ouders als de halfzus van John overleden. “We hebben niet echt een makkelijk leven gehad, maar dat heeft ons gevormd tot wie we nu zijn.”

Geen eenheid
De tip die John aan pleegouders wil geven is: “Benader kinderen apart, ze zijn geen eenheid. Natuurlijk kom je samen in het gezin, maar je bent ook een individu en dat moet je ontwikkelen. Dus aparte hobby’s en liefst in andere klassen, dat helpt hierbij.”

John woont nu op zichzelf en werkt in de horeca. Daarnaast is hij veel bezig met scouting. Zijn zus volgt de opleiding pedagogiek en wil graag in de jeugdzorg werken. Ze hebben dagelijks whatsappcontact. Beiden zijn zij nog altijd welkom in hun pleeggezin. John vindt dit fijn: “Je hebt een uitvalsbasis. Voor gezelligheid en voor vragen. Dat is belangrijk als je alleen bent.”


Tags: , ,