Puzzelkind

Kim is mijn puzzelkind. Jarenlang heb ik gepuzzeld op de vraag waarom zij bij haar oma woont. Kim is hooguit wat verlegen, maar dat is geen reden voor pleegzorg. De moeder van Kim heb ik leren kennen als een vlotte jonge vrouw die, na de scheiding van haar man, haar leven op orde heeft gebracht. Toch was de familie van mening dat het beter is dat Kim bij oma groot zal worden.

Ik heb gesprekken met ooms en tantes gevoerd, met een politieagent die het gezin al jaren kent en zelfs met de overgrootmoeder van Kim, een krasse oude dame. Pas na jaren sprak ik een oud-tante van Kim. Zij zette mij als eerste op het juiste spoor. De krasse overgrootmoeder van Kim is ooit als enige van haar gezin uit een concentratiekamp terug­gekomen. Voor haar eigen kinderen en daarna voor de kinderen van de oma van Kim geldt de regel dat je niet mag opvallen. Zorg dat niemand je ziet.

Alle kinderen deden het goed op school en leiden nu een doorsnee leven. Niets herinnert aan hun joods verleden, behalve soms een kleine davidsster aan een bedelarmband. Voor deze oud-tante en ook voor de moeder van Kim was de leefregel te beknellend. Zij gaan graag uit en hebben een druk leven. Dit ‘losbandige’ gedrag maakt dat Kim bij haar oma woont. Veilig. Ondergedoken.

Zeventig jaar geleden kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Mijn collega zegt: “Joh, dat is iets van mijn opa en oma.” Dat klopt, maar voor sommige kinderen niet.

 


Tags: ,