Als instanties de grootste zorg zijn

Pim en Lotta stopten als officiële pleegouders

Vijf jaar geleden stopten Pim en Lotta als pleegouders. Op papier dan, want zonder de officiële titel gingen ze gewoon door. Ze stapten niet uit het traject omdat ze de zorg voor hun pleegkinderen niet meer aankonden. Het was de oplopende frustratie rondom hulpverlenende instanties die hen opbrak.

Vijftien jaar geleden begonnen ze vol goede moed. Pim: “Dat was op een leeftijd waarop je je afvraagt of je wel of geen kinderen wilt. Dat wilden we allebei niet, althans niet van onszelf, maar een leven zonder kinderen is ook zo leeg. Lotta’s moeder heeft bij allerlei hulpverleningsorganisaties gewerkt. Zij kwam met het idee dat je ook voor andere kinderen kunt zorgen.” Vanwege hun drukke leven kozen ze voor weekendpleegzorg. “Een weekend in de vier weken leek ons mooi en een verrijking.” De pleegkinderen uit het eerste gezin waren van Antilliaanse afkomst. Het tweede gezin had een Marokkaanse achtergrond.

Vanaf het begin beseften Pim en Lotta dat het cruciaal is om een goede relatie met de ouders te hebben. Lotta: “De loyaliteit van een kind is onvoorwaardelijk. Daar moet je mee schipperen, een enorme uitdaging.” Toch slaagden ze erin om met de moeders van beide gezinnen te blijven communiceren, maar ze kwamen erachter dat dit gegeven voor hulpverleners niet vanzelfsprekend is. “Wij waren eigenlijk de enigen die met moeder in gesprek gingen over dingen die we echt niet goed vonden. Toch wisten we de relatie goed te houden. Sommige hulpverleners vliegen weg als het moeilijke gesprek eraan komt.”

Wisselingen
In beide gezinnen waren veel wisselingen van hulpverleners. “Er kwamen wel drie mensen kijken hoe het bed van het kind eruit zag”, verbaast Lotta zich nog steeds. Behalve de wisselingen, was ook het aantal betrokken hulpverleners een doorn in het oog. In de vijf jaar dat ze bij het eerste gezin betrokken waren, is het nooit gelukt om iedereen tegelijk om tafel te krijgen.

In het andere gezin hadden ze te maken met een zogeheten uitvoerdersoverleg. Alle partijen gaan daarbij met elkaar in gesprek. Pim: “Dan zit je om tafel met dertien of veertien mensen die allemaal wat van dat gezin mogen vinden. Dat is voor een gezinsvoogd bijna onmogelijk te managen. Aan de ene kant wordt spastisch gedaan over privacy. Aan de andere kant zit er iemand van de woningbouwvereniging bij die alles meekrijgt en overal over meepraat.”

Ruggengraat
Het koppel is voorstander van concrete interventies. “Ik vond het choquerend dat ik zoveel hulpverleners heb gezien”, zegt Lotta. “Het waren maar enkelen die daad­werkelijk een keer echt wat deden in het gezin.

Basale interventies om het huishouden op orde krijgen: de was uit de woonkamer, kinderen om half negen op bed, uithuizige zoons niet meer na tien uur ’s avonds binnen­laten. Dat vergt ruggengraat. Hou twee boze Marokkaanse jongens van twintig maar eens buiten de deur.”
Ruggengraat is dan ook de kern van hun visie. “Het moeilijke van het vak jeugdzorg is dat, als je bij een gezin betrokken wordt, het altijd te laat is. Daarom heb ik veel respect voor mensen die bij jeugdzorg werken. De reflex bij bestuurders is enorme angst en dat is teveel gaan overheersen. Het draait om het gezicht van de organisatie in plaats van het belang van het kind. Wat ik heel knap vind bij sommige hulpverleners is, dat die daar ook echt geen boodschap aan hebben. Zij doen ondanks die angstcultuur gewoon met lef interventies.” Het zou volgens hen goed zijn om lef te belonen.

Belang van het kind
Pim schetst een voorbeeld: “Een van de jongens uit het tweede gezin zat in de gevangenis. Wij hebben toen ongeveer gesmeekt om een psychologisch onderzoek. Uiteindelijk is dat gebeurd en daar kwam inderdaad het een en ander uit. Toen hij uit de gevangenis kwam, kreeg de hulpverlening het lumineuze idee om aan de moeder te vragen wat ze wilde: weer thuis wonen of ergens onderbrengen. Die jongen had een slechte invloed op zijn jongere broers en zusjes. Er was een ondertoezichtstelling, maar toch lag de keuze bij zijn moeder. Dat vind ik bizar. Daar zijn we heel boos over geweest.” Lotta: “En ik snap echt wel dat een moeder graag haar kind terug wil hebben in huis. Dus ik kan tegen haar zeggen ‘ik ben het er niet meer eens’, maar ik neem het haar als moeder niet kwalijk.”

Pim: “De keuze om die jongen weer bij zijn moeder te laten wonen, was de druppel. Toen zijn we gestopt. Het erge is dat drie maanden na die beslissing, het heel erg misging in dit gezin. Iedereen begon ons toen opeens te bellen om zich een beetje in te dekken. De angst was dat het verhaal in de publiciteit zou komen. Wij hadden Nieuwsuur ineens voor de deur. Daar hebben we niets mee gedaan. Het erge vond ik de reflex van de betrokken instanties, het belang om niet negatief in de publiciteit te komen. Ook daar ging het weer niet over het gezin en dat raakte ons zo diep.”

Trots
Toch spreken ze met trots over hoe het gelukt is om de jongste van het gezin buiten de criminaliteit te houden. Pim: “Hij is nummer zoveel uit het gezin. De eerste van de kinderen die niet in de cel heeft gezeten en geen strafblad heeft van twee stapels dik.” Hoe dat verschil is gemaakt? “Deze kinderen hebben er enorm baat bij dat alle betrokken partijen hetzelfde verhaal hebben. We zorgden dat we overleg hadden met de moeder, de buurtregisseur, school en voetbal. De truc was het net dichthouden.”

Op het moment dat ze stopten met officiële pleegzorg, kozen ze – in overleg met de moeder – ervoor om door te gaan met de opvang van de kinderen. Lotta: “We zien alle zeven kinderen nog en voor allemaal doen we nog dingen. Als ik het kort samenvat, scheelt dat vreselijk veel Kafkaiaanse discussies en evaluatiemomenten. Al wil dat niet zeggen dat we geen gigakanjers van hulpverleners hebben ontmoet waarvan we onwijs veel geleerd hebben.”

======
KADER
======

 

Paspoort
Pim Croiset van Uchelen
Werkt bij het Openbaar Ministerie als directeur bedrijfsvoering parket Amsterdam.
Directeur Stichting Andrea (opvang in de Ardennen voor meisjes met uiteenlopende problematiek).

Lotta Croiset van Uchelen – Feberwee
Werkt bij IT-bedrijf Schuberg Philis (Marketing & In-house counceling).
Voorzitter Sterrenfonds (steunt goede doelen die kinderen iets extra’s geven).

Woonplaats: Amsterdam
Weekendpleegouders (van 2000 tot 2010) van zeven kinderen uit twee gezinnen.

 


Tags: ,