Roma-kinderen in pleegzorg

‘We kregen Mattias als pleegkind, geen Roma-pleegkind’

In de media wordt de Roma-cultuur vaak negatief afgeschilderd en voor­oordelen over Roma zijn wijdverspreid. Pleegouders van een Roma-kind krijgen te maken met de cultuur, de gebruiken en het netwerk van het kind en pleegzorgwerkers moeten hen daarbij begeleiden. Hans heeft een open houding en een eigen kijk op vooroordelen. Mobiel sprak met deze pleegvader en met twee pleegzorgwerkers over Roma-kinderen in pleegzorg.

Hans en Romy zijn ruim twee jaar de pleegouders van Mattias (10 jaar). De jongen woonde eerst een jaar bij een crisispleeggezin en daarvoor bij zijn grootouders. “Toen Mattias bij ons kwam wonen, was het voor ons geen punt dat hij uit een Roma-familie komt”, zegt Hans. “We kregen Mattias als pleegkind, geen Roma-pleegkind. We hadden geen ideeën of oordelen over Roma. Als je begint met pleeg­ouderschap weet je sowieso dat je een ‘avontuur’ aangaat, waarbij je hobbels zult tegenkomen.”

Op bezoek
Vanaf het begin hadden Hans en Romy contact met de grootouders van Mattias. Hans: “De niet begeleide bezoekregeling vond al snel plaats bij ons thuis of bij hen. Op die manier kwamen we ook andere familieleden tegen en de mooie kanten van de Roma-cultuur, zoals de gastvrijheid en het graag delen van lekker eten. Natuurlijk hadden zijn grootouders in het begin moeite met de plaatsing van Mattias, maar dat zie ik niet als cultuurgebonden. Ze beloofden Mattias regelmatig dat hij weer snel bij hen zou komen wonen. Toch hebben we eigenlijk nooit problemen met hen gehad.”

Instanties zijn bedreigend
De grootouders kunnen volgens Hans goed het verschil maken tussen de pleegouders en instanties. “Ze zien dat Mattias het goed heeft bij ons, maar ze vinden dat instanties zich alleen maar bemoeien met hun leven. Instanties vinden ze bedreigend, mede doordat de grootouders niet kunnen lezen en schrijven. Ze gebruiken geen agenda of telefoonlijst en daarom is het voor instanties ook lastiger om hen te benaderen. Als je een afspraak wilt maken, moet je een dag van tevoren bellen ter herinnering! Er zijn voor hen veel drempels om naar instanties toe te gaan. Het taalprobleem speelt bijvoorbeeld ook bij een bezoek aan de tandarts. Daarnaast hebben ze weinig geld.

Dit soort problemen zet Roma al snel op een achterstand, terwijl wij denken dat ze hun kinderen verwaarlozen. Natuurlijk zou het voor de grootouders van Mattias gemakkelijker zijn als ze de Nederlandse taal beheersen, maar het is de vraag of je dat nog kan verwachten van mensen in de zestig.”

Dure cadeaus
Hans gelooft niet dat het geven van dure cadeaus ‘typisch Roma’ is. “In het begin namen zijn grootouders vaak eten of speelgoed mee voor Mattias. Misschien ook omdat hij niet meer bij hen woonde en zij zich daartoe verplicht voelden. We hebben met hen kunnen afspreken dat dit niet hoefde. Het vooroordeel dat je geen afspraken kunt maken met Roma is dus niet onze ervaring. Dat Roma-kinderen verwend zijn, zien wij niet terug bij Mattias. Hij is zelfs niet erg gehecht aan speelgoed of spullen.”

Het gebit van Mattias moest compleet gesaneerd worden toen hij bij Hans en Romy kwam. Toch ziet Hans dat niet als onwil van zijn grootouders. “Ik weet zeker dat zijn grootouders echt wel hun best deden toen Mattias nog bij hen woonde, maar ik weet ook dat Mattias vaak voor zichzelf moest zorgen en zelf problemen moest oplossen. Bij ons is hij nog steeds geneigd om eerst zelf dingen op te lossen. Mijn idee is: kijk op een gewone manier naar je pleegkind en onthoud dat het kind net even anders is.”

Negatief aura
Pleegzorgwerker Linda merkt dat in de jeugdzorg een negatief aura rondom Roma-kinderen hangt. “Men schat de kans van slagen van een plaatsing in als nihil. Aan het begin van de plaatsing van Diego (9 jaar) werd dit ook gezegd tegen zijn pleegouders. Diego woonde eerst bij zijn moeder en later bij zijn grootouders. Op beide plekken werd hij regelmatig alleen gelaten en maakte hij heftige dingen mee. Ik ga er niet vanuit dat mensen bij voorbaat slecht zijn in hun handelen. Ik zie het als onmacht.”

Linda vertelt dat Diego vanuit zijn cultuur gewend is dat vrouwen een ondergeschikte rol hebben ten opzichte van mannen. “Als jongen is hij ‘gelijkwaardig’ aan volwassenen. Hij wil daarom ook in het pleeggezin graag meebeslissen, discussiëren en zich mengen in volwassen zaken. Dat was in het begin moeilijk voor zijn pleegouders. Diego laat zijn cultuur dus wel zien in het pleeggezin, maar hij laat zich gelukkig ook corrigeren. In het werken met Roma krijg je het grote en ingewikkelde netwerk van kinderen erbij. Daar moet je als werker en pleeggezin wel voor open staan. Diego’s pleegouders willen graag zijn cultuur begrijpen en hebben tot nu toe positieve ervaringen met zijn familie.”

Nederlandse maatstaven loslaten
Toen pleegzorgwerker Sandra te maken kreeg met een Roma-kind dat naar een pleeggezin moest, stapte ze er onbevooroordeeld in. “Het leek me interessant. Ik vind de Roma-cultuur boeiend en het is een uitdaging om daar meer van te weten te komen. Ik probeer hun gedachtegang te begrijpen, maar je moet in de begeleiding eigenlijk je Nederlandse maatstaven loslaten. Roma gaan anders om met afspraken, opvoeding en instellingen dan wij gewend zijn.”

Sandra vertelt dat het moeilijk is om een pleeggezin te vinden voor een Roma-kind. “Veel mensen hebben vooroordelen over de Roma-cultuur. Ze denken snel dat Roma ‘tuig’ zijn. Bij kinderen die al geplaatst zijn in Nederlandse gezinnen, zie ik nog regelmatig dat pleegouders de ouders en het netwerk van het kind buiten de deur willen houden. Ze zijn bang dat hun pleegkind ‘ook zo gaat worden’. Hier kun je als pleegzorgwerker natuurlijk wel in begeleiden. Je kunt de cultuur niet uit een kind halen! Ik ken ook pleeggezinnen die de ouders betrekken bij de opvoeding, bijvoorbeeld door foto’s en brieven te sturen. Zo kan wederzijds respect ontstaan.”

“Roma-kinderen zijn over het algemeen temperamentvolle kinderen, opgevoed in een cultuur die veel onderhandelt”, zegt Sandra. “Ik geloof dat Roma-ouders hun liefde op een andere manier laten zien dan bij ons gebruikelijk is. De kinderen mogen meer en hoeven minder. Ze krijgen veel speelgoed en kleren. Baby’s dragen al dure merkkleding van bijvoorbeeld Gucci. Daarnaast komen die kinderen niet bij een tandarts of in een ziekenhuis.

De structuur die Nederlandse gezinnen hun willen geven via rust, regelmaat en vaste bedtijden, begrijpen ze in het begin vaak niet. Pleegouders moeten dit dan ook vaak uitleggen en herhalen. Toch ben ik ervan overtuigd dat Roma-kinderen de regels en veiligheid in Nederlandse gezinnen prettig vinden en dat zij zich goed kunnen ontwikkelen en hechten aan hun pleegouders.”

Eric Jansen

 

 


Tags: ,