Twee keer weekendpleegzorg

Suzanne is weekendpleegmoeder van Lehwik, die twee weekenden per maand bij haar verblijft, en van Joris, die een weekend per maand bij haar logeert. De jongens komen apart en kennen elkaar nauwelijks. Dit lijkt Suzanne het prettigst voor hen.

Wat is de samenstelling van je gezin?
Suzanne (43) woont alleen. Ze werkt fulltime als ontwikkelaar van e-learningcursussen en is weekendpleegmoeder van Lehwik (15), die ruim drie jaar twee weekenden per maand bij haar komt. Ook is ze weekendpleegmoeder van Joris (13) die een weekend per maand bij haar verblijft.

Hoe kwam je ertoe om pleegouder te worden?
“Een vriendin op de middelbare school moest naar een pleeggezin. Zij had het daar goed. Het pleegzorgidee bleef hangen. Toen bleek dat ik als alleenstaande ook pleegouder kon worden, heb ik me opgegeven voor weekendpleegzorg.” Lehwik was 11 toen hij voor het eerst kwam. Hij had twee jaar op een groep gewoond, omdat zijn moeder ziek is. Toen het beter met haar ging, kon Lehwik weer thuis wonen, op voorwaarde dat er regelmatig opvang was. Joris kwam twee weken logeren in de vakantie, want zijn pleeg­ouders moesten werken. Die vakantie vonden we alle twee zo leuk dat we contact hielden. Na een paar maanden vroeg de pleegvader of Joris iedere maand een weekend kon komen. Ik moest wel even nadenken, omdat de kinderen niet tegelijker­tijd komen. Ik ben dus drie weekenden per maand bezet, maar het bevalt prima. Joris is aanhankelijk en komt graag.”

Hoe reageerde je omgeving en familie op het pleeg­ouderschap?
“Wisselend. Mijn familie vond het leuk en de jongens gaan gewoon mee op visite. Sommige vrienden verklaarden me voor gek, omdat ik in de weekenden zo gebonden ben. Bijzonder vond ik de vraag wat ik met de jongens doe als ik een nieuwe relatie krijg. Ze horen gewoon bij mij! Vorig jaar gingen we met mijn hele familie naar Egmond aan Zee. De jongens deelden een kamer en trokken met elkaar op. Dat ging goed en was bijzonder voor mij.”

Hoe ziet je begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
“Een keer per zes weken is er telefonisch contact en een keer in de drie maanden komt de pleegzorg­werker langs. We hebben altijd genoeg gespreksstof, vooral over de omgang met pubers. Meestal verlopen de weekenden gezellig en goed, maar het gedrag van de jongens is niet altijd gemakkelijk.
Joris heeft een moeilijke jeugd gehad en heeft daardoor een ontwikkelingsachterstand opgelopen. Hij is aanhankelijk, maar onzeker. Hij vindt het moeilijk om alleen te zijn. ’s Nachts laat hij het licht aan op zijn kamer. Afgelopen weekend vertelde hij trots dat hij zelf zijn lichtje had uitgedaan. Zo’n stapje laat zien dat zijn zelfvertrouwen groeit.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“De samenwerking met het pleeggezin van Joris loopt goed. Ik zie zijn familie op zijn verjaardag en ben met zijn ouders en pleegouders naar de afscheidsmusical op school geweest. De moeder van Lehwik is blij en laat dat ook merken. Ik kreeg laatst een mooie ketting van haar. Toen zijn opa stierf, ben ik naar de begrafenis geweest. Ik vroeg Lehwik of er nog meer mensen voor hem waren gekomen. Niemand speciaal voor hem, antwoordde hij. Toen ik zei dat ik er toch was, reageerde hij: “Je bent toch een vriendin van mijn moeder.” In het weekend erna zei ik: ‘Ik was daar voor jou en niet voor je moeder.’

Welke praktische problemen kom je tegen?
“Soms moet ik een verjaardag afzeggen. Laatst had ik een bruiloft en kwam mijn moeder oppassen. Grappig is dat mijn neefje, die ook weleens bij mij logeert, eerst wat problemen had. In ‘zijn’ kamer slapen nu ook andere jongens.”

Zijn er momenten waarop je denkt, hier had ik nooit aan moeten beginnen?
“Nee, wel een moment dat ik dacht: doe ik het hiervoor? Lehwik moest thuis iets ophalen en wilde niet mee terug. Hij kreeg een enorme woedeaanval. Ik was vastbesloten dat hij mee moest. Ik had het gevoel dat hij nooit meer mee zou gaan als ik nu toegaf. Ik voelde me niet onveilig, maar het was wel heftig.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor?
“Misschien een raar voorbeeld, maar toen Lehwik ongeveer een jaar bij me was, zat ik in de woonkamer en hoorde ik een raar, kletterend geluid. Ik kon dat niet goed plaatsen tot ik me realiseerde dat hij op het toilet zat en de deur had laten openstaan. Ik dacht: Volgens mij voel je je thuis als je met open deur naar het toilet gaat. Of als Joris leuk aan het spelen is met mijn neefje en nichtje. Ook het weekend in Egmond aan Zee was bijzonder met ‘mijn’ jongens samen.”

 


Tags: ,