Weekendpleegzorg: samenwerking en continuïteit

In de regel verloopt weekendpleegzorg positief en beleven pleegouders en pleegkind plezier aan het samenzijn. Toch is het niet altijd gemakkelijk. Sommige pleegouders hebben weinig ervaring met kinderen, pleegkinderen reageren soms bijzonder heftig of de contacten met de ouders verlopen moeizaam.

“In de begeleiding van weekendpleeggezinnen let ik vooral op de mogelijkheden van het pleeggezin om met ouders samen te werken”, zegt Karin Zanin, pleegzorgbegeleider bij Lindenhout. “Die samenwerking vraagt meer investering dan die van fulltime pleegouders, omdat er meer overgangsmomenten zijn. Ook ben je aanvullend aan de thuissituatie, in plaats van compenserend, zoals bij fulltime pleegouders.”

Andere normen en waarden
Een weekend is natuurlijk niet alleen positief. Zanin: “Problemen ontstaan vooral als weekendpleegouders zich teveel bezig houden met de thuissituatie, waardoor ouders zich veroordeeld voelen. De gezinssituaties kunnen erg verschillen, bijvoorbeeld in normen en waarden. Ook komt het voor dat weekendpleegouders in conflict komen met instanties, zoals Bureau Jeugdzorg, omdat zij niet zoveel positie krijgen, maar wel signalen ontvangen vanuit de thuissituatie. In de begeleiding besteed ik aandacht aan het loslaten van het gevoel dat je het misschien anders zou doen dan de biologische ouders. Het helpt pleegouders om de zorg op langere termijn vol te houden als zij de thuissituatie zien als ‘goed genoeg’.”

Gezinshuizen
Sommige gezinshuizen die verbonden zijn aan een instelling, zijn verplicht om iedere maand weekendopvang te regelen. Andere, vaak de vrijgevestigde gezinshuizen, kiezen zelf voor wel of geen weekendopvang. Weekendpleegouders kunnen een bevriend stel zijn. Ook opvang in het netwerk van het kind is mogelijk. Soms worden gezinnen gezocht buiten de netwerken van kind of gezinshuisouders. Iris Pinkepank coacht gezinshuisouders. Zij is voorstander van het inzetten van een weekendgezin. Pinkepank: “Continuïteit is essentieel voor deze kinderen en jongeren. Gezinshuisouders kunnen langer zorgen als ze rustpunten hebben. Ook de weekendgezinnen houden het vaak lang vol, omdat ze een kortere tijd hoeven te zorgen. Gezinshuisouders sturen de kinderen niet weg. Ze geven hun een breder beeld van het leven in een gezin mee, een extra voorbeeld. Kinderen hebben soms alleen het gezinshuis als netwerk. Het is belangrijk dat het netwerk groter wordt, met weekendpleegouders. Zij kunnen later een basis worden waar de (jong)volwassenen ook op kunnen terugvallen.”

Toekomst
De Transitie Jeugdzorg zal zeker voor weekendpleegzorg gevolgen hebben. Er is nog veel onzekerheid over toekomst en financiering. De Rading in Utrecht heeft voor deeltijdpleegzorg afspraken gemaakt met Samen Veilig Midden Nederland (voorheen Bureau Jeugdzorg Utrecht). Deeltijdpleegzorg is van tijdelijke aard en er is een hulpaanbod aan ouders. Als de draagkracht van ouders hersteld is, is de plaatsing niet meer nodig en wordt deze beëindigd. Bij deeltijdpleegzorg in het justitiële kader waarbij de problematiek chronisch is, loopt de plaatsing langdurig door. In goedlopende plaatsingen in het vrijwillige kader is het uitgangspunt om na twee jaar te zoeken naar een oplossing in het sociale netwerk. Annemarie Manschot, pleegzorgbegeleider bij de Rading, voorziet problemen voor weekendpleeggezinnen na twee jaar. “De problematiek van ouders is vaak niet op te lossen, ondanks inzet van hulpverlening, zeker bij gezinnen met veel problemen. Wat gaan weekendpleegouders na die twee jaar doen? Willen zij wel onderdeel zijn van het sociale netwerk van de ouders? Ze kunnen niet meer neutraal zijn met begeleiding als buffer. Ook de financiële vergoeding valt weg. Moet een pleegouder dan zeggen: na twee jaar stop ik ermee? Continuïteit is voor veel kinderen juist belangrijk.”


Tags: , ,