Wat merken pleegouders van de transitie?

In januari voerde de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP) een meldactie uit voor pleegouders. Het doel van deze actie is om de vinger aan de pols te houden over hoe de overgang van de jeugdzorg van provincies naar gemeenten in de praktijk uitpakt voor pleegouders. In twee weken tijd vulden 575 pleegouders een meldformulier in en noteerden daarop hun vragen, zorgen en signalen ten aanzien van de Transitie Jeugdzorg. De uitkomsten zijn nu beschik­baar in een factsheet.

Het overgrote deel van de respondenten geeft in eerste instantie aan nog weinig tot niets te merken van de transitie. Bij doorvragen vult toch bijna de helft een verandering in die zij hebben waargenomen. De grootste verandering is het vele wisselen van personeel. De ene pleegouder heeft een nieuwe pleegzorgbegeleider, de andere een nieuwe (gezins)voogd en het komt ook voor dat zowel de (gezins)voogd als de pleegzorgbegeleider gewisseld zijn. Sommige pleegouders geven aan dat het voor hen nog onduidelijk is wie het gezin nu gaat begeleiden.

Vergoedingen staan ter discussie
Pleegouders merken verder dat sommige vergoedingen, voor bijvoorbeeld therapieën of bijzondere kosten, niet meer betaald worden of ineens ter discussie staan. Daarnaast zijn er pleegouders die last hebben van de algehele onrust die er heerst. Veelal wordt genoemd dat ‘niemand iets weet en niemand antwoorden kan geven’ en dat er veel ‘stress en onduidelijkheid merkbaar is bij de werkers en de organisaties’. Pleegouders ervaren daardoor het gevoel maar te moeten afwachten.

Weinig informatie
Dat pleegouders nog weinig hebben gemerkt, hangt mogelijk samen met een gebrek aan informatie. Een hoog percentage (66 procent) geeft aan niet of nauwelijks op de hoogte te zijn van de mogelijke consequenties die deze transitie voor hen heeft. Als er al informatie is verstrekt, kwam dat van de pleegzorgaanbieder. Veel pleegouders geven aan onvoldoende op de hoogte te zijn en daardoor ook wel een mate van onrust te voelen over wat er komen gaat.

Kwaliteit van zorg en begeleiding
Een aanzienlijk deel (47 procent) maakt zich zorgen. De voornaamste zorgen gaan over de kwaliteit van zorg en begeleiding en of de kinderen nog wel die (aanvullende) hulp blijven ontvangen die nodig is. Pleegouders zijn bang dat er juist op de begeleiding bezuinigd gaat worden en sommigen merken nu al dat er minder tijd is voor hun gezin door de hogere caseloads bij begeleiders. Zeker wanneer er voor kinderen met zwaardere problematiek plekken in een gezin worden gezocht, is goede begeleiding onmisbaar.

Sommige pleegouders geven aan dat pleegzorgbegeleiding een specialisme is. Ze zijn bang dat dit zal verdwijnen door de nadruk op generalistisch werken. Daarnaast is men ongerust over de pleegkinderen die gebruik maken van ‘extra zorg’ voor psychische, emotionele en sociale problemen. De plek die pleegouders deze kinderen bieden in hun gezin is erg belangrijk, maar de aanvullende hulp en ondersteuning voor deze kwetsbare groep kinderen is ook onmisbaar, benadrukken zij. Ook zijn er pleegouders die zich zorgen maken of er wel voldoende zorg en ondersteuning blijft voor de thuissituatie van hun pleegkind.

Kansen en tips
Veel kansen worden er dan ook nog niet gezien in deze transitie (34 procent). Een deel (24 procent) van de deel­nemende pleegouders hoopt dat er meer efficiëntie komt binnen de pleegzorg. Zij zijn van mening dat lijnen korter kunnen en dat er nu teveel bureaucratie is. Er zijn nu (te) veel verschillende hulpverleners en verschillende lagen en hierin kan verbetering plaatsvinden. Pleegouders hopen dat er een duidelijk aanspreekpunt komt.

Een klein deel (8 procent) ziet kansen in een betere samenwerking tussen partijen. Hierbij gaat het met name om samenwerking tussen verschillende disciplines en hulpverleningsorganisaties, maar ook met kerken, scholen en andere instanties in de wijk. Een aantal pleegouders geeft hierbij ook aan dat ze kansen zien doordat er mogelijk meer oplossingen worden gezocht in het netwerk van het pleeggezin en het netwerk rondom het kind.

Pleegouders hebben tot slot ook veel tips voor de gemeenten. De voornaamste is dat zij wethouders en ambtenaren uitnodigen om het contact te leggen met de pleeggezinnen in de gemeente en te komen ervaren hoe een pleeggezin functioneert en wat er allemaal bij de opvang van een pleegkind komt kijken. Pleegouders hebben vaak jarenlange ervaring en kunnen veel vertellen over wat er nodig is in de zorg voor deze kinderen.

Het mag niet om geld of organisatiebelangen gaan. Kijk naar wat de groep kinderen die op pleegzorg is aangewezen nodig heeft. Ook benadrukken pleegouders dat er rond het kind vaak tegenstrijdige belangen zijn: die van ouders, pleegouders en hulpverlenende instanties. Ze drukken gemeenten op het hart zich te verdiepen in de belangen van deze kinderen en daar naar te handelen.

Maartje Gardeniers

 


Tags: ,